Kraijers oude werk broeit wél

Het mooist zijn haar portretten. En dan vooral dat ene, hele lege, hele simpele beeld van een hoofd en profil....

In dit soort tekeningen dus, meestal in houtskool, soms in kleur, is kunstenaar Juul Kraijer (1970) op haar best. Starende, expressieloze vrouwengezichten zijn het, bedekt met vissen of ogen, of volgekriebeld met piepkleine tekeningetjes in rode inkt, waardoor het beeld doet denken aan de met Perzische teksten beschreven vrouwen van de Iraans-Amerikaanse videokunstenaar Shirin Neshat.

Maar waar Neshats werk, naast dat sprookjesachtige, politiek geëngageerd is, daar onthoudt Kraijer zich van elke maatschappijkritische noot. Haar wereld is tijdloos, speelt zich af tussen oude Indiase miniaturen, het werk van de kunstenaar Balthus en Japanse houtsneden.

Al jaren tekent ze dezelfde Aziatische vrouwen: naakte, androgyne wezens, zonder noemenswaardige rondingen en lichaamshaar, soms anatomisch niet helemaal kloppend, en altijd tegen een lege achtergrond. Ze zijn sphinx, toverfee, waterelf, geisha. Ze kijken je niet aan, maar dwars door je heen; ze lijken ijl en kwetsbaar, maar blijken verrassend taai, zoals ze tekening na tekening weer opduiken.

In het Stedelijk Museum in Amsterdam zijn ze nu, verdeeld over twee kleine zalen, te zien in het kader van Kabinet Overholland. Vijftien werken in totaal, gemaakt in de afgelopen vijf jaar.

De twee zalen in het Stedelijk verschillen duidelijk van sfeer. Links van de trap hangen de kleine portretten, vergezeld door grotere werken van staande, liggende of hurkende vrouwen.

Eén van de vrouwen heeft een huid die bestaat uit schelpen en fossielen. Een ander blaast stoom uit haar neus naar buiten, of zit kaarsrecht als een sphinx, terwijl tongen uit haar lichaam ontspruiten.

Hier hangen ook de werken waarin Kraijer met een mesje en veel geduld in het papier sneed, waardoor decoratieve miniatuurlandschappen op benen en buik ontstonden, en een tekstwolk die zich geometrisch vertakt vanuit een open mond.

Het zijn prachtige tekeningen, maar als je er vijf hebt gezien, is de zesde teveel.

Dan wordt dat wonderschone modellengezichtje nét iets te zoet, dan komt haar met stervormige bloemen bedekte lichaam nét iets te dicht in de buurt van de kinderboekillustraties van Lydia Postma.

Waar zijn de oudere tekeningen waarop het broeit, waarop de vrouwen elkaar jaloers beloeren, en elkaars lange haren - rats! - afknippen, waarop ze tegelijkertijd onschuldige fee en geniepige toverkol zijn?

In de andere zaal is gelukkig iets van die dubbelzinnigheid terug te vinden. Hier houdt een sphinxachtige vrouw met een vreemd gedraaid lichaam iets ondefinieerbaars in haar hand, dat met stroperige draden aan haar kleine linkerborst vastzit.

Hier hangen ook drie vrouwen die er niet best aan toe zijn. Het mooie landschap dat eerder hun huid bedekte, is nu een rokende en smeulende massa vol gaten en kraters. Expressieloos zijn de gezichten nu niet meer - één van hen heeft haar ogen stijf dicht geknepen, terwijl ze, languit kruipend, haar hand naar haar keel heeft gebracht, alsof ze geen adem meer krijgt.

Of is het je eigen adem die stokt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden