Krachtpatsers houden Karzai in zadel

De macht van de herbenoemde Afghaanse president steunt op voormalige krijgsheren als de gouverneur van Nangarhar, die ‘wortel en stok’ hanteert....

Van onze verslaggever Rob Vreeken

JALALABAD ‘De bulldozer’ wordt hij wel genoemd. Of: ‘een ouderwetse vorst’. Het eerste koosnaampje heeft mede te maken met ’s mans uiterlijk: zijn buik, zijn grove hoofd, zijn hangende onderlip. Een verlicht monarch is hij in zijn stijl van regeren: hij charmeert, trakteert en overtuigt zijn onderdanen. Zo nodig scheldt hij ze de huid vol.

Gouverneur Gul Agha Sherzai is president Karzais onderkoning voor de Afghaanse provincie Nangarhar. Van dit soort lokale krachtpatsers moet de president het hebben, wil hij een beetje kunnen regeren. Sherzai is een van de steunpilaren van het zwakke Karzai-bewind.

In de bloemrijke tuin van het gouverneurspaleis in Jalalabad, de provinciehoofdstad, is te zien hoe hij dat doet. Zo’n honderd baardige mannen, met tulbanden en pakolmutsen op het hoofd, lopen rond en zitten op tapijten. Het zijn dorpsleiders, politiechefs en mullahs uit de districten Sherzad, Pachir Wa Agam en Khogyani.

Ze hebben net vergaderd en geluncht. Sherzai rondt joviaal de laatste bilateraaltjes af. De mannen pakken, voor ze vertrekken, allemaal een grote plastic tas van een stapel. Een deken, aardigheidje van de gouverneur.

De onderwerpen van gesprek, zo vertelt de gouverneur naderhand in zijn werkkamer, waren de veiligheid in de districten en het verbouwen van papaver. Aan dat laatste – voorheen wijd verbreid – is onder Sherzai op wonderbaarlijke wijze een einde gekomen. Sinds het seizoen 2007-2008 is de provincie papavervrij. Met het nieuwe zaaiseizoen in aantocht heeft hij de dorpsleiders op het hart gedrukt de boeren aan het verbod te houden. De bijeenkomst is er een in een reeks: dorpsoudsten uit alle twintig districten komen aan de beurt.

Gul Agha Sherzai geldt in Afghanistan als een succesvol gouverneur. Het elimineren van de opiumcultuur heeft bijgedragen aan zijn statuur. De economische ontwikkeling van zijn provincie is behoorlijk, mede dankzij het grensverkeer met Pakistan en de omvangrijke investeringen van de Amerikanen in dit strategisch belangrijke gebied. Tijdens een rondrit door de districten Kuz Kunar en Kama, ten noorden en westen van Jalalabad, vallen de goede wegen op, bloeiende akkers en mooie gezondheidscentra.

Sherzais huidige imago wijkt nogal af van zijn vorige. Ooit gold hij als een maffiose krijgsheer. Hij was gouverneur van de zuidelijke provincie Kandahar van 1992 tot 1994, voordat de Taliban daar ontstonden. Het was een periode van ongekende chaos. De wegen in Kandahar waren vergeven van gewapende tolheffers, die chauffeurs en reizigers afpersten. Misdaad had vrij spel.

Het was deze anarchie die leidde tot de opkomst van de Taliban – zij brachten rust en orde. Nadat de Taliban in 2001 waren verjaagd, keerden de krijgsheren in Afghanistan doodleuk terug, met steun van de VS. Ook Sherzai heroverde zijn oude post.

Hij kreeg weinig voor elkaar, maar zijn overplaatsing door president Karzai naar Nangarhar in 2005 bracht een gedaanteverwisseling. Hier, als betrekkelijke buitenstaander, introduceerde hij een Afghaanse variant van het poldermodel.

Onderzoeker Dipali Mukhopadhyay van de Carnegie Endowment, een denktank in Washington, beschrijft het bestuursmodel in Warlords As Bureaucrats (Krijgsheren als bureaucraten). Hij ziet een ‘hybride’ systeem, een ‘mix van formele instellingen en informele macht’. Als exponenten van het model noemt hij Sherzai en de gouverneur van de provincie Balkh, Mohammed Atta.

Beiden zijn spin in een web van informele machtsstructuren, beiden gebruiken ‘wortel en stok’ om hun zin te krijgen; Atta meer stok, Sherzai meer wortel.

Sherzai betrekt het tribale leiderschap in zijn beleid, door de maliks (dorpshoofden) en mullahs regelmatig te consulteren en te trakteren op cadeautjes en andere gunsten. Onze bijeenkomst in de gouverneurstuin was niet zomaar een ceremonie, het was de essentie van zijn leiderschap. De krijgsheren werden na 11/9 door de VS gebruikt in de strijd tegen Al Qaida, en waren verder vooral een hindernis bij het opbouwen van een krachtige staat. Maar sommigen onder hen, in het bijzonder Atta en Sherzai, dragen volgens Mukhopadhyay inmiddels bij aan een regeersysteem dat hij ‘goed-genoeg-bestuur’ noemt.

Beider werkwijze ‘ondermijnt misschien de opbouw van de staat, maar bevordert niettemin de agenda van de regering in Kabul’.

Toch kan de gouverneur alleen groot zijn door op de schouders van de lokale shura’s te staan. De kracht van de dorps- en districtsraden bepaalt zijn succes. Ook voor de veiligheid geldt dit. ‘Voor zover er veiligheid is in Nangarhar’, zegt directeur Shafiq Hamdad van radiostation Killid, ‘is dat te danken aan de tribale leiders, niet aan Sherzai.’

Dat de Taliban in Afghanistan kunnen gedijen, komt ook doordat het oude tribale systeem in dertig jaar oorlog is verpulverd. Hoe sterker de stammenstructuur, hoe meer gemeenschappen in staat zijn opstandelingen uit hun gebied te weren. Dit geldt vooral in de oostelijke provincies Paktia, Paktika en Khost, en in delen van Nangarhar.

In het district Kama was een krachtige shura – 72 dorpen groot, met 2.500 families – tot op heden in staat de Taliban buiten de deur te houden. De 39-jarige Malik Baryli is hoofd (malik) van het dorp Shirgar en voorzitter van de grote shura. Een jaar geleden gingen er door ‘de Taliban’ ondertekende nachtbrieven rond, ze lagen bij moskeeën en winkels. ‘Werk niet langer samen met de overheid’, luidde het dreigement.

Baryli: ‘We hebben geantwoord dat wij, als zij problemen hebben met de regering, willen bemiddelen. En verder hebben we geantwoord dat ze het niet in hun hoofd moeten halen hierheen te komen met wapens.’

Of de mondeling verspreide reactie de opstandelingen heeft bereikt, is niet duidelijk; in ieder geval zijn er sindsdien in Kama geen geweldsdaden geweest.

Ook wordt de medewerking van naburige stammen afgedwongen, zegt de shuravoorzitter. ‘Die Taliban, of wie het ook zijn, komen vanuit Pakistan de grens over. Tegen de dorpen in de bergen aan de grens hebben we gezegd: waarschuw ons als er vreemdelingen komen. Doen jullie dat niet, dan moeten jullie een boete betalen van 5 miljoen afghani (ruim 71 duizend euro).’

Het opeisen van de boete is nog niet nodig geweest.

De mensen zijn blij met Sherzai, zegt de malik, ‘maar dat het bij ons rustig is, is te danken aan de shura’s, niet aan de gouverneur.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden