'Kracht van de muziek is nog hetzelfde'

Uit een lijst van jaren-zeventighits stelde de Britse producent Stuart Littlewood de musical Oh! What a night! samen. De show komt naar Nederland, mét Sheila Ferguson (The Three Degrees), die haar successen haalde in de tijd van glitter en maf haar....

Het is ongeveer een kwartier met de trein van het Ashcroft Theatre in Croydon naar het hartje van Londen. Maar de West End allure is een paar lichtjaren verwijderd van deze grauwe jaren zestig kolos. De architect moet een harteloze sadist zijn geweest met een bizarre voorkeur voor tl-verlichting. De foyer lijkt op een bedrijfskantine in het voormalige Oostblok. Leden van een jeugdorkest lopen in slecht gestreken overhemden door de hal op zoek naar een van de zalen waar zij moeten spelen.

Buiten het multifunctionele gedrocht hangen treurig kijkende mensen uit alle windstreken rond het Immigration Office om verblijfspapieren te regelen. Maar als om acht uur de zaaldeuren van het Ashcroft dichtgaan, het orkest het pompende Theme from Shaft inzet, is de triestigheid van de buitenwereld verdwenen en zijn we terug in de jaren zeventig, when the summers were long and the music was cool.

Vijf jaar geleden vroeg Stuart Littlewood, een kleine Britse producent, aan zijn vrienden en kennissen om hun twintig favoriete nummers uit de jaren zeventig op te schrijven. Liedjes van de Bee Gees en Abba waren uitgesloten, want die waren al in gebruik in de musicals Saturday Night Fever en Mamma Mia. Littlewood harkte de veertig meest genoemde nummers bij elkaar, liet een simpel script schrijven ('Shakespeare, it is not', zal de company manager toegeven), ging naar de pruikenwinkel voor wat Afro-kapsels en zette de kleedster aan het werk met lappen blauwe glitterstof en andere foute opzichtige kleuren. Hij hoopte met deze discoshow zes maanden door Engeland te kunnen reizen.

Inmiddels trekt de musical al bijna vier jaar volle zalen in Groot-Brittannië en wordt de speellijst nog steeds aangevuld. Men heeft al een tournee door Australië en Duitsland achter de rug, en er wordt aan een tweede cast gedacht om de VS te bedienen. Vanaf 6 mei is de musical twee weken te zien in Carré in Amsterdam.

Oh! What a night! is een soepele feel-good show met hits als I will survive, Blame it on the boogie, Car wash en That's the way I like it. Een kwart eeuw geleden werd door mensen buiten de gay scene nog wat vreemd aangekeken tegen die indiaan, cowboy, bouwvakker, politieagent en jongeman in leren pak die zongen over de YMCA, de Amerikaanse jeugdherberg op christelijke inslag voor mannen. Nu hoeven de lookalikes van de Village People hun neus maar te laten zien of alle veertig- en vijftigplussers, waarvan velen de fel rode glitterbroek van zolder hebben gehaald, springen van hun stoel en stampen mee. It's fun to be in the YMCA.

Ook voor de spelers zelf is dit nummer een hoogtepunt. Nigel Roche heeft vanaf de première in augustus 1999 verschillende rollen gespeeld, maar is dolgelukkig dat hij zich vlak voor de pauze in het leer mag hijsen. 'Nu zijn de Village People camp, maar de kracht van de muziek is nog steeds hetzelfde.'

Door Roche komt de voorstelling los van de strakke musicalvorm. Hij mag improviseren en lol trappen met het publiek, ook al worden al te enthousiaste toeschouwers vriendelijk maar beslist van het podium geduwd. Roche is the 'the loose canon on board' en dus lastig voor de techniek. Hij heeft ook een vrije dialoog met Sheila Ferguson, die als impresario Roxie Rochelle op zoek is naar talenten in de New Yorkse discotheek The Inferno.

Ferguson was leadsinger van The Three Degrees, een exponent van de succesvolle Philadelphia-sound, die in de jaren zeventig hits hadden met Dirty ol' man en When will I see you again. Een half jaar geleden werd zij aan het gezelschap toegevoegd, waardoor de voorstelling een stevige injectie kreeg. Er wordt in de show uitvoerig naar haar verleden verwezen. Na haar hectische periode met The Three Degrees is haar solocarrière niet echt van de grond gekomen, maar heeft zij wel in een aantal musicals en films gespeeld.

Ferguson heeft de soul en funk uit haar hoogtijdagen vast kunnen houden. 'I'm a survivor', vat ze het na de voorstelling in het hotel kort samen. Ze geeft toe dat ze het behoorlijk zat is om avond na avond weer het oude repertoire van The Three Degrees te zingen. Maar het geeft haar ook wel weer een 'humble feeling' als ze ziet dat het publiek explodeert.

Ze heeft geprobeerd om Oh! What a night! wat meer diepgang te geven, maar die strijd bleek niet te winnen. Daarom is ze blij dat ze na de Amsterdamse serie (Nederland was het eerste land waar de meidengroep in 1973 een gouden plaat kreeg voor Dirty ol' man) en een lange vakantie weer aan een serieuze theaterklus met 'proper acting' kan beginnen. Ze glundert als ze vertelt over de de aanbiedingen voor Broadway en en voor West End.

Voor collega Nigel Roche is de eenvoud van Oh! What a night! geen enkel probleem. Sterker nog, hij ziet de musical als de klassieke afleidingsmanoeuvre in roerige tijden. 'De liefdesteksten krijgen nu onbedoeld een extra lading. Ik zou nu niet naar Les Misérables gaan. Dan word je nog verder in de prut geduwd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden