Kort na een grote klap

DESOLAAT is bijna altijd een cliché. Donkere luchten zijn desolaat. En lege ruimten. Een verlaten vertrekhal. Een huiskamer, met ergens in een hoek een hond op een vochtig kleed....

Eureka van de Japanse regisseur Shinji Aoyama steunt op desolate beelden. Alleen zoekt Aoyama desolatie niet in ruimten, luchten of honden. In Eureka is de psyche van de personages desolaat. De karakters - een buschauffeur (Makoto), twee kinderen (Naoki en Kozue) - hebben een beschadigde herinnering. De chauffeur is daardoor niet in staat zijn werk te doen. De broer en de zus praten niet meer.

In Aoyama's regie oogt hun verknipte universum alledaags. Eerst toont hij, van een afstand, een gewelddadige gijzeling van een stadsbus - de oorzaak van de psychische chaos. Vervolgens registreert hij de reis die de ex-gijzelaars met een bus maken.

Aoyama schreef Eureka als een reactie op de gifgas-aanslagen in de metro van Tokio. Maar Eureka ontstijgt de realiteit van krantenkoppen. Het drama ontpopt zich als een essay over de zin van het leven. Makoto, Naoki en Kozue kunnen daar niet, zoals mensen altijd doen, met hun levensloop op antwoorden. Hun levensloop is een ontkenning van de zin van het leven.

Wie op zomaar een dag, op weg naar school, mede-passagiers vermoord ziet worden, weet voor eens en voor altijd dat alles in het leven betrekkelijk is. De gijzeling en het bloedvergieten ontwrichten de werkelijkheid van de chauffeur en de scholieren. Met hun busreis pogen zij geluk en ongeluk opnieuw in balans te krijgen. De film, in sepia en zwart, is een impressie van een wereld zonder vluchtroutes.

De bioscoopbezoeker kijkt met de ogen van een geestelijk geblesseerde. In Eureka bestaan winnaars noch heiligen. De personages bewegen als slaapwandelaars en spreken niet of spaarzaam. Zelfs wandelingen in de avondlucht zijn aangetast; waar de bus stilhoudt, laten vrouwen het leven. Doodgestoken.

Met wijde shots en schrijdende camera's reduceert Aoyama mensen tot marionetten. Zij zoeken naar de vrijheid van de onbeschadigde mens, maar die vrijheid ontglipt hen als een roofdier.

Eureka is het visuele equivalent van het doffe geluid in de oren, kort na een luide knal. Prettig zijn suizende oren niet, maar de luttele seconden na een klap gelden wel als bakens van helderheid. De hersenen werken efficiënt (Wat was dat voor een knal? Is het hier veilig? Komt mijn gehoor alweer terug?), even maakt chaos plaats voor overlevingsdrang.

Dát gevoel roept Aoyama op, 217 minuten lang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden