Kooldioxide mag in de bodem, maar dan niet zo diep

Tijdelijk terug in Nederland neemt bodemkundige dr. ir. Sombroek (62) met verbazin kennis van de discussie over ondergrondse opspalg van kooldioxide (CO2), het voornaamste broeikasgas....

PIET VAN SEETERS

Sombroek is dertien jaar directeur geweest van het Wageningse bodemkundig instituut Isric en vervolgens werkte hij vijf jaar als directeur van de divisie Land en Water bij de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, waar hij onlangs met pensioen ging. Sombroek heeft zijn suggestie ruim een half jaar geleden onder de aandacht van de Nederlandse regering gebracht.

Want voor Nederland kan de gedachte extra interessant zijn, zegt hij. Het ziet ernaar uit dat Nederland zijn ambitieuze doelstelling voor vermindering van de CO2 emissies (in 2000 min 3 procent in vergelijking met 1990) niet haalt. En bovendien kan Nederland met Sombroeks methode iets terug doen voor de schade die onze bio-industrie aanricht.

Het principe is ook voor leken niet moeilijk te begrijpen. Kooldioxide is een schoon gas dat planten nodig hebben om te groeien. Hoe meer ervan in de lucht zit, hoe harder de planten groeien. Het nadeel van CO2 is dat het gas het natuurlijke broeikaseffect versterkt en dat waarschijnlijk daardoor de aarde warmer aan het worden is.

De laatste jaren is uit talrijke onderzoekingen naar klimaatverandering duidelijk geworden dat planten meer CO2 opnemen dan tot voor kort verondersteld werd. Dat geldt niet alleen voor bomen maar ook voor gras. Ook is duidelijk geworden dat het gas niet alleen bovengronds wordt opgeslagen, in bomen en gewassen, maar vooral ondergronds. In de gematigde streken is in organische stof in de bodem in de vorm van humus en wortels drie tot tien keer meer koolstof opgeslagen dan in de bovengrondse vegetatie. Zelfs in de tropische regenwouden met hun weelderige vegetatie, zegt Sombroek, zit er ondergronds evenveel koolstof als boven de grond.

De koolstof onder de grond is stabiel of kan stabiel gemaakt worden. Alle koolstof die je op die manier in de bodem stopt, gaat dus niet meer de atmosfeer in en doet niet meer mee aan het versterken van het broeikaseffect. Bovendien is de hoeveelheid koolstof in de bodem variabel. Die kan naar believen worden uitgebreid.

De bovenste bodemlaag van landbouwgebieden (akkerland of grasland) is dus in potentie een zeer grote opslagplaats voor kooldioxide. Nederlandse onderzoekers hebben bijvoorbeeld al vastgesteld dat in Nederlands grasland onder- en bovengronds meer CO2 opgeslagen is dan in tropische regenwouden.

Het is ook niet moeilijk, zegt Sombroek, de hoeveelheid koolstof in de bodem te vergroten. Dat doe je door er meer organische stof in te brengen in de vorm van matuurlijke mest, compost of groenbemesting. Wanneer je dat combineert met mineralen als kalk en langzaam uit gemalen gesteente oplossend fosfaat dan wordt de kwaliteit van de bodem drastisch verbeterd. En dat leidt weer tot een betere plantengroei. Bovendien wordt het erosiegevaar kleiner en zijn planten minder gevoelig voor droogte. Ze kunnen immers dieper wortelen.

Het drievoudige voordeel is duidelijk, zegt Sombroek. Er wordt meer kooldioxide in de bodem opgeslagen, de bodemkwaliteit wordt hoger en door verbetering van de landbouwgronden hebben bewoners van de Derde Wereld minder behoefte om bossen ten behoeve van nieuwe landbouwgrond plat te branden.

Bij de FAO heeft Sombroek de aanzet gegeven voor een programma om in landbouwgebieden in de Derde Wereld de bodemkwaliteit te verbeteren door het humusgehalte te verdubbelen. Maar voor ontwikkelingslanden is dit geen prioriteit. Het is een project dat op korte termijn geen zichtbaar en zeker geen spectaculair resultaat oplevert.

De FAO en de Wereldbank proberen daarom ontwikkelde landen voor deze vorm van hulp te interesseren. Volgens Sombroek zou het mooi zijn als in het in Rio gesloten Klimaatverdrag de mogelijkheid geschapen wordt voor joint implementation. Dat betekent dat ontwikkelde landen een deel van hun CO2-uitstoot compenseren door het elders in de wereld vast te leggen. De Nederlandse elektriciteitssector doet iets dergelijks door met een speciale stichting, FACE, in ontwikkelingslanden bossen aan te leggen.

Maar compensatie voor kooldioxide-uitstoot kan dus evengoed door CO2 in landbouwbodems op te slaan, vindt Sombroek. Nederland zou dat bijvoorbeeld kunnen doen in Brazilie en Thailand. Daar wordt op veel plaatsen de bodem uitgeput door de teelt van soja en tapioca, het veevoer voor onze bio-industrie.

Piet van Seeters

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden