KONINKRIJK VAN STRAATARTIESTEN

De circusshow Afrika Afrika komt dit najaar naar Nederland. In een tentendorp nabij de Amsterdam Arena vertonen Afrikaanse dansers, acrobaten en slangenmensen hun kunsten....

Het is nogal een contrast: de feestelijk gekleurde tenten in Berberstijl tussen het asfalt en de grijze kantoorgebouwen. Circusshow Afrika Afrika is in de stad of beter gezegd: aan de rand van de stad. In dit geval gaat het om een parkeerterrein in het Duitse Mannheim, maar in oktober zal het in Amsterdam niet anders zijn. Dan strijkt het vrolijke tentendorp neer op een parkeerplaats nabij de Amsterdam Arena.

Ooit was het circus het middelpunt van de stad, maar tegenwoordig moet deze tak van amusement het doen met verlaten vlaktes ver buiten het centrum. ‘De tragiek van het circus’, vertelde schrijver Robert Alberdingk Thijm vorig jaar bij de presentatie van Waltz, zijn tv-serie over de circusfamilie Waltz. In elke aflevering verrees de tent op een nieuwe locatie, de ene nog droeviger dan de ander. Verdreven door stadsbesturen, regelgeving en angst voor dierenziektes belandde Circus Waltz op het niemandsland langs snelwegen.

Vanaf oktober staan de tenten van Afrika Afrika naast de Amsterdam Arena op de parkeerplaats waar eerder onder meer Cirque du Soleil stond. Maar wie binnen staat, is het asfalt en beton onmiddellijk vergeten. De hoofdtent wordt omringd door een labyrint van kleinere , een tentendorp waar het makkelijk verdwalen is.

Door de aankleding blijft de sfeer intiem. Bij de bar kunnen Afrikaanse en Arabische gerechtjes worden besteld. Toch hangt er een zoete lucht. ‘Ja, popcorn. Dat is onze enige concessie’, zegt producent Matthias Hoffmann in de bar van het Afrikaanse café. Naast de vijftiger staat zijn bloedmooie, jonge Afrikaanse vriendin die hij bij deze productie heeft leren kennen. Hoffmann: ‘Het idee van de voorstelling is: mensen moeten vergeten waar ze zijn. Eenmaal binnen in de tent is Amsterdam Zuidoost straks ver weg’.

In de tenten zijn elementen van een Arabische souk gemengd met Afrikaanse kunst en folklore; op de vloer liggen Berberse tapijten, er klinkt Oosterse muziek, in de gangen hangen kleden met Afrikaanse motieven en de lampen zijn gemaakt van vuilnis. Marakesh meets Wereldwinkel, die sfeer. Het concept is consequent uitgewerkt, want ook het bedienend personeel is grotendeels Noord-Afrikaans.

Sinds de première in Frankfurt in december 2005 trok Afrika Afrika al meer dan 1,3 miljoen bezoekers. De Duitse pers was lovend over dit ‘koninkrijk van straatartiesten’. Afrika Afrika biedt spektakel in de overtreffende trap. De cijfers: ruim 110 artiesten uit twintig Afrikaanse landen, tien tenten met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan tienduizend meter en een circustent van 26 meter hoogte die plaats biedt aan ruim tweeduizend bezoekers (de grootste van Europa).

De show bestaat uit twintig circusnummers die een sterk Afrikaans karakter hebben, maar heeft een opbouw die we kennen uit andere circussen. Acrobaten maken een menselijke bouwwerk, een clown doet rare fratsen met water, twee jongleurs slingeren met zwaarden en een ander jongleert met acht balletjes. Ook zijn er slangenmensen; zoals het Chinees Staatscircus een Aziatische slangenmeisje heeft, heeft Afrika Afrika een Afrikaans slangenmeisje.

Groot verschil met het Westerse circus zijn de vele Afrikaanse dansen en de muziek, veel Afrikaanse percussie, maar ook Marokkaanse rai. Er zijn fabeldieren en er is een jongleursact met Afrikaanse tombes. Folklore wordt afgewisseld met moderne Afrikaanse stijlen. Er zijn ook breakdancers uit Parijs en show-basketballers uit de Bronx gecontracteerd – het nieuwe, zwarte straattheater.

Bedenker van de show is de internationale theatermaker André Heller, zelfbenoemd ‘multi-media-artiest’. Na een carrière als zanger produceert de Oostenrijker in de jaren tachtig spektakelshows en evenementen met acrobatiek, variété en vuurwerk. Hij is artistiek directeur van het Chinese Nationale Circus en samensteller van het Duitse culturele programma bij het WK Voetbal van 2006.

Samen met producent Hoffmann haalde hij eind jaren tachtig het Chinees Staatscircus naar Europa. Zijn plan voor een Afrikaans circus dateert uit de jaren zeventig. In 1973 bezocht hij een acrobaten- en muzikantenfestival aan de grens van de Sahara. ‘Je hoefde als bezoeker niet te betalen; de artiesten speelden eigenlijk meer voor elkaar. Ik herinner me nu nog de energie die ervan afkwam’, vertelt Heller. ‘Nogal een ervaring als je gewend bent aan de wereld van de melancholieke Weense cafés waar de bezoekers in zelfmedelijden zwelgen.’

Die energie vergeet hij zijn leven niet. Tientallen jaren én voorstellingen later wist hij in 2004 producent Hoffmann achter zijn plannen te scharen; de Duitser was bereid zes miljoen euro in het project te steken.

De productie is ingewikkelder dan bij de gemiddelde circusvoorstelling. Het Afrikaanse continent kent domweg minder circusartiesten die bovendien vaak niet via een officieel theatercircuit te vinden zijn. Voor de casting bezoeken medewerkers van Heller verschillende Afrikaanse landen. Ze filmen acts van straattheatergroepen op marktplaatsen, feesten en in theaters. Daarnaast worden Afrikaanse groepen via internet uitgenodigd een dvd van hun optreden in te zenden. Meer dan tweehonderd tapes met acts worden beoordeeld. De beste acts komen naar Duitsland voor een auditie.

Heller: ‘Bij de eerste repetities lieten de artiesten zien wat ze in huis hebben: dans, drummen, zang, maar ook bizarre acrobatiek. We wilden dit brede palet aan stijlen graag gebruiken, maar moesten sommige acts wel aanpassen of in een nieuwe context plaatsen.’

Acts van bestaande groepen werden ingekort, voor dansen werden nieuwe choreografieën geschreven. De show combineert eigen nummers en speciaal ontwikkelde acts. In de openingsdans komen artiesten uit Senegal, Guinee, Ivoorkust en Zuid-Afrika de piste ingestormd. De groep doet een traditionele Afrikaanse dans op opzwepende percussiemuziek. De energie van deze act is kenmerkend voor de gehele voorstelling. Of het nu om de acrobaten, de slangenmensen, de trapeze-artiesten of de clown gaat: hun optredens zijn energiek en ademen een gevoel van eer. ‘We zijn trots op Afrika. En dat willen we laten zien’, zegt Cyrille Allogho Nguema, een gespierde Gabonees die met zijn acrobatengezelschap een menselijke piramide maakt.

Trots, je ziet het ook bij slangenmens Huit Huit uit Angola, een man van elastiek. Als hij zichzelf door een tennisracket werkt, heeft hij een lach van oor tot oor. Met een aanstekelijke schaamteloosheid vraagt hij telkens om applaus.

Ondanks de volledig Afrikaanse setting en de nodige folklore doet het spektakel denken aan Cirque du Soleil, de internationale wegbereiders van het circus-nieuwe stijl. Dat ligt aan de grootschalige opzet, de afwezigheid van dieren, maar vooral aan bepaalde acts: de slangenvrouw en de man die in linten door de piste zweeft, kennen we uit het Westerse circus. Hoffmann: ‘In het begin dacht ik dat we een zwart Cirque du Soleil gingen maken, maar dat is niet gebeurd. Als zakenman vind ik Cirque du Soleil een fascinerend fenomeen; het is een industrie geworden met wereldwijd dertien shows die perfect in elkaar zitten, stuk voor stuk strak geregisseerd. Onze show is niet perfect, want wij zijn Afrikaans. Geen avond is hetzelfde, en dat is de charme.’

Bedenker Heller, de idealist van de twee, wil niets weten van een vergelijking met Cirque du Soleil: ‘Daar heeft onze show niets, maar dan ook niets mee te maken. Wij hoeven niet te leven naar de regels van de westerse showbusiness, maar kiezen voor Afrikaanse artiesten die hun dromen willen waarmaken en bieden hun alle professionele mogelijkheden.’

Het is een wereld van verschil of hij met westerlingen of Afrikanen werkt, legt Heller uit. ‘Westerse artiesten klagen altijd. Hoe groot hun succes ook is, ze zullen altijd iemand vinden die succesvoller is. En daarom zijn ze eigenlijk nooit tevreden. Afrikaanse artiesten staan heel anders in het leven; in veel Afrikaanse regio’s hebben mensen te maken met oorlog en vernietiging. Zelfs onder deze omstandigheden zijn ze positief. Ze maken zich minder druk om verleden of toekomst, ze genieten van het nu.’

Het moet gezegd: de woorden van Heller mogen cliché klinken, de sfeer achter de schermen bevestigt zijn verhaal. Voorafgaand aan de voorstelling gaat het er in de achtertent ontspannen aan toe. Hier in ‘de stallen’ van het circus wijst niets op podiumstress of onderlinge spanningen. Het is eerder een vrolijke drukte. De artiesten maken zich op voor de show met rek- en strekoefeningen, touwtjespringen en balspelletjes. In een hoekje spelen twee jongens onverstoorbaar een spelletje dammen.

Werken met Afrikaanse artiesten is een ervaring op zichzelf, vertelt producent Hoffmann. Anderhalf jaar geleden was de cultuurshock voor sommige artiesten groot. Hoffmann: ‘De cast overnacht in vakantieparken. Sommige mensen koken op de raarste momenten. Zo hebben we een keer meegemaakt dat een speelster ’s nachts was gaan koken, even een ommetje ging maken en haar pannen was vergeten. Ging midden in de nacht het brandalarm in het park af, ha ha. Werken met Afrikanen is een circus op zich.’

De artiesten krijgen naar westerse maatstaven betaald, veel meer dan in eigen land gebruikelijk is. De meesten sturen dan ook geld naar hun moederland. Yvon Serge Nzengui uit Gabon legt uit dat hij in Europa weinig kosten heeft, omdat kost en inwoning geregeld zijn. ‘Mijn familie is erg blij dat ik hier kan werken. Ik denk dat ik met mijn salaris zo’n twintig mensen onderhoudt.’

Het circus als indirecte ontwikkelingshulp dus. Afrika Afrika doet meer voor het goede doel: van elk verkocht ticket gaat een euro naar een fonds voor Afrikaanse kunst. Het fonds is opgezet in samenwerking met Unesco. ‘Er zijn volop goede doelen die putten slaan, voedsel brengen of medische hulp geven. Wij willen hiermee een andere kant van Afrika stimuleren’, zegt Hoffmann. Een van de tenten is ingericht als galerie voor Afrikaanse moderne kunst.

Goed doen, past bij modern ondernemerschap. Maar, laat daar geen misverstand over bestaan, zegt de producent, er moet wel geld verdiend worden.

En geld verdienen, daar slagen ze aardig in. Afgelopen seizoen is in Duitsland een tweede show gestart, met een nieuwe cast en enkele nieuwe onderdelen. Voor volgend jaar staat een derde circus in Las Vegas op het programma, wat Hoffmann betreft de laatste uitbreiding.

Om de groei te kunnen opvangen steunt de producent een circusschool in Tanzania, jaarlijks met een kwart miljoen euro. Met geld van Afrika Afrika leren jonge Tanzanianen circusacts volgens internationale standaards. Hoffmann, modern entrepreneur: ‘Het is een beetje sponsoring, maar het is ook een mooie back-up. Voorlopig blijven we artiesten nodig hebben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden