achtergrond

Koopkrachtreparatie? Het kabinet kan wat doen aan het minimumloon, de rest is aan de polder

Nu de inflatie stijgt richting 6 procent, slaat op het Binnenhof de paniek toe. Wat doet dat met de koopkracht? Kabinet en Kamer kunnen daar met het verhogen van het minimumloon iets aan doen. Maar dan zijn we er nog niet.

Gijs Herderscheê
De kerstmarkt in Valkenburg.  Beeld Marcel van den Bergh
De kerstmarkt in Valkenburg.Beeld Marcel van den Bergh

‘Waar blijft uw koopkrachtherstelplan, zo vraag ik de staatssecretaris. Ik wil dat het liefst vandaag, maar uiterlijk komende donderdag.’ Leon de Jong (PVV) lanceerde de kreet ‘koopkrachtherstelplan’ dinsdag tijdens het debat over de begroting van Sociale Zaken. De volledige Tweede Kamer schaarde zich daar achter. Er moet iets gebeuren om de koopkracht op peil te houden terwijl de inflatie omhoogschiet.

Maar wat? Verhoging van het minimumloon ligt voor de hand. Dat zal een groot deel van de Tweede Kamer donderdag tijdens de afronding van de begrotingsbehandeling vragen van Dennis Wiersma, de waarnemend demissionair minister en demissionair staatssecretaris van Sociale Zaken. Dat lijkt politiek ongevaarlijk, want de meeste partijen hadden dat al in hun verkiezingsprogramma staan.

Complicerende factor is dat tijdens de formatie wordt onderhandeld over verhoging van het minimumloon door VVD, D66, CDA en CU. Zijn zij bereid hun plannen nu al weg te geven? De hamvraag is bovendien of de uitkeringen, zoals de bijstand, die verhoging moeten volgen. VVD en CDA vinden van niet, al willen ze wel aparte verhoging van de ouderdomsuitkering AOW. Zij willen de andere minima het liefst met belastingverlichting steunen. Maar dat kan pas per 2023.

Kamer heeft haast

Tweede complicatie is dat de hoogte van het minimumloon en de uitkeringen twee keer per jaar worden vastgesteld, op 1 januari en 1 juli. Een deel van de Kamer, de VVD voorop, wil wachten op het totaalplaatje dat de formatie gaat opleveren. Anderen, de SP voorop, willen gebruikmaken van het momentum en meteen reageren op de sterk gestegen inflatie in oktober en november. Zij willen dat de minima, de minimumloners en alle uitkeringen, op 1 januari er wat bij krijgen. Dat lijkt kort dag, maar het is eerder vertoond. In 2017 werd, nog tijdens de formatie, het eigen risico in de zorgverzekering met een wetswijziging bevroren.

Een verhoging heeft indirect invloed op het hele loongebouw. Want als het minimumloon omhoog gaat, gaan in principe ook de lagere loonschalen omhoog. Anders haalt de laagstbetaalde zijn iets beter beloonde collega in. Zo kan iedereen profiteren van een hoger minimumloon.

Het is wel de vraag of dat voldoende koopkrachtreparatie biedt, zeker als de inflatie op het huidige niveau blijft. Dan zijn werkenden aangewezen op CAO-onderhandelingen. Met collectieve loonsverhogingen kunnen werknemers gecompenseerd worden voor de inflatie.

Dreigende loon-prijsspiraal

De bonden staan in principe sterk, want het bedrijfsleven boert over het algemeen goed en er is krapte op de arbeidsmarkt. Werkgevers ‘vechten’ om vakkrachten. Toch voelen veel werkgevers niet voor algehele verhogingen. Liever geven zij werknemers individueel loonsverhoging of ‘kopen’ ze ze weg bij concurrenten. Werkgevers vinden dat zij niet op aarde zijn om de koopkracht van werknemers op peil te houden. De vakbonden vinden dat juist hun bestaansrecht, de kern van de klassenstrijd.

De tegenstelling werd na de karige wederopbouwjaren begin jaren zestig overbrugd door Philips met de automatische prijscompensatie, de ‘apc’, waardoor de inflatie periodiek werd gecompenseerd met automatische loonsverhogingen. De apc kwam zo’n beetje in alle CAO’s, tot doordrong dat dit een loon-prijsspiraal in de hand werkte: door de stijgende lonen gingen de prijzen omhoog waarna de lonen weer stegen enzovoort. Bovendien werden de bonden ‘overbodig’ want de koopkracht bleef toch wel op peil. Na de crisis van de jaren zeventig, begin jaren tachtig verdween de apc daarom uit CAO’s. De loonsverhoging moest weer door de bonden ‘bevochten’ worden. Maar met de crisis in het achterhoofd werd loonmatiging het adagium.

Sindsdien ademen de loonsverhogingen in CAO’s mee met de conjunctuur. Met vertraging, dat wel. Gaat het goed, dan volgen de loonsverhogingen pas later. Die pieken meestal net voordat de conjunctuur omslaat.

Dovemansoren

Toch kondigde de vakcentrale FNV in september met vooruitziende blik een herintroductie aan van de automatische prijscompensatie plus 100 euro als algemene looneis voor 2022. Tot nu toe is dat aan dovemansoren gericht. Alleen de CAO voor tweeduizend mensen in de sport- en natuursector – zwembaden, kinderboerderijen – is een uitzondering. Daar is de apc inmiddels voor drie jaar afgesproken.

De loonsverhogingen die recent in CAO’s zijn afgesproken bieden nipt koopkrachtbehoud. Terwijl de FNV dit jaar 5 procent erbij wilde, turfde de Awvn, de werkgeversadviseur bij CAO-overleg, 382 akkoorden voor 3,7 miljoen werknemers met gemiddeld 1,9 procent loonsverhoging – precies de achterhaalde inflatieraming van het Centraal Planbureau voor 2021. Looneis en loonsverhoging steken schril tegen elkaar af, maar Nederland heeft geen staking traditie. Voor 2022 meldt de Awvn nog maar 5 CAO’s voor 42 duizend werkers met gemiddeld 2,6 procent loonsverhoging. Of dat genoeg is voor koopkrachtbehoud, hangt af van de inflatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden