Koppels trouwen nauwelijks meer in algehele gemeenschap van goederen na nieuwe wetgeving

Koppels trouwen nauwelijks meer in algehele gemeenschap van goederen. Tot vorig jaar deed de overgrote meerderheid van de stellen dat nog. Oorzaak lijkt de invoering van de nieuwe huwelijkswetgeving: sinds 1 januari 2018 trouwen stellen niet langer automatisch in algehele gemeenschap van goederen maar in ‘beperkte’ gemeenschap.

Een bruidspaar in een bollenveld net buiten de Keukenhof. Foto anp

 Volgens een peiling van kennisorganisatie Netwerk Notarissen vraagt slechts 13 procent van de aanstaande echtelieden die de moeite nemen om voor huwelijkse voorwaarden naar de notaris te stappen, naar de ‘ouderwetse’ variant. Vóór invoering van de nieuwe wet trouwde ongeveer driekwart van alle koppels in algehele gemeenschap van goederen.

Bij trouwen in beperkte gemeenschap van goederen behoudt iedere partner zijn privévermogen. Bij een scheiding moeten de partners het gezamenlijk vergaarde vermogen verdelen. De individuele vermogens en schulden opgebouwd vóór het huwelijk blijven buiten de gemeenschap. Het wetsvoorstel, ingediend door de toenmalige Tweede Kamerleden Swinkels (D66), Van Oosten (VVD) en Recourt (PvdA) werd op 28 maart vorig jaar aangenomen. Stellen die in algehele gemeenschap van goederen willen trouwen, moeten nu langs de notaris.

Peiling

Minister Dekker (Rechtsbescherming) kondigde in februari dit jaar het plan aan om de algehele variant buiten de huwelijkse voorwaarden te laten om de optie gemakkelijk en betaalbaar te houden. Lucienne van der Geld, directeur van Netwerk Notarissen, vond het voorstel van Dekker ‘opmerkelijk’ omdat het zo kort na de invoering van de wet volgde. De notariskoepel was zelf namelijk voorstander van de wetswijziging. Netwerk Notarissen deed daarom een peiling onder 222 aangesloten notarissen om uit te zoeken hoeveel animo er in de praktijk nog is voor trouwen in algehele gemeenschap.

Uit die peiling blijkt dat gemiddeld slechts 13 procent van de mensen bij de notaris naar de vroegere standaardoptie vraagt. Ook kiezen koppels na voorlichting vaker voor andere opties, zoals trouwen in ‘obligatoire’ gemeenschap van goederen. Van der Geld: ‘Dus als iemand eigenaar is van een huis, dan heeft de ander geen recht op de helft van het huis zelf, maar wel op de waarde ervan. Als de partner die geen eigenaar is van de woning schulden krijgt, kan zijn schuldeiser geen beslag leggen op de woning. Als je in algehele gemeenschap van goederen trouwt, kan dat wel.’

Prijzig

Dat de algehele variant na de wetswijziging zo nadrukkelijk op zijn retour is verbaast hoogleraar notarieel recht Pim Huijgen (Universiteit Leiden) niet, want huwelijkse voorwaarden zijn prijzig. ‘Je bent er ongeveer 700 euro aan kwijt. Mensen gaan dat echt niet betalen, dus de afname is logisch’.

Dat koppels door de wetswijziging minder huwelijkse voorwaarden afsluiten lijkt Huijgen ook onwaarschijnlijk, al was dat wel een doel van de initiatiefnemers. ‘Volgens mij worden er potentieel zelfs meer huwelijkse voorwaarden gemaakt. Er zijn nu zoveel opties om uit te kiezen en de beperkte gemeenschap van goederen is een technisch lastig systeem. Hoe weet je over 20 jaar nog wat je voor je huwelijk aan vermogen had?’

Netwerk Notarissen presenteert de resultaten van het onderzoek binnenkort aan minister Dekker.