Kribbenbijter Zorn toont zijn beminnelijke kant

MUZIEK..

Erik van den Berg

De liturgische associatie die Purves' ingeving opriep, was niet minder op zijn plaats: het Muziekcentrum is gevestigd in een fraai gerestaureerde, negentiende-eeuwse synagoge en in de officiële opening keerde die historie als een programmatisch motief terug.

Niet voor niets was als eregast van het minifestival de componist en saxofonist John Zorn uitgenodigd. Zorn is de muzikale leider van een jonge joodse gemeenschap in New York die zoekt naar een nieuwe identiteit. Zijn compositie Kristallnacht uit 1992 geldt als zijn coming out; sindsdien werkt hij met grote ernst aan de vermenging van Hebreeuwse en jiddische tradities in zijn eigen muziek: een wispelturige mengeling van jazz, heavy metal, filmmuziek en klassieke avant-garde.

Op het podium, onder het oog van het voormalige 'vrouwenbalkon', was de 45-jarige Zorn in vele gedaanten aanwezig. Niet alleen als componist van orkestwerken (Shiboleth) en kamermuziek (strijkkwartetten door het Mondriaan kwartet), maar ook als 'conceptueel' improvisator en ensembleleider.

In al die hoedanigheden werd Zorn samengebracht met een keur van Nederlandse muzikanten; een initiatief waarmee directeur Henri Broeren de wens illustreerde dat zijn Muziekcentrum ook een 'werkplaats' voor nieuwe muziek zal zijn. Repetities waren openbaar toegankelijk, zodat het publiek met eigen ogen kon vaststellen of Zorns reputatie van New-Yorkse kribbenbijter nu gerechtvaardigd is of niet.

Vrijdag liet Zorn zich evenwel van zijn beminnelijkste kant zien. Zijn oude 'improvisatiespel' Cobra beleefde een nieuwe uitvoering, en het resultaat maakte hem zichtbaar gelukkig. De twaalf uitvoerenden (onder wie de gitaristen Anton Goudsmit en Corrie van Binsbergen, basklarinettist Tobias Klein en keyboardspeler Gerard van Dongen) werden overladen met schouderklopjes.

De tevredenheid was begrijpelijk, want meer dan 'gewone' stukken hangt het welslagen van Cobra af van de inzet van de deelnemers, en die liet niets te wensen over. Cobra is geen compositie, maar een gezelschapsspel: de muzikanten reageren op de aanwijzingen van spelleider Zorn, die in een razend tempo bordjes met instructies opsteekt, en op zijn beurt geïnterrumpeerd kan worden door muzikanten die met gebarentaal de ontwikkelingen een andere kant op sturen.

In handen van alerte muzikanten is het resultaat een razende, kakelbonte centrifuge van stijlen, stemmingen en texturen, die bij de première in 1986 een overrompelende introductie van het nog nieuwe fenomeen 'zappen' betekende. Schokkend is het principe van die snelle wisselingen al lang niet meer, maar in Den Bosch bleek Cobra nog steeds heel vermakelijk - ook in visueel opzicht, dankzij al die om aandacht wapperende handjes en de overmijdelijke misverstanden die tóch iets moois opleveren.

Volgens het programma zou Zorn zelf niet meespelen. Maar na het aanstekelijke voorbeeld van de Nederlandse collega's haalde hij zijn altsax uit de koffer, om nog even te demonstreren hoe improviseren op z'n Zorns gaat. De les was duidelijk: hij klonk harder, gemener en brutaler dan wie ook. Maar het was het belletje van Purves dat bijbleef.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden