kosjer

'We wilden in Berlijn naar het Isra ë lisch museum', zei Cisca D., van het feministische blad Opzij. 'Maar we zijn er meteen weer uit gelopen....

'Israëlisch museum?', vroeg ik. 'In Berlijn? Je bedoelt het Joods Museum.'

Want zo blijven de misverstanden maar in de wereld.

Enfin, de mensen in Berlijn zijn stukken vriendelijker dan die in Amsterdam. In de

U-Bahn laten ze je eerst uitstappen, alvorens zelf naar binnen te gaan. En in winkels en cafés houden ze de deur voor je open, in plaats van hem tegen je neus te laten knallen. Je kunt je er natuurlijk over beklagen dat de bewaking van het Jüdisches Museum niet in handen is van het Leger des Heils. Ténzij je je het (levensgrote) risico van aanslagen realiseert.

Jawel: de bezoeker die aanwijzingen te traag opvolgt, en z'n spullen te vroeg op de lopende band van de röntgenscanner legt, wordt terechtgewezen. Op scherpe toon soms. Raar? Bedenk dat deze museumportiers nazaten zijn van vervolgden die ook in de rij stonden: om de dood te worden ingejaagd. H£n bewakers kenden geen erbarmen. Mogen deze jongens dan íets terug doen, meine Damen und Herren? Zouden ze niet worden beslopen door de gedachte: wat deed dein Opi, wat deed dein Vati in '40-'45? Nah?'

Je pakt de trein naar Berlijn niet alleen om je te vergapen aan de weelde van het Kaufhaus des Westen (potje afgeprijsde kaviaar voor 250 euro), om in het Haus am Check point Charlie te zien hoe vernuftig ddr-burgers waren in hun vluchtpogingen, of om je achter een blonde Berliner Kindl te verbazen over de metamorfose van Oost-Berlijn. Aan de Lindenstrasse in Kreuzberg sta je ineens in een ijskoude ruimte: donker, hoge wanden, en ergens bovenin een spleetje licht. De symboliek van de holocaust, in de opvatting van architect Daniel Libeskind, is huiveringwekkend onderdeel van een met zink overtrokken bliksemschicht, die verleden en heden met elkaar moet verzoenen. Via hellende gangen (de assen van Con ti nu ï teit, Ballingschap, en van Terreur) word je langs tweeduizend jaar Duits-joodse ge schie denis geleid. Ik koop ansichtkaarten. Eentje waarop een groene rups uit een tube tandpasta kruipt. En eentje waarop scheercrème uit de kraan komt. Tekst, in Duits of Hebreeuws: 'Joods Museum Berlijn, niet wat u verwacht.' 'Get ver, je gaat die smakeloze kaarten niet versturen', zegt mijn vrouw boos. 'Zeep uit de kraan: je wéét toch dat uit mensenvet van vermoorde joden zeep gemaakt werd?'

De joodse bijdrage aan de Duitse cultuur hield niet op bij de gaskamers: d t is hoofddoel van de permanente expositie die, gek genoeg, amper verwijst naar het joodse proletariaat, dat er wel degelijk was, zoals in Warschau en Amsterdam. Wel is er ineens een elektronisch stembureau met de vraag of een jood president van de Duitse Bondsrepubliek kan worden? Aantal nee-stemmers: ver in de meerderheid. 'Bent u antisemiet?' is de vraag aan het eind van de route. De schriftelijke reacties zijn onthullend. De een: 'Hoe kan een volk dat zelf zo geleden heeft, een ander volk onderdrukken?' De ander: 'Wir lieben die Juden, aber wir hassen Sharon'.

Een van de twee reacties is niet kosjer. Wél ke? Dat hoeven we níet te vragen aan de houdster van het diplomatieke paspoort over wie Elsbeth Etty in de nrc schreef: 'Als zij Israëliërs bedoelt, zegt zij joden. En als zij joden zegt, spat de haat uit haar ogen.' Of, zoals Joris Luyendijk in dezelfde krant vaststelde: 'Met vrienden als Gretta Duisenberg heb je als Palestijn geen vijanden meer nodig.' Misschien zou Gretta óók eens naar het Joods Museum in Berlijn kunnen gaan.

Samen met Cisca D.?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden