Kredietcrisis maakt einde aan dertig jaar neoliberalisme

De markt blijft het hart van de economie, maar met de financiële crisis is de neoliberalistische zeepbel uit elkaar gespat....

Zie het als een experiment, dat de Britse premier Margaret Thatcher na haar aantreden in 1979 inzette en onder de Amerikaanse president Ronald Reagan in de jaren tachtig vaart kreeg.

De werkhypothese: laat individuele burgers hun eigenbelang nastreven op vrije markten, en de welvaart zal toenemen – niet alleen voor die burgers zelf, maar voor de hele maatschappij. Vandaar dat regeringen wereldwijd staatsbedrijven verkochten, publieke diensten privatiseerden en het mes zetten in overheidsregulering. Want, zoals Reagan in 1984 zei, toen hij voor aanvang van een radio-interview de microfoon moest testen: ‘De negen meest angstaanjagende woorden uit de Engelse taal zijn: I’m from the government and I’m here to help.’

De internationale kredietcrisis heeft nu, een kleine dertig jaar later, een radicaal einde gemaakt aan dat experiment.

De uitkomst: mislukt.

Een tijdperk van rotsvast geloof in de werking van de vrije markt is vorige maand afgesloten. De Amerikaanse Federal Reserve moest toen Bear Stearns, een van de grootste zakenbanken van de wereld, van de ondergang redden. Daarbij zette de centrale bank 30 miljard dollar overheidsgeld op het spel. Ook in Engeland schoot de regering te hulp: de bank Northern Rock werd genationaliseerd.

Bear Stearns en Northern Rock hadden zo veel risico genomen met hun investeringen in dubieuze Amerikaanse hypotheken, dat kleine klanten en grote geldschieters het vertrouwen verloren en hun geld terughaalden. Had de overheid niet ingegrepen, zo oordeelden opgeluchte analisten achteraf, dan hadden ook andere banken als dominostenen kunnen omvallen en was de wereld op een ineenstorting van haar financiële architectuur afgestevend.

De Republikeinse regering van George Bush ontpopte zich vervolgens als onvervalst Keynesiaans, met een omvangrijk stimuleringspakket om de economie van de Verenigde Staten – die door de kredietcrisis gehavend is – weer draaiend te krijgen. Reagan moet zich in zijn graf hebben omgedraaid.

Alsof de ideologische verwarring nog niet groot genoeg was, riep ten slotte de directeur van het Internationaal Monetair Fonds, het instituut dat volgens andersglobalisten verantwoordelijk was voor het wereldwijd uitzaaien van de neoliberale ideologie, andere landen op het Amerikaanse voorbeeld te volgen en rechtstreeks te interveniëren in de financiële markten. Sommige commerciële banken verloren zo veel geld, dat ze volgens IMF-directeur Dominique Strauss-Kahn alleen nog met belastinggeld overeind gehouden konden worden. Valt die noodkreet af te doen als de voorspelbare reflex van een verstokte Franse socialist – dat is immers de herkomst van de nieuwe IMF-directeur –, de hogepriesters van de financiële wereld zelf vallen hem bij. Josef Ackermann, de topman van Deutsche Bank, zei vorige maand en plein public ‘niet langer te geloven in de zelfherstellende kracht van de markt’. Hij sprak vervolgens zijn dank uit dat de overheid had ingegrepen bij Bear Stearns; het faillissement van het neoliberalisme op een presenteerblaadje.

Voortekenen

De voortekenen van dat faillissement waren er de afgelopen jaren volop: de roep om de helpende hand van de overheid die nu ook in het hart van het kapitalisme klinkt, klonk elders al veel langer. In het ene na het andere Latijns-Amerikaanse land hielpen kiezers linkse regeringen in het zadel. Prompt regelden die regeringen de hernieuwde nationalisering van de olie-industrie (Venezuela), de nutsbedrijven (Argentinië) of de telecom (Bolivia). In Westerse landen stak – door het verloren gaan van banen vanwege outsourcing en offshoring – protectionisme de kop op. De overheid werd met klem verzocht een beschermingsmuur op te richten en de banen van fabrieksarbeiders niet aan globalisering prijs te geven.

Ook in de strijd tegen klimaatverandering wordt om een sterke rol van de overheid gevraagd. Grote Amerikaanse multinationals, waaronder General Electric en chemieconcern DuPont, riepen het Witte Huis vorig jaar op ‘agressief’ beleid te ontwikkelen om de uitstoot van broeikasgassen door het Amerikaanse bedrijfsleven te beperken. ‘Bedrijven die geen belang hebben bij beperking van hun uitstoot zeggen niettemin: ‘Hier ligt een serieus probleem. Dat moet aangepakt worden, en wel nu’, zei een van de initiatiefnemers tegen de New York Times.

En nu de voedselcrisis wereldwijd is losgebarsten, klinkt in rijke en arme landen weer de kritiek dat de markt de klus niet kan klaren. Voedsel te belangrijk is om aan de soms wilde krachten van vraag en aanbod over te laten. Strauss Kahn van het IMF, twee weken geleden in de Britse krant Financial Times: ‘Nu gaan wachten tot de markt zichzelf corrigeert, is geen bevredigende oplossing.’

Ook in Nederland klinkt die roep voor een sterkere overheid en voor indamming van het domein van de markt. Het huidige kabinet heeft zo’n sterke lastenverzwaring doorgevoerd, dat het na Prinsjesdag vergeleken werd met het kabinet-Den Uyl uit de jaren zeventig.

Minister Wouter Bos van Financiën zette in het najaar een radicale streep door de plannen om het overheidsbedrijf Schiphol te privatiseren. Minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken) schreef in februari, toen zij een evaluatieonderzoek over twintig jaar marktwerking aanbood aan de Tweede Kamer, dat ‘het herordenen van markten met valkuilen is omgeven’. Zulke taal was onder de paarse kabinetten van de jaren negentig ondenkbaar geweest.

Bedrijfskas

Waar is het misgegaan met het neoliberale experiment? Laat vooraleerst duidelijk zijn dat iedereen zich in de aanloop naar de kredietcrisis aan de regels heeft gehouden. In tegenstelling tot bij de boekhoudschandalen rond Enron, Ahold of World Online aan het begin van het millennium, zijn hier geen wetten overtreden, aandeelhouders bedrogen of stiekeme grepen gedaan in de bedrijfskas. Alle spelers hebben precies gedaan wat van ze verwacht werd: ze maximaliseerden hun eigenbelang, zoals economen dat zo mooi uitdrukken. Veel banken hielden hun meest risicovolle beleggingen weliswaar voor het oog van de buitenwereld verscholen, en toverden die pas tevoorschijn toen de crisis in volle hevigheid was losgebarsten en de beleggingen hun waarde verloren, maar dat valt de bankiers niet aan te rekenen: het is waar je op mag wachten in een wereld zonder goede regels.

Waar zitten de problemen dan wel? Van de drie aannames die het neoliberalisme maakt over economisch gedrag – mensen zijn rationeel, ze opereren individueel (dat wil zeggen: laten zich niet door hun sociale context beïnvloeden) en hebben uitsluitend oog voor hun eigenbelang – zit de bottleneck zeker niet bij de laatste premisse. Gelet op de riante salarissen en de zo mogelijk nog hogere bonussen die de afgelopen jaren in de financiële sector werden verdiend, zit het met de behartiging van het eigenbelang wel goed.

De vraag is of hetzelfde geldt voor die andere twee aannames. Want hoe rationeel is het om hypotheken te verkopen aan arme mensen met een slechte kredietgeschiedenis, van wie je weet dat ze het geld eigenlijk niet kunnen terugbetalen? Waarom lieten banken nieuwe financiële producten fiatteren door een partij – de zogeheten kredietbeoordelaars – die je graag te vriend willen houden, omdat zij nog lang opdrachten van je hopen binnen te slepen? Waarom lieten zij hun eigen interne controlemechanismen versloffen en werden herhaalde alarmsignalen genegeerd? Hoe kan het zijn dat zij niets hebben geleerd van vorige financiële crises?

Bonussen

Een van de verklaringen is het perverse bonussysteem dat in de financiële wereld is verankerd. Veel winst maken voor de bank leidt tot hoge bonussen voor de bankiers en de handelaren die met geld van de bank speculeren. Maar als zij grote verliezen lijden, heeft dat niet het tegendeel – een korting op het jaarinkomen – tot gevolg. Met andere woorden: door dat asymmetrische beloningssysteem wordt risicovol gedrag aangemoedigd.

Bovendien werkt het bonussysteem een focus op de korte termijn in de hand: extra winst die een nieuwe beleggingsstrategie oplevert, betaalt zich aan het eind van het jaar meteen uit in de vorm van een hogere bonus. De vraag of die nieuwe strategie ook op lange termijn goed is voor de bank en voor de financiële wereld, hoeft niet beantwoord te worden. De kredietcrisis geeft het antwoord wel. Het luidt ontkennend.

De perverse werking van het systeem wordt nog eens versterkt doordat bonussen in de financiële wereld niet alleen geld opleveren: ze worden door bankiers en handelaren met beide handen aangegrepen om tot een onderling vergelijk te komen, en status voor zichzelf te genereren.

Dat merkwaardige construct uit de economieboeken dat homo economicus heet, is zelfs in de financiële wereld ver te zoeken.

Hoe nu verder? Voor de financiële sector is het tijdperk van deregulering zonder twijfel ten einde. Het Witte Huis heeft al plannen klaar liggen waarin het toezicht op de financiële sector flink wordt aangescherpt.

Opvallend: voor de nieuwe blauwdruk keek de minister van Financiën Henry Paulson af bij het Nederlandse systeem. Van mensen als Laurens-Jan Brinkhorst, de oud-minister van Economische Zaken, die steeds maar weer betoogden dat Nederland een voorbeeld moest nemen aan de dynamiek van de Amerikaanse economie, is niets meer vernomen.

Hernieuwde regulering zal niet aan de VS voorbehouden blijven. Het Financial Stability Forum, het belangrijkste internationale overlegorgaan voor overheden, centrale bankiers en toezichthouders op de banken, presenteerde onlangs een 74 pagina’s dik plan om de greep van de autoriteiten op de financiële wereld te verstevigen. Ook het bonussensysteem ligt in dat plan onder vuur.

Met een terugkeer naar centraalgeleide economieën hebben die plannen niets te maken. Grootschalige nationaliseringen liggen niet in het verschiet, want de markt is en blijft het hart van het economische systeem.

Maar de kredietcrisis haalt voorgoed een streep door Thatchers en Reagans veronderstelling dat het nastreven van eigenbelang overal en altijd leidt tot meer maatschappelijke welvaart. Het mensbeeld dat aan dertig jaar neoliberaal beleid ten grondslag ligt, is dan ook aan ingrijpende herziening toe.

Bankiers en burgers maken hun beslissingen slechts in beperkte mate rationeel; hun geheugen is zo kort dat zij weinig leren van fouten uit het verleden; ze zijn bijzonder gevoelig voor status en nemen, om die status te verwerven, vaak meer risico dan goed is voor henzelf en hun omgeving; ze opereren niet individueel maar zijn juist erg vatbaar voor groepssentimenten en kuddegedrag.

Zulke mensen kun je de vrije markt niet toevertrouwen. Ze hebben een sterke overheid nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden