Kostenziekte kunstwereld dwingt tot ingrijpen

De Nobelprijs voor de economie zal de Amerikaanse econoom William Baumol er niet mee winnen, maar voor de culturele sector is de naar hem vernoemde kostenziekte al 35 jaar uiterst relevant....

Baumol wijt de geldzucht van de culturele sector aan de gebrekkige mogelijkheden tot technologische vooruitgang en automatisering. Een violist speelt in een uur nog evenveel muziek als tweehonderd jaar geleden. De gemiddelde werknemer produceert echter een veelvoud van de arbeider van twee eeuwen terug. De arbeidsproductiviteit van de culturele sector raakt volgens Baumol steeds verder achterop bij andere sectoren. Hierdoor dreigen de kunsten op den duur onbetaalbaar te worden, behalve wanneer iemand, bijvoorbeeld de overheid, de kostenstijgingen in de kunsten wil betalen.

En daar wringt de komende kunstenplanperiode de schoen, blijkt uit het rapport Het bost aan, een analyse van autonome kostenstijgingen in de cultuursector, dat de werkgeversorganisaties in de kunsten woensdag aan Winnie Sorgdrager van de Raad voor Cultuur aanboden. Onderzoek is overigens een groot woord voor het rapport van Cap Gemini, Ernst & Young. De kostbare consultants baseren namelijk een flink deel van hun conclusies op diepte-interviews met de werkgevers in de kunsten. Vervolgens slaan zij aan het rekenen met cijfers die voor een deel afkomstig zijn van diezelfde opdrachtgevers.

Het rekenwerk van Cap Gemini dient dus vooral een politiek doel. De werkgevers proberen de cultuurvorsers van de Raad voor Cultuur en op de achtergrond het ministerie van OC & W te doordringen van de steeds stijgende kosten in de culturele sector. De weinig objectieve onderzoeksconstructie laat onverlet dat de werkgevers een punt hebben. Door gebrekkige inflatiecorrectie, stijgende pensioenpremies, striktere arbowetgeving, hogere brandveiligheidseisen en een hele reeks sectorspecifieke wetten en regels blijft er namelijk steeds minder geld over voor de beroepsgroep om wie het allemaal begonnen was: de kunstenaars en creatievelingen zelf.

Ironisch is dat de overheid zelf verantwoordelijk is voor een groot deel van de gesignaleerde kostenstijgingen. In de praktijk blijkt namelijk dat algemene regels en wetten in de kunstensector tot problemen leiden. Een voorbeeld: de Arbo-wetgeving schrijft voor dat werknemers in het kader van hun werk niet meer dan 25 kilo in één keer mogen tillen. Letterlijk genomen betekent deze wet de doodsteek voor de danssector. Dansers die elkaar door de lucht gooien heffen namelijk regelmatig meer dan het maximaal toegestane gewicht. Zij zijn dan ook vrijgesteld van dit aspect van de wet. Dat geldt echter niet voor technici, die decors moeten tillen. En decors die uit kleine en lichte delen bestaan zijn nu eenmaal duur.

De overheid en de Raad voor Cultuur staan nu voor een lastige keus. Als zij besluiten om de werkgevers in de kunsten tegemoet te komen voor de autonome kostenstijgingen, moeten er kunstinstellingen sneuvelen. Geld om dit bij alle instellingen te regelen is er simpelweg niet. Het alternatief - Baumols kostenziekte laten woekeren - is echter nog minder aanlokkelijk. Want zonder ingrijpen dreigt het gevaar dat kunstinstellingen straks aan alle regels voldoen, maar geen geld meer over hebben voor het inhuren van acteurs, dansers en musici.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden