‘Kortjakje stond bepaald niet in hoog aanzien’

Neerlandica Jant van der Weg (68) schreef een boek over de historie van klassieke kinderliedjes als Kortjakje en Berend Botje....

Hoe heeft u uw onderzoek aangepakt?

‘De Koninklijke Bibliotheek heeft een grote collectie oude prenten, waaronder veel illustraties bij liedteksten. Daarin vond ik aanknopingspunten voor verder onderzoek in literatuur en op internet. Neem bijvoorbeeld het liedje Er zat een aapje op een stokje. Op de prenten zie je exotisch ogende jongens met een aapje. Toen ik verder ging zoeken, bleken er in de 18de eeuw mannen uit de Zuid-Franse Savoie naar het noorden te trekken om met hun apen op te treden voor geld. Door die lijntjes te verbinden, probeer ik de herkomst van zo’n lied te achterhalen.’

Hoe kan het eigenlijk dat er zoveel van de betekenis van deze liedjes verloren is gegaan?

‘In eerste instantie werden ze vooral mondeling overgedragen en dan gebeurt het nogal makkelijk dat iets verkeerd wordt verstaan, zeker als kinderen ze zingen. Zo veranderden de teksten telkens een beetje. Op een gegeven moment is dan de hele context zoek.’

En hoe zat het met Kortjakje, was dat echt een hoertje?

‘Het meest waarschijnlijke is dat Kortjakje is gebaseerd op de 17de eeuwse Rachel Valderappus, een sekreetjuffrouw, een toiletjuffrouw, die wel een drankje lustte. Op het oudste gevonden liedblaadje staat als titel: ‘Een nieuw lied van Kortjackje, oft leve en bedrijf van ene secrete vrou in dese stad, die so gaere de borrel had.’ Later zijn er varianten gemaakt waarin de zin ‘zondags als haar liefste komt, is ze weer gezond’, werd vervangen door ‘zondags ziet ze heer pastoor, daar spreidt zij haar beentjes voor’. Kortjakje stond bepaald niet hoog in aanzien, maar het is niet zeker dat zij als prostituee werkte.’

De populairste kinderliedjes zijn vaak eeuwenoud. Worden er geen nieuwe klassiekers meer gemaakt?

‘Dat is niet helemaal zo. Er is een bundel van populairste kinderliedjes, Liedjes met een hoepeltje erom, en daarin staan ook moderne evergreens als Dikkertje Dap en Beertje Pippeloentje.’

Maar toch worden vooral die oude klassiekers nog heel veel gezongen. Wat verklaart het succes?

‘Doordat we de oorspronkelijke betekenis niet meer kennen, hebben veel van de liedjes een onzinkarakter gekregen. Ik denk dat dat kinderen wel aanspreekt; kleine kinderen zijn vooral gevoelig voor klankcombinaties. Verder zijn het vlotte, makkelijk te onthouden melodieën. En het gevoel van nostalgie, van iets dat door grootouders en ouders wordt overgedragen, is volgens mij ook iets waar mensen naar op zoek zijn.’

Toch is er een boek nodig om ze aan de vergetelheid te onttrekken?

‘Het muziekonderwijs is niet meer als vroeger. Ik heb zelf op school gewerkt, toen zongen we de bundel Ons Volkslied helemaal suf. Dat zie je niet meer. Ik hoop dat dit boek eraan bijdraagt dat de liedjes niet worden vergeten, want ze zijn interessant als cultureel erfgoed als je de betekenis kent. Neem het liedje Ik stond laatst bij een poppenkraam. Als je in de geschiedenis duikt kom je uit in Groningen, waar arme Duitsers in de zomer hooi kwamen oogsten. Het originele liedje spreekt niet van poppen, maar van ‘poepen’, afgeleid van het Duitse Buben, kerels. Zo noemden Groningers de Duitse maaiers die in een marktkraam hun diensten aanboden. Dat zijn grappige historische weetjes.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden