Konitz blaast Lantaren leven in

Rotterdam Een veilig festivalthema is het: Personal Voices. Gastprogrammeur Michiel Borstlap, zelf afgelopen weekend tweemaal actief op Jazz International Rotterdam, hing de programmering op aan onderscheidende signaturen. Maar is het niet zo dat een jazzmuzikant pas interessant raakt als deze een eigen stem heeft?

Daarom veel aandacht voor duo-optredens, waarin je je niet kunt verstoppen. Hoogtepunt van het weekend was de onverwoestbare Lee Konitz, die in gesprek ging met de vijftig jaar jongere Dan Tepfer. Stella by Starlight, Subconscious-Lee - de bekende standards die Konitz graag speelt - kwamen ontleed voorbij en subtiel werd er geciteerd. De samenwerking met pianist Tepfer was bedachtzaam. Het aan- en uitkleden van de standards ging met kunde en hartelijkheid, waarin stilte de basis vormde van een dynamische improvisatie.


Konitz speelde in het nieuwe LantarenVenster, een prachtig, multifunctioneel cultuurgebouw. De wat koude jazzzaal kenmerkte zich door een warm geluid en was zaterdag terecht uitverkocht, want de goede concerten volgden elkaar op.


Donkere grooves

Zoals Kneebody, een Amerikaanse band die op gejaagde wijze donkere grooves achter elkaar wierp. Trompet en tenorsaxofoon vormden geregeld één front tegen het geweld van drummer Nate Wood. Jammer dat de beantwoordende akkoorden uitbleven, maar toetsenist Adam Benjamin ontbrak dan ook wegens ziekte.


Ook het Gideon van Gelder Kwintet imponeerde. Zijn plaat Perpetual behoort tot de leukste en beste albums van afgelopen jaar. Vaak treedt de jonge pianist niet op; de bandleden wonen in de VS.


Vandaar dat hij aantrad met een gelegenheidsformatie met onder anderen zijn broer Ben van Gelder op altsax en zangeres Francien van Tuinen. De uitgestrekte composities karakteriseerden zich door een grote fragiliteit. Soms klonk het wat onwennig en werd er gespeeld van het blad, maar de kwetsbaarheid was spannend om naar te luisteren.


Vertrouwd sfeerloos was concertgebouw De Doelen, waar het zondag te doen was. Dan moet de muziek het goed maken, maar overdonderende optredens waren er niet. De bigband van trombonist Helge Sund bekoorde. Dicht ingepakte thema's, bijzonder strak gebracht met wat randjes van elektronica, live-vervormingen en staccato frasen. Vermakelijk, maar het trucje klonk al snel vertrouwd en braaf.


Mooi was het concert van Marzio Scholten met zijn typisch ronde geluid en fijnzinnige techniek. Zijn composities zijn soms wat sentimenteel, maar met veel oprechtheid gebracht. De samenwerking met de weloverwogen, bescheiden klank van Yaniv Nachum gaat op gevoel. Mark Schilder bewees zich als een fijne drummer.


Cedar Walton

Grootste tegenvaller was, zowel op zaterdag en zondag, het optreden van de gastheer: de Michiel Borstlap Band. Uitgekauwde fusion. De opbouw, in solo's en composities, was tenenkrommend voorspelbaar. Compleet platgetreden paden waren verre van overtuigend. Dat hij er moeilijk bij keek, maakte het alleen maar komisch.


Ook zijn solo-optreden van zondag met de matige zangeres Lori Lieberman (tekstschrijfster van Killing me Softly) als slotstuk, ontbeerde spanning. Veel clichés en misplaatste romantiek, terwijl een essentie volledig werd gemist.


Gelukkig kreeg het Rotterdamse jazzfestival een waardige afsluiter met grootheid Cedar Walton, ooit nog begeleider van Charlie Parker en John Coltrane. De oude meester onderscheidde zich via old school bebop met creatieve solo's en spannende begeleiding.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden