Kosovaren op de vlucht

Etnische zuivering is nog de enige term die dekt wat zich in Kosovo afspeelt. Albanezen worden verdreven door geweld, door angst, door gebrek aan voedsel, Albanezen worden vermoord - en masse of één voor één - steden worden geplunderd en staan in brand en geen bombardement kan aan deze golf...

Zondag steken elk uur honderden Albanezen de belangrijkste grensovergang tussen Kosovo en Macedonië over. Eén auto per minuut, minstens vijf mensen per auto. De meesten ontvluchten de steden: Prizren, Urosevac, Djakovica, Pristina.

In de steden is geen voedsel meer te krijgen. Niet omdat het schaars is, maar omdat er geen winkels meer zijn, en omdat het levensgevaarlijk is om je op straat te begeven, een straat die wordt beheerst door doodseskaders. Buiten bevinden zich volgens de vluchtelingen alleen nog Serviërs, die de laatste winkels leegplunderen voor ze in brand worden gestoken.

In Pristina staat geen Albanese winkel, geen café, geen restaurant meer overeind. Op de eigenaren van zaken waar veel buitenlanders kwamen, wordt nog steeds jacht gemaakt.

De oude binnenstad van Djakovica is verwoest. Het centrum van Pec en enkele andere wijken zijn uitgebrand. Volgens inwoners liggen in Pec de lijken op straat. Ook in Podujevo, Glogovac, Srbica, Suva Reka, Orahovac, Stimlje, Kosovo Polje en Komoran woeden branden.

Veel vluchtelingen zijn niet door vuur, honger of angst, maar direct door de Servische politie het land uit gejaagd. In alle steden zijn wijken ontruimd. Nadat zaterdag al twintigduizend mensen de heropende grensovergangen naar Macedonië passeerden, schuift ook zondag auto na auto na auto voorbij naar Macedonië.

Tussen de auto's schuifelen voetgangers de grens over. Atka Suma was de laatste inwoner van het dorp Rezance. De 63-jarige was in het dorp achtergebleven om over het vee te waken. Tot zondag de politie kwam en hem aantrof.

'Wat doe je hier nog', zeiden de agenten. 'Rot op. Ga naar Albanië, waar je thuishoort.' Zijn gekneusde en opgezwollen gezicht vertelt hoe hij is behandeld.

Aan de grens met Albanië wachten zondag vijftigduizend andere vluchtelingen om eveneens het gehavende Kosovo te verlaten. Zij vertellen hoe in het dorp Goden dertien, anderen zeggen twintig, onderwijzers zijn opgehangen. Zij vertellen hoe in het brandende Djakovica honderden, anderen zeggen duizend, mensen de dood hebben gevonden.

De Britse minister van Defensie Robertson neemt dat bericht zondagochtend uiterst serieus. Maar of het waar is, is bijna niet te achterhalen. Het valt alleen te vrezen. Omdat de berichten die wel gecontroleerd kunnen worden al zo angstaanjagend waar zijn.

Vrijdagavond om negen uur is een Servische eenheid Velika Krusa en enkele dorpen in de omgeving - niet ver van Orahovac - binnengevallen. Zaterdagochtend worden in Velika Krusa 25 lijken gevonden; mannen, vrouwen en kinderen.

Bij Bela Crkva liggen dertien lichamen: acht kinderen, drie vrouwen en twee mannen: de familie Zhunici en het vluchtelingengezin dat bij hen onderdak had gezocht. In een ander dorp worden twee oude mannen dood aangetroffen. Zij zaten in een rolstoel, en zijn in hun huizen verbrand. Her en der worden nog wat afzonderlijke doden gevonden - in totaal zestig.

Zoveel is zeker.

Maar de vrees bestaat dat alleen in die regio er veel en veel meer doden zijn gevallen. Twee overlevenden vertellen hoe Albanezen per bus uit Kosovska Mitrovica naar het noorden wilden wegvluchten. De bus werd aangehouden, ongeveer twintig inzittenden werden een greppel ingejaagd en daar doodgeschoten.

Ook zoveel is zeker.

Telefonisch melden inwoners van Vucitrn dat het hele stadje is afgebrand. De laatste bewoners wachten naar eigen zeggen op het moment dat ook zij door de Serviërs worden afgevoerd. In de dorpen Vucak en Trdevc zitten zaterdag nog zevenduizend, en in Tushila tienduizend vluchtelingen op nog geen kilometer van de Servische troepen. Hoe hun toestand zondag is, is niet te achterhalen.

Ondertussen worden de restanten van het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) op diverse plaatsen onder de voet gelopen. In de Lap-regio, een gebied rond Podujevo dat tot een maand geleden vast in UCK-handen was, liggen tientallen dorpen onder vuur. Ook vliegtuigen worden door de Serviërs ingezet. Twee Joegoslavische MiG's bombarderen - zaterdagochtend - het dorp Berisha.

In de hoofdstad Pristina gaat ook in het weekeinde de jacht op intellectuelen door. Nadat vorige week de mensenrechtenactivist Bajram Kelmendi en zijn twee zoons waren ontvoerd en vermoord, is nu Veton Surroj, hoofdredacteur van de krant Koha Ditore en een van de Albanese onderhandelaars in Rambouillet opgepakt. Zoveel is zeker. Alleen of hij nog leeft, is niet zo zeker meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden