Kramp en warmte doen Butter lijden

Michel Butter begon voortvarend aan de marathon van Rotterdam, maar plotseling haperde zijn lichaam. 'Ik dacht: als die spier afscheurt, dan scheurt hij maar af.'

ROTTERDAM - Michel Butter kwam naar Rotterdam om een toptijd te lopen, maar hij werd na 42.195 moeizame meters niet op het schild gehesen. Hij vertrok in een rolstoel, met een pijnlijke kuit, een gebutste ziel en zijn hoofd diep in zijn trainingsjack, om onherkenbaar te zijn voor de fotografen die zijn aftocht wilden vastleggen.


Het was gespeelde schaamte, maar Butter raakte onbedoeld de kern van zijn vijfde marathon. Hij had hoog ingezet door te vertrekken op een tijd van rond de 2.09 uur. Hij wilde als eerste Nederlander in Rotterdam onder de 2.10 lopen. Gezien die ambitie was zijn tiende plaats in 2.13.25, achter de beste Nederlander Koen Raymakers (achtste in 2.12.09), teleurstellend.


Butter verhulde zijn gevoelens niet. Hij had zich veel meer voorgesteld van zijn debuut in Rotterdam, de stad waar zijn liefde voor de marathon ontstond. Hij mocht als 16-jarig looptalent uit Noord-Holland het eerste deel van de race als gangmaker lopen en wist prompt dat hij zijn lotsbestemming had gevonden. Hij zou marathonloper worden.


Butter kwam naar Rotterdam als Neêrlands hoop op de langste afstand. Hij achtte zichzelf in staat zijn persoonlijke record van 2.09.58 (Amsterdam, 2012), te verbeteren na een intensieve voorbereiding van twee maanden op hoogte in Kenia, te midden van de Keniaanse toplopers. Aan vier goede marathons op rij (Utrecht, twee keer Amsterdam en Boston) had de 27-jarige atleet veel zelfvertrouwen ontleend.


Met een speciaal voor hem geformeerde groep gangmakers en lopers van vergelijkbaar niveau mikte Butter op een tijd die eerder in Rotterdam onbereikbaar bleek voor Kamiel Maase en Gerard Nijboer, de enige Nederlanders die sneller dan hem zijn geweest op de marathon.Tot halverwege verliep het voorspoedig. Butter kwam door in 1.04.47 en lag op een schema van een tijd laag in de 2.09. Hij leek geen last te hebben van de relatief hoge temperatuur en matige wind. Na ongeveer 26 kilometer liep hij met de Oegandees Abraham Kiplimo en een gangmaker weg van een groepje waartoe ook Koen Raymaekers behoorde. Die liep vorig jaar in Rotterdam 2.10.35.


Die demarrage moest Butter al snel bekopen. Hij voelde kramp in zijn rechterkuit opkomen en raakte even in paniek. Hij zag zich genoodzaakt halt te houden om rek- en strekoefeningen te doen. Hij verspeelde zo'n 15 seconden en zag Raymaekers voorbijsnellen, maar hij kreeg vooral een mentale klap te verwerken. Voor het eerst deed zijn lichaam tijdens de marathon niet wat hij verlangde.


Rust

Butter: 'Ik dacht: ik moet die paniek kwijtraken en de rust terugvinden. Ik moet me niet afvragen hoe dit komt, ik moet zo snel mogelijk van die kramp af. Ik dacht ook: ik heb vier maanden naar deze wedstrijd toegeleefd. Ik heb altijd gezegd: ik wil finishen. Of het nu min 10 graden is of plus 30 graden, ik moet het oplossen. Dat geldt ook voor kramp. Ik dacht: als die spier afscheurt, dan scheurt hij maar af.'


Na de korte pauze wist Butter dat het onmogelijk zou zijn onder de 2.10 te finishen. Met zo'n 15 kilometer te gaan, kon hij slechts gissen hoe zijn lichaam zich zou houden. Hij richtte zich op Raymaekers, die hij een tijdje voor zich kon zien. De kramp bleek hanteerbaar, maar al snel diende zich een nieuwe tegenslag aan. Het kwik was tot 20 graden gestegen. 'Ik had warmtestuwing, ik begon te tintelen. Ik had meer last van de hitte dan van die kuit.'


Vorig jaar presteerde Butter sterk in de bloedhete marathon van Boston, waar de temperatuur uitsteeg boven de 30 graden. In Rotterdam was het 10 graden koeler. Het verschil in beleving had volgens de atleet te maken met de voorbereiding. In de aanloop naar Boston had hij wekenlang getraind in het warme Mexico. De voorbije negen weken moest hij trainen in het ijzig koude Nederland.


Butter was niet de enige atleet die nadeel ondervond van de warmte. De tijden van alle atleten uit zijn groep vielen tegen, net als die van de sterkste Ethiopiërs en Kenianen. Ook zij wisten de beoogde toptijden niet te verwezenlijken en gaven soms minuten toe op hun persoonlijke records.


Dubbel en dwars

Volgens Butters trainer Guido Hartensveld was dat niet meer dan logisch. Terugkijkend oordeelde hij dat de vertrektijd van 2.09 te ambitieus was geweest, gezien de weersvoorspelling. Hij had Butter geattendeerd op het weer, maar die was niet te stuiten in zijn ambitie. Hartensveld: 'Als je in de marathon te snel vertrekt, krijg je dat aan het einde dubbel en dwars terug.'


Butter probeerde enige troost te putten uit de moeilijke omstandigheden. Hij vroeg zich hardop af hoe slecht 2.13.25 was. Ook de andere lopers moesten het snelle aanvangstempo bekopen. 'Het is niet goed gegaan, maar was het zo slecht? Misschien heb ik een fout gemaakt door te gretig te zijn, door halverwege te forceren, waardoor ik kramp kreeg. Maar de voldoening die ik uit deze marathon kan halen, is dat ik ben gefinisht, ondanks de kramp. Elke marathonervaring neem je mee. Er zijn er nu vier goed gegaan. Misschien leer je daar minder van dan van een marathon die niet zo goed gaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden