Krenten uit de EMU-pap: Europa kan best zonder begrotingsunie

Vanaf maandag verspreidt het Actiecomité Euro-Nee een miljoen stuks van de Euro-Nee krant. De voorpagina toont een arbeideristische Atlas die gebukt gaat onder het gewicht van een kolossaal euroteken....

De toeschouwers bij het debat over de EMU dat dinsdag in de Amsterdamse Balie gehouden werd, kregen de krant voor hun beurt. Zij konden deze week als eerste hun Euro-Nee-muntstickers bestellen - ludiek, en slechts één gulden voor 48 stuks.

De zeventig ondertekenaars van het 'economen'-manifest tegen de EMU, dinsdagavond in groten getale aanwezig, lazen in de Euro-Nee krant hun eigen sappige quotes. 'Het is tijd voor bezinning, heroverweging en kritisch debat over de economische agenda van Europa', ronkte het.

Dinsdagavond was hiervoor dus gelegenheid. Maar de twee ondertekenaars die in de Balie op het toneel verschenen, Coby van der Linde en Marco Wilke, slaagden er niet in het manifest van de Bende van Zeventig opnieuw mooi uit te serveren.

Nadat de verklaring ruim twee weken geleden in de Volkskrant werd gepubliceerd, barstte de kritiek los. De kritiek van economen was niet mals - Eduard Bomhoff maakte zich in NRC Handelsblad weer eens ouderwets boos. Taaier nog misschien waren de denigrerende kwalificaties van de betrokken kamerleden. Het moeilijkst te slikken waren ongetwijfeld de vernietigende oordelen van minister van Financiën Gerrit Zalm en van de toekomstige bankpresident Nout Wellink.

Het opwarmen van de kliekjes van het manifest is ook ondoenlijk. Want het brede economenfront valt alweer uit elkaar. Enerzijds doet de Rotterdamse econoom Arjo Klamer in NRC Handelsblad nog een schepje op het manifest door van de EMU een 'geloofskwestie' te maken - hijzelf gelooft niet. Anderzijds schrijft Marco Wilke, ook uit Rotterdam, in de Volkskrant dat hij slechts getekend heeft vanwege 'het signaal'. 'Hoewel ik verschillende argumenten van de opstellers niet deel'.

Het manifest voorbij, begint er zich een interessante stelling te ontwikkelen, namelijk dat Europa naast een muntunie behoefte heeft aan een begrotingsunie. Marco Wilke toont zich aanhanger van deze stelling evenals de Amsterdamse econoom Sweder van Wijnbergen. Hun argumenten lopen alleen sterk uiteen.

Sweder van Wijnbergen voorspelt dat de EMU tot meer werkloosheid zal leiden omdat het landen ontbreekt aan instrumenten om schokken mee op te vangen. Als Nederland na 1999 een conjuncturele terugval ondergaat die aan andere EMU-landen voorbijgaat, staan we machteloos. Het wisselkoersinstrument verdwijnt per definitie. Het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank is gericht op de Europese economie, niet specifiek op Nederland. En arbeidsmobiliteit, een belangrijk evenwichtscheppend mechanisme in de VS, komt in het veeltalige Europa natuurlijk moeilijker van de grond.

Dan is er nog maar één instrument over: het begrotingsbeleid. Van Wijnbergen stelt dat Europa de 'fiscale superstructuur' moet kopiëren die de VS heeft. De 52 Amerikaanse staten dragen in tijden van economische voorspoed relatief veel belasting af aan de federale overheid; relatief weinig als het hen minder gaat. De afdrachten van de staten aan Washington werken zo als schokdemper.

Het gevaar van asymmetrische schokken is reëel, maar Van Wijnbergens oplossing is omslachtig. Landen die door een asymmetrische schok getroffen worden, hebben daar zelf het meeste last van, en moeten dat probleem dus ook zelf oplossen. Moeilijk is dat niet: in tijden van economische voorspoed dient het financieringstekort te dalen tot nul; in tijden van rampspoed, als de belastinginkomsten dalen en de uitgaven stijgen, kan het tekort weer oplopen. Europa kan hier buiten blijven; Van Wijnbergens argumentatie voor een begrotingsunie moet verworpen worden.

Wilke heeft andere angsten: beleidsconcurrentie tussen landen. 'De druk om belastingtarieven te harmoniseren op het laagste niveau zal sterk toenemen in een interne markt die begeleid wordt door een monetaire unie. Een offensief overheidsbeleid, of het nu gaat om sociale infrastructuur of milieubeleid, zal nauwelijks meer mogelijk zijn.'

Ook hier valt af te dingen tot er weinig meer resteert. Het belangrijkste tegenargument is natuurlijk dat door de muntunie de beleidsconcurrentie niet toe-, maar afneemt. Proberen Europese landen zich heden ten dage nog ten koste van hun buren te verrijken door te devalueren, de EMU maakt hieraan rigoureus een einde.

Ten tweede is de angst voor het dalen van overheidsuitgaven ongegrond. Stel dat de Nederlandse overheid meer geld uitgeeft aan gezondheidszorg dan de Belgische, waardoor de Nederlandse (beroeps)bevolking gezonder is dan de Belgische. Dan hoeft beleidsconcurrentie helemaal niet, zoals Wilke denkt, ten gunste van België uit te vallen. Tegenover de lagere belastingen in België staan de gezondere, productievere, Nederlandse werknemers. Nuttige overheidsuitgaven dragen bij aan het vermogen van bedrijven om te concurreren.

Echt bang hoeven we van beleidsconcurrentie dus niet te worden. Toch kreeg Wilke dinsdag op één punt Rick van der Ploeg aan zijn zijde: belastingheffing. Beleidsconcurrentie leidt tot een (te) hoge belasting op arbeid en tot een (te) lage belasting op kapitaal. Kapitaal is mobiel en slaat voor hoge belasting op de vlucht. Arbeid is immobiel en moet betalen. De relatief hoge belasting maakt arbeid duur en bevordert zo de werkloosheid. Het is daarom een goed idee om op Europees niveau afspraken te maken over het belasten van kapitaal (en milieu, waarvoor dezelfde argumenten opgeld doen).

Een magere oogst na alle EMU-ophef in de afgelopen weken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden