Krassen, krabbels, krullen

Miljoenen zullen in Nederland niet worden geboden voor de manuscripten van bekende schrijvers. Nederlanders hebben het altijd gnt gevonden in de correspondentie van een ander te kijken....

De donkere kamer van Damocles onder de hamer.

De correctie bevatte slechts woord, maar het handschrift was onmiskenbaar dat van J.H. Leopold (1865-1925), nerveus en wat stijfjes uit de pen gevloeid. 'Hier' moest worden veranderd in 'er'. De aantekening stond op bladzijde 43, de tweede druk van de bundel Verzen, herinnert Piet van Winden van het Leidse antiquariaat Aioloz zich.

Dit soort ontdekkingen hoort bij het ambacht. Wie, zoals hij, verbeten jaagt op manuscripten moet diep graven. Op elke pagina van beduimelde boeken uit in lang geleden ingepakte dozen kan een juweeltje schuil gaan. Een doorhaling, een kriebel voor de kantlijn, misschien steekt er een brief tussen de bladzijden, of, oh mirakel, een complete correspondentie.

Van Winden: 'Bij Leopold is schrift heel zeldzaam. Dichter bij de kern van de dichter kun je niet komen. Zo'n vondst vertienvoudigt de waarde van zo'n uitgave.' Hij spit, zeker op veilingen, letterlijk tot op de bodem. Wie weet heeft een concurrent die eerder op een kijkdag de inhoud zag, het sieraad wel onder in de doos weggemoffeld.

Op het tafeltje temidden van uitpuilende boekkasten en volle vitrines stapels nog na te pluizen dozen staan uit het zicht achterin de winkel passeert een reeks door auteurs beschreven paperassen. Een brief van Rainer Maria Rilke uit Parijs aan zijn uitgever, vraagprijs 2200 euro. Correspondentie van een nog jonge Robert van Gulik (schepper van Rechter Tie), 2000 euro. Ook leuk: een uitgetikt gedicht van Charles Bukowski, waarin hij treurt om het verlies van zijn gestolen Volkswagen, compleet met verbeteringen en tekeningetje van het voertuig met zon en bloem, 1150 euro. Iets buiten het vakgebied: een papiertje met groet van bokser Muhammed Ali. Serve God. He is the Goal. 295 euro.

Het zou zo maar kunnen; Van Winden stelt het met enige tevredenheid vast: de magie van het manuscript wint aan glans. Niet dat geldhongerig beleggersvolk zich al heeft gemeld. Maar er was lekker veel belangstelling voor een luxe-uitvoering van de catalogus 2002 die hij uitgaf met een verzameling handschriften uit de Nederlandse literatuur. En toen hij onlangs manuscripten van Gerrit Komrij aanbood, stond de winkel vol.

Morgenavond volgt een nieuwe lakmoesproef voor de populariteit van de pennenstreek. Bij veilinghuis Bubb Kuyper in Haarlem, waar met regelmaat manuscripten worden verhandeld, komt een voorstudie van De donkere kamer van Damocles onder de hamer. W.F. Hermans schreef het verhaal Een overgevoelige natuur (43 pagina's) in het voorjaar van 1952 in een dummy van Multatuli's Woutertje Pieterse. Het maakte geen deel uit van het Hermans-archief. De schrijver dacht waarschijnlijk dat hij de Multatuli verkocht, toen hij in 1973 een deel van zijn bibliotheek van de hand deed.

De liefhebber wordt verondersteld te watertanden: dit is niets minder dan een blik in de ontstaansgeschiedenis van een van de belangrijkste Nederlandse literaire werken. Taxatiewaarde: twintig-tot vijfentwintig duizend euro.

Directeur Jeffrey Bosch wist het na het lezen van pagina zeker: Hermans. Wat vlak, het handschrift. Haastig opgeschreven, wat stroef lopend, met weinig precieze uithalen. Bosch gelooft niet dat hoog is ingezet. 'Hier worden realistische prijzen gemaakt.'

Nederland heeft een achterstand in te halen, bezweren de kenners. In het buitenland gaan tonnen, zo niet miljoenen over tafel. Het Schiller National Museum in Marbach, Duitsland, betaalde op een veiling in Londen miljoen pond voor de kladversie van Der Prozess van Franz Kafka. Goethe, Schiller, dat zijn halfgoden in Duitsland; daar wil je wat van hebben. Maar Van Winden was hier nog het mikpunt van hoon en spot, toen hij twaalfhonderd gulden neertelde voor een ansichtkaart, waarop Louis Couperus had geschreven: 'hartelijk dank'. Dat betaal je niet, voor twee woorden.

De luidste gongslag in Nederland klonk eind november 1996 voor het manuscript van De Avonden van Gerard Reve, met hoofdstukken die in soms wel tien verschillende versies op papier waren gekomen. Koper was het Letterkundig Museum in Den Haag, dat 160 duizend gulden betaalde en daarmee niet alleen het aankoopbudget voor een jaar er riant doorjoeg, maar nog moest aankloppen bij het ministerie van Onderwijs om het bedrag rond te krijgen.

Waar de opwaardering vandaan komt? Van Winden: 'Jarenlang hameren op hetzelfde aambeeld begint eindelijk vruchten af te werpen. Nederland begint minder calvinistisch te worden. Men gunt zich eindelijk dit soort dingen.' Bubb Kuyperdirecteur Bosch: 'Nederlanders hebben het altijd nogal gnt gevonden in de gedachtevorming en de correspondentie van een ander te kijken. Pas de laatste jaren groeit het besef dat het interessant is.'

Snel volgt nuancering. Groot is het wereldje van verzamelaars niet. 'Enkele honderden', schat Bosch. Van Winden gebruikt als graadmeter het bezoekersaantal van de jaarlijkse Book and Print Fair in Amsterdam, toch een hoogmis voor collectioneur en connaisseur: er komen er een krappe 2500 op af, inclusief de vertegenwoordigers van openbare instellingen als het Letterkundig Museum en bibliotheken.

Ze komen wel uit brede lagen van de bevolking, opleiding en inkomens varin 'een beetje het Boudewijn Bbliek', zegt Van Winden. Hun energie richt zich meestal op schrijver. Zeker Reve en Hermans gelden als typische verzamelaarauteurs. Van jonge schrijvers is het minder eenvoudig materiaal te bemachtigen: hun worsteling met het ambacht verdwijnt tegenwoordig in de krochten van de tekstverwerker. Er zijn verzamelaars die een correspondentie proberen op te zetten in de hoop hun idool op die manier handschriften te ontfutselen.

Wat ze fascineert in die krullen en krassen? Bosch: 'Je kruipt zo dicht mogelijk op de huid van een auteur. Je krijgt een kijkje in de keuken.' Van Winden: 'Het is de fascinatie voor de puurste vorm waarin literatuur tot ons kan komen. Het is een diepe sensatie Reve als winnaar uit het woud van afgekeurde zinnen te zien komen, om je te buigen over hetzelfde papier waar Couperus zich over boog. En het is bevrediging op afroep. Je pakt het uit de kast en de emotie is er.'

Is dan een beetje te begrijpen wat er gebeurt als iemand belt die wat correspondentie van J.J. Slauerhoff (1898-1936) heeft liggen? Ruim zeventig brieven en kaarten aan notabene zijn jeugdliefde, Heleen Hille Ris Lambers, domineesdochter te Jorwerd en zijn muze voor het leven, geschreven toen hij scheepsarts was. De enveloppen van de Java-China-Japan Lijn zaten er nog bij, net als het telegram van de moeder van de dichter aan Heleen met het doodsbericht van haar zoon: 'Jan gisteravond overleden Cor'. Van Winden mag dan handelaar zijn, hij realiseerde zich ook dat zo'n schat niet in zo maar een kast thuishoort. Het Letterkundig Museum kreeg voorrang bij aankoop, de Mondriaan Stichting sprong bij om de zestigduizend euro op tafel te krijgen.

Museumdirecteur Anton Korteweg is nog altijd verheugd over de aanwinst. Patrimonium veiliggesteld. Maar de toenemende onderkenning dat er waarde schuilt in klad, schets en studie roept bij hem gemengde gevoelens op. Natuurlijk heeft iemand die iets waardevols bezit het recht om het te verkopen. Voor schilderijen wordt toch ook fors betaald? Zo'n voorstudie van Hermans heeft z'n interesse. 'Maar het is wel veel geld voor zo'n manuscript van betrekkelijk geringe omvang.' Aan de andere kant: 'Je hebt het wel over een meesterwerk in studie. Eigenlijk moet je het hebben.' Aankoop zou wel de helft van het budget opsouperen.

Het is simpelweg nog niet zo de gewoonte in literatuurland. Korteweg gebaart naar de hoek van zijn kantoor. Stapels kartonnen dozen belichamen daar de voor het museum nog gangbaarste praktijk. Ze bevatten de nalatenschappen van Boudewijn Bn Lennaert Nijgh, recent in beheer gegeven door de erven; dat de stukken van eerstgenoemde er terecht zijn gekomen is opmerkelijk, de nabestaanden waren het lang niet eens over de afwikkeling van de nalatenschap.

Korteweg: 'We krijgen heel veel gratis. Veel nazaten oordelen dat dergelijk materiaal in het museum thuishoort. We hopen van de genade te kunnen blijven leven. We steken veel energie in het onderhoud van ons netwerk. Vergeet niet dat we in eerste plaats archief zijn, waar biografen en andere wetenschappers voor onderzoek terechtkunnen. We zijn alleseters.'

Maar als er geld wordt gevraagd, dient de afweging zich aan: wat koop je, wat laat je lopen? Er is beleid, blijkt uit de woorden van Korteweg. Over de hoogtepunten in de literatuur bestaat geen twijfel. Die horen hier. Denk dan wel aan het kaliber van Op hoop van zegen, de Mei van Gorter, De Avonden. Verder: ongepubliceerd werk van de grote namen uit de literatuur. Ook te verwerven: archieven van schrijvers met literair-historisch belang. Korteweg: 'Iemand als Ad den Besten mag dan niet de grootste dichter zijn, zijn verwantschap met de vijftigers, voor wie hij mentor en inspirator was, maakt zijn bescheiden de moeite waard.' Afspraak is voorts dat openbare instellingen niet tegen elkaar opbieden. Het resultaat van deze politiek tot dusver: nog geen handvol transacties. Reve, Achterberg, Slauerhoff, Lucebert.

De directeur koestert de gedachte dat veel wat aan de neus van het museum voorbij gaat, uiteindelijk toch wel in Den Haag belandt. De erven delen niet altijd de passie van de verzamelaar. Bovendien, zegt Korteweg, komt het de reputatie van een schrijver alleen maar ten goede als een museum waakt over de nalatenschap. Het is een instelling met prestige. Wie weet figureert de kunstenaar ooit nog op een tentoonstelling. Kom daar maar eens om bij die zonderling op zijn zolderkamertje.

Vooruit, nog een. Van Winden slaat een boek open op het tafeltje. Het bevat een opdracht van Gerard Reve aan literator en essayist Nol Gregoor. 'Voor Nol, het is maar net zoals je het bekijkt. L'auteur soleil, uw Gerard Reve.' Er prijkt een grote inktvlek op de pagina. Vals, zegt Van Winden. Zo schrijft Reve niet, de ondertekening loopt niet vloeiend, dat zie je zo. Van Winden verkoopt het boek wel, voor 75 euro. Ziedaar: als zelfs falsificaties geld gaan opbrengen, is het hoog tijd de markt ernstig te gaan nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden