Kraakhelder en kreukvrij vestingstadje

Nergens in Nederland staan zoveel monumenten bij elkaar als in Heusden. Na een grootscheepse reconstructie is nu alles opgeknapt en schoongepoetst....

OP LUTTELE kilometers van Het Land van Ooit, staat Het Stadje van Ooit. Zeg niet dat dit een openluchtmuseum is, dan wordt het gemeentebestuur boos. Want vanaf 1968, het jaar dat de gigantische restauratie- en reconstructiewerkzaamheden begonnen, heeft het gemeentebestuur steeds gezegd dat in de vesting Heusden gewoon gewerkt, gewoond en gespeeld moet kunnen worden.

De vesting was verpauperd en zwaar beschadigd uit de Tweede Wereldoorlog gekomen. Er was zelfs geen geld om de krotten af te breken. In de jaren zestig wilden stadsvernieuwers hoogbouw neerzetten (mooi uitzicht over de Maas), brede wegen aanleggen en de vestingwallen met de bulldozer de gracht induwen. Wat moeten we nog met die nutteloze zestiende-eeuwse verdedigingswerken? De karakteristieke stervorm was allang niet meer herkenbaar, de wallen deden dienst als moestuintjes.

Wie nu via een van de schaarse toegangswegen de vesting binnenrijdt, ziet scherp uitgestoken bastions en ravelijnen met strak geschoren gras, en een bordje: 'Stadswallen, betreden op eigen risico.' De Tilburgse aannemer Van Hees is blijkens een ander bord bezig met de 'Reconstructie Hoofdwallen Vesting Heusden'. In de drie kwartier dat ik over de complete verdedigingswerken slenter, wordt duidelijk dat zijn werk er bijna op zit - alles ligt er piekfijn bij. De Tachtigjarige Oorlog kan morgen beginnen.

Een stadsgids vertelt: 'Waarschijnlijk omdat het gras hoog stond en niet goed te zien was waar de helling precies begon is er eens een meisje van twee van de wallen getuimeld. Ze mankeerde niets, nog geen schrammetje had ze. Toen is besloten de randen van de wallen aan te scherpen. En er werd een waarschuwingsbordje neergezet om eventuele schadeclaims van toeristen voor te zijn.'

De wallen in Het Stadje van Ooit waren op hun taak berekend. Spanjaarden en later Fransen werden maandenlang met succes geweerd; Adam Freitag noemde in zijn Handboek voor Fortificatie (uitgegeven door Elsevier in 1630) de vesting als lichtend voorbeeld.

Ooit floreerde de vesting Heusden, omdat er een garnizoen gelegerd was, nu bloeit ze omdat jaarlijks een leger van zo'n 300 tot 400 duizend dagjesmensen komt kijken naar een van Nederlands grootste monumentenconcentraties. (Ruim 130 monumenten: dat is ongeveer een monument op iedere twaalf inwoners van de vesting.) Volgens de gemeente biedt de dagrecreatie in Heusden voor 218 mensjaren werk. De totale werkgelegenheid in recreatie en toerisme in de gemeente Heusden (inclusief Het Land van Ooit en de Loonse en Drunense Duinen) omvat 730 arbeidsplaatsen.

Voor de jongere dagjesmens heeft het overkoepelend orgaan Nederlandse Vestingsteden de Walk Bag laten ontwikkelen. Ik haal de blauwe schoudertas op bij de VVV (huurprijs vijf gulden). In de Walk Bag zitten hebbedingetjes om het stadje mee te exploreren: stappenmeter, rolmaat, verrekijker en schietlood, waarmee gecheckt kan worden of de monumenten nog rechtop staan.

De schrijver van de opdrachtenwaaier heeft algemene vragen bedacht die op iedere Nederlandse vestingstad kunnen slaan. En dat pakt niet eens saai uit: de manier waarop je met gradenboog en rolmaat vanaf de grond de hoogte van een toren kunt bepalen is in heel Nederland hetzelfde.

In de Bouwstijlenwijzer staan helaas alleen niet-Heusdense architectuurvoorbeelden: 'De Amsterdamse Vondelkerk is een voorbeeld van neo-gotiek.' En: 'De Beurs in Amsterdam is een voorbeeld van rationalisme.' En daar heb je niet zo veel aan in de vesting Heusden.

De perfect onderhouden monumenten (maar heel weinig verflagen zijn mat uitgeslagen of gebarsten, geen voeg zit los) zijn minder rijk versierd dan de gevels in de Hollandse handelssteden. Hier zijn de gevels niet verfraaid met klauwstukken, festoenen, meanders en ossenogen, zoals Dick Dijs schrijft in Heusden, Medaillon aan de Maas (1988). Nee, in Heusden zie je alleen hier en daar een 'gloop, wat rolneuten, een paar kraagstenen, een beetje mozaïekwerk of iets extra bewerkte muurankers'.

En natuurlijk: veel gevelstenen, die waren nog te betalen. Je kunt raadselachtige teksten tegenkomen: boven een poortje in de Putterstraat, tussen nummer 53 en 55 staat 'J.L.N.S. 17-12-1975 * 49 x een invulhuis = 49 x (thuis + buren) * in een behouden stad'.

Er is één vorm van ouderdom waar de gemeente Heusden een hekel aan heeft. Gebouwde ouderdom die sporen draagt van wind, regen, sneeuw en buitenlucht. Dick Dijs schreef tien jaar geleden in een fotobijschrift: 'Waarom bewaart men dit krot niet in deze staat? Als monument van hoe het in Heusden is geweest.' De eigenaar van Wijksestraat 8, waar de foto genomen is, heeft Dijs' advies opgevolgd. Of eigenlijk juist niet, want het krot is er een stuk slechter aan toe dan in 1988. Het onderste deel van de rechter deurstijl is volledig weggerot. Een verademing.

De gietijzeren richtingaanwijzer op het Burchtplein staat oud en mooi te wezen. Het bordje bovenop de paal toont niet een modern ANWB-logo, maar het gemeentewapen: een roden rad met zes spaken tegen een gouden achtergrond. De legende wil dat dit een onderdeel van een spinnewiel is. Sophia, dochter van de Engelse koning Elderik, werd in de negende eeuw geschaakt door de Tweede Heer van Heusden en meegenomen naar het vestingstadje. Afgezanten van koning Elderik, die zijn dochter opspoorden, vonden Sophia terwijl ze aan het werk was aan een rood spinnewiel. Vandaar.

Alles is oud aan Heusden. En als dat niet zo is, dan is er voor gezorgd dat het toch oud oogt. Neem het bedrijf achter de gevel waarop in ouderwetse letters breeduit Hotel Het Wapen van Amsterdam staat geschilderd. Probeer er geen kamer te boeken, want dit is een vestiging van de Rabobank. Dat zie je pas als je met de deurknop in de hand staat en je oog valt op een klein, houten bordje. Hier geen landelijke Rabo-huisstijl: lichtbakken met een platte menselijke gestalte die zijn schaduw op een soort kompas werpt.

Grote etalageruiten en hedendaagse schreeuwerige reclame-uitingen zijn overal in Heusden verboden. Vraag het bij de grillroom & pizzeria aan de Vismarkt, die het aan de stok had met de gemeente over zijn display-beleid. Supermarkt Attent heeft houten kozijnen, glas-in-lood-versiering, geen grote etalageruiten en een gevelsteen: Boter by de visch. Aan vier affiches met aanbiedingen en een gele plastic vlag kun je zien dat we in 1999 leven.

Ook de auto's in Het Stadje van Ooit bestrijden het beeld van een openluchtmuseum. In de gemeentenota heeft de projectmedewerker Recreatie & Toerisme, afdeling Educatie & Welzijn, handmatig het voornemen doorgestreept om de Vismarkt autovrij te maken. De gemeente wil wel op andere manieren de recreatieve automobiliteit terugdringen. 'Het cultuurhistorische decor moet verbeterd worden.'

Op de maquette wijst de stadsgids met een bamboestok naar de plek waar scheepswerf Verolme Scheepsbouw Heusden ligt. Het is er leeg: kennelijk past de beeldbepalende werf, waar vierhonderd mensen werken en die in grote problemen verkeert, niet bij het beeld dat toeristen van Heusden moeten krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden