Koud kunst

In Mexico is de dood overal, ook in het museum. Fotojournalist Teun Voeten sprak de kunstenaars en fotografeerde in Mexico.

In de botanische tuin van de Mexicaanse stad Culiacan poseren jonge meisjes in paarse prinsessenjurken. De foto's zijn voor hun quicañera, de 15de verjaardag, wanneer meisjes in Latijns-Amerika de overgang naar de volwassenheid vieren. Iets verder staan zes betonnen zerken in een cirkel op de grond. Niets bijzonders, er staan meer kunstwerken in het park. Dan pas valt een inscriptie op: 'Beton vermengd met het water waarmee vermoorde mensen werden gewassen in het mortuarium.'


Het werk is van Teresa Margolles, een van de kunstenaars uit Culiacan die drugsgeweld als haar thema heeft. Margolles werd internationaal bekend door een controversiële installatie op de Biënnale van Venetië van 2009 waar de vloer voortdurend gedweild werd met water dat vermengd was met bloed van vermoorde mensen. Het verdampende water liet een microscopisch dun laagje bloedcellen achter op de vloer, dat werd meegenomen door de schoenzolen van de bezoekers.


'Het mortuarium is mijn atelier', verklaarde Margolles ooit in een interview. Haar kunstenaarscollectief heet SeMeFo, de Mexicaanse afkorting voor de forensische medische dienst die belast is met het uitvoeren van autopsies op moordslachtoffers. Bloed en op crime scenes verzamelde artefacten zijn haar basismateriaal. De qué otra cosa podríamos hablar? - 'hoe is het nog mogelijk om over iets anders te praten' was de titel van haar werk in Venetië, een duidelijk statement over haar engagement.


Margolles woont inmiddels afwisselend in Mexico-stad en Madrid, maar in haar geboortestad Culiacan opereren nog steeds illustere collega's als de conceptuele kunstenaar Maria Rosa Robles, die met bebloede dekens werkt waarin lijken zijn gevonden; de schilder Lenin Marquez, die nauwgezet geliquideerde slachtoffers met verwrongen gezichten afbeeldt en fotograaf Fernando Brito, die in de vroege morgen, in teer licht, moordoorden fotografeert.


Obsessie met de dood

Mexico heeft altijd een obsessie met de dood gehad, al vanaf de precolumbiaanse cultuur met zijn begrafenisrituelen, waarin de dood en wedergeboorte zo'n grote rol speelden. 'Voor ons is de dood een natuurlijk gegeven waarvoor we respect hebben. Wij omarmen de dood evengoed als we het leven vieren', zegt Rosa Maria Robles.


In het dagelijkse leven is de belangrijkste feestdag de Dia de los Muertos, als de doden worden geëerd met de mascotte La Catrina, een vrouwelijk skelet in kokette kledij. Dan is er nog de cult van Santa Muerte, een mix van katholicisme en heidense symboliek die erg aanslaat is bij de criminele onderklasse.


De doodscultus heeft ook in de moderne kunst zijn sporen nagelaten. In het werk van Frida Kahlo, zelf slachtoffer van een zwaar busongeluk, bijvoorbeeld. Kahlo schilderde bij herhaling bebloede lichamen, schedels, ziekenhuisbedden en misgeboorten. Haar werk is een aaneenrijging van rampspoed, lichamelijke ellende en geestelijke uitputting. Thematiek die ze deelde met cineasten en schrijvers als Luis Buñuel en Octavio Paz, en die Mexico een aura gaf een maatschappij te zijn waarin dood en leven elkaar diep in de ogen kijken. Een aura dat ook buiten de landgrenzen herkenbaar en aantrekkelijk bleek, met name voor westerse kunstenaars. Denk aan de dramatische slotscènes van Under the Volcano, waarin de hoofdrolspeler om het leven komt, natuurlijk tijdens de Dia de los Muertos. Denk ook aan Damien Hirst. De Britse kunstenaar kocht enkele jaren geleden een vakantiehuisje in Mexico. Hij gaf te kennen dat een van zijn bekende kunstwerken, de met diamanten ingelegde schedel, is geïnspireerd op de kristallen schedels die werden gebruikt in Azteekse rituelen.


Lag de dood altijd al op de loer in het door oorlogen, revoluties en armoede geplaagde Mexico, nu liggen de doden letterlijk op straat. Sinds president Calderon in 2006 de oorlog aan de drugskartels verklaarde, zijn er vijftig duizend mensen omgekomen, meer dan in Irak en Afghanistan samen. De gevaarlijkste stad ter wereld, Ciudad Juarez, bereikte in 2010 meer dan 3.100 moorden, op een bevolking van ruim een miljoen. Moord en doodslag zijn inmiddels zo gebruikelijk dat het alleen nog maar de internationale pers haalt in het geval van massaslachtingen of extreme gruwel. Zoals onlangs de brandstichting in het casino van Monterrey met 52 doden. Of de 35 gedumpte lijken in de ochtendspits van Veracruz.


Opgerold in een deken

Elke dag worden in Culiacan slachtoffers gevonden op verlaten velden en weggetjes, onder bruggen, op desolate industrieterreinen - jongens uit de lagere kaders van de drugskartels meestal, maar ook wel eens onschuldige voorbijgangers, en in een enkel geval een lid van politie of justitie. Soms met vastgebonden polsen, soms met sporen van martelingen, soms opgerold in dekens. Dit laatste komt zo vaak voor dat er een nieuw woord in het narco vocabulario is ontstaan: gedekende, encobijado, een moordslachtoffer die opgerold is in een deken, al dan niet met bloed besmeurd.


Rosa Maria Robles maakte in 2007 een installatie in het museum van Sinaloa die Rode Loper als titel had. Ze spreidde authentieke met bloed doordrenkte dekens uit over de vloer en liet het publiek er over lopen. De tentoonstelling werd wereldnieuws toen het openbaar ministerie de dekens in beslag nam als officiële bewijsstukken.


'Ik wist dat ik iets sterks had gemaakt, maar het was nooit mijn bedoeling geweest om te bewust te provoceren', vertelt Robles. Pas toen de lokale krant El Debate twee foto's publiceerde van dezelfde deken, eerst gewikkeld om een moordslachtoffer, vervolgens in het museum, ontstond een schandaal. Robles en de museumdirecteur werden grondig ondervraagd. 'Ze probeerden me bang te maken, zeiden dat ik naar de gevangenis kon gaan. Maar ik heb gezwegen over hoe ik aan de dekens ben gekomen. Dat zou te gevaarlijk zijn voor de mensen die me geholpen hebben.'


Uiteindelijk werd Robles vrijgelaten. 'De autoriteiten beseften zelf ook wel dat het een artistieke installatie was. De dekens zijn later uit hygiënisch oogpunt verbrand. Jammer.' Loopt Robles geen gevaar omdat de georganiseerde misdaad haar werken als te kritisch kan beschouwen? Ze haalt de schouders op. 'De drugsbazen leven in een andere wereld. Ze hebben geen idee wat zich in musea afspeelt.'


Robles werkt veel met Fernando Brito, fotoredacteur en fotojournalist van El Debate. Een van haar werken is een bed en tafel waar de dekens en tafelkleed vervangen zijn door voorpagina's van de krant met beelden van bloedige afrekeningen. Een ander werk betreft een versie van een Pièta, in plaats van een dode Jezus houdt ze nu een bebloede deken vast. Voor haar worden op de grond 365 moordtaferelen achter elkaar geprojecteerd, foto's van Brito. 'Ik vroeg aan hem hoeveel moordfotos hij kon leveren', vertelt Robles. 'Duizenden, zei hij.'


Teun Voeten (Boxtel, 1961) is antropoloog en oorlogsfotograaf. Hij deed onder meer verslag van de oorlogen in Bosnië, Haïti en Rwanda, Afghanistan, Soedan en Sierra Leone . Zijn foto's worden internationaal gepubliceerd, in kranten en tijdschriften als Vrij Nederland, Vanity Fair en New York Times. Bekend werd Voeten onder meer ook met zijn boek Tunnel People (1996), een inmiddels verdwenen gemeenschap van New Yorkse daklozen die leefden in een spoorwegtunnel onder het chique Riverside Park in Manhattan. De afgelopen twee jaar reisde Voeten tenminste twaalf keer af naar Mexico, en legde de doden van de daar woedende drugsoorlog vast.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden