Kool en geit sparen dient de politie niet

De voorgestelde veranderingen bij de politie betekenen geen grootscheepse reorganisatie, want de regiokorpsen blijven bestaan, betoogt Johan Remkes...

De heren Elsenaar en Hofstra van Deloitte schetsen een ‘derde weg’ voor het politiebestel (Forum, 27 juni). ‘Een nieuw politiebestel moet nationale en lokale prioriteiten kunnen verenigen’, luidt hun stelling, die ik van harte onderschrijf. Dat is precies wat het kabinet beoogt met het voorstel voor de nieuwe Politiewet, dat nu voor advies bij de Raad van State ligt.

Ook het kabinet wil geen nationale politie die overwegend vanuit de Haagse commandotoren wordt aangestuurd. Wat wil het kabinet wel? Er komt een politieorganisatie, bestaande uit 25 regionaal georganiseerde korpsen en een landelijk korps, met aan het hoofd van die organisatie een directieraad. De regionale politiekorpsen blijven dus gewoon bestaan, er komt geen grootscheepse reorganisatie. De politieman op straat moet gewoon zijn werk kunnen blijven doen. Het nieuwe politiebestel moet er juist voor zorgen dat hij of zij het werk nog beter kan doen dan nu. De politie blijft lokale problemen aanpakken en blijft dicht bij de burger staan.

Wat beoog ik met de wijziging van het bestel? In hoofdzaak twee doelen die ook door de adviseurs worden onderschreven. Ten eerste een beter functionerende politie door grotere efficiency en betere samenwerking in het beheer van de politie (bijvoorbeeld één computersysteem voor alle politie, zodat informatie tussen korpsen kan worden uitgewisseld).

Ten tweede betere sturingsmogelijkheden voor rijksprioriteiten met het oog op (inter)nationale criminaliteit, terrorisme en dergelijke. Het door de adviseurs bepleite onderscheid tussen gezag en beheer is juist ook de kern van het kabinetsvoorstel. De directieraad gaat leiding geven aan de nieuwe politieorganisatie en wordt verantwoordelijk voor het beheer (zoals inkoop, financiën en ICT) van de politie. De directieraad legt over zijn functioneren verantwoording af aan de beide politieministers. Die kunnen vervolgens beter dan nu het geval is politieke verantwoording tegenover het parlement afleggen. Dit is in het huidige politiebestel niet goed geregeld.

De burgemeester en de officier van Justitie houden in het kabinetsvoorstel het gezag op lokaal niveau over de politie. Daarnaast is er het regionale politiebestuur, dat net als het huidige politiebestuur bestaat uit alle burgemeesters in de regio en de hoofdofficier van Justitie. Het regionale politiebestuur stelt onder meer het regionale politiebeleidsplan vast, dat wordt gebaseerd op de lokale prioriteiten van de gemeenten uit de regio, op de prioriteiten van het openbaar ministerie en op landelijke prioriteiten die door de ministers zijn vastgesteld.

De rol van de gemeenten wordt versterkt, want bij het opstellen van het regionale politiebeleidsplan moet het bestuur inbreng vragen van de gemeenteraden in de regio. Het regionale politiebestuur bepaalt daarnaast ook hoe het budget en de politiesterkte worden verdeeld in de regio. En doordat het straks samenvalt met het bestuur van de veiligheidsregio ontstaat er een eenduidige aansturing van politie, brandweer en hulpdiensten en daarmee van het totale veiligheidsbeleid in de regio.

De heren van Deloitte kiezen in hun ‘derde weg’ deels andere oplossingen dan het kabinet. Belangrijkste verschil is dat in hun model de regionale korpsen aparte rechtspersonen blijven. Daarmee lijken ze een poging te doen aan alle wensen van alle betrokkenen tegemoet te komen. Ik noem dat: de kool en de geit sparen. En dat is wat mij betreft niet de beste manier om de slagkracht en transparantie van de politie te vergroten.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden