Koningin 'menselijk' maar ook 'abstract'

Koningin 'menselijk' maar ook 'abstract' 'Ze noemde niets of niemand bij naam', zegt een expert, 'het leek wel een quiz.' Voor het eerst sprak koningin Beatrix met Kerstmis op tv....

Van onze verslaggeefster Wilma de Rek

'Abstract', 'wollig' en 'afstandelijk', of juist 'zeer persoonlijk' en 'kwetsbaar'? De meningen van mediadeskundigen over de kersttoespraak van koningin Beatrix, afgelopen maandag, lopen uiteen. Voor het eerst werd de koninklijke toespraak - van tevoren opgenomen in Huis ten Bosch - niet alleen op de radio maar ook op de televisie uitgezonden. Ruim tien minuten sprak het staatshoofd, gekleed in een donkerrood pakje met feestelijke glittertjes, vanachter een tafel tot het volk.

Dat keek in groten getale en waardeerde de uitzending met een 7,4, blijkt uit cijfers van de dienst kijk- en luisteronderzoek van de NOS. De eerste kersttoespraak van de koningin op televisie werd gezien door 1,6 miljoen kijkers. Zes op de tien mensen die op dat moment de televisie aan hadden, keken naar de toespraak. De uitzending was het best bekeken programma van de Eerste Kerstdag. Volgens de dienst is dat opmerkelijk omdat de toespraak 's middags werd uitgezonden, en vaak juist de avondprogramma's het best worden bekeken.

Communicatieadviseur Harry van Dam vindt echter dat het beeld weinig toevoegde aan het geluid. In september begeleidde Van Dam in opdracht van de sportkoepel NOCNSF de Nederlandse afvaardiging in Sydney. 'Deze toespraak had niets met televisie te maken, het was radio met een plaatje en het onvermijdelijke bloemstuk. Als je het medium televisie hanteert, gebruik het dan ook. Trek er een dagje voor uit en laat zien waar ze over spreekt.'

Bij een toespraak als deze zijn voor een goede communicatie twee dingen van wezenlijk belang, zegt Van Dam: het taalgebruik en het beeld. 'De taal die Beatrix gebruikte, was archaïsch, ouderwets, abstract ook, terwijl de Rijksvoorlichtingsdienst van tevoren had aangekondigd dat hij persoonlijk zou zijn. Ze heeft niets en niemand met name genoemd, Claus niet, haar ouders niet, Enschede niet. Het was bijna een quiz: wat bedoelt ze nou? Je zal maar slachtoffer van de vuurwerk ramp in Enschede zijn en dan te horen krijgen dat ''hoop niet wensen maar verwachten is, uitzien naar. Een blik voorbij de einder.'' Wat ze had moeten zeggen is: ''Die mensen hebben een ellendig jaar achter de rug en ik hoop dat het komend jaar beter met ze gaat.'' Dan was ze overgekomen als een warme, belangstellende vrouw.'

Jan van Cuilenburg, hoogleraar communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, is van mening dat dit nu eenmaal het type toespraak is dat een vorstin kan houden. 'De koningin leek me zenuwachtiger dan bij de Troonrede, maar deed het gedegen. Ze had zich ongetwijfeld bijzonder goed voorbereid en dat gaf het geheel ook iets onnatuurlijks, maar als je vasthoudt aan het idee van een kersttoespraak kun je niet veel experimenteren en dan is zo'n frontale cameravoering onvermijdelijk. Als Wim Kok daar had gezeten, had hij het op dezelfde manier gedaan. Of het van deze tijd is, is iets anders. Mijn zoon vond het volkomen nietszeggend, veel te abstract: voor jongeren lijkt het me een volstrekt non-event.'

Presentator en media-adviseur Victor Deconinck vond de toespraak helemaal niet abstract, eerder zeer persoonlijk. 'Ze leek in algemeenheden te praten, maar haar gezicht en lichaamstaal verrieden dat het pure reflectie was, dat ze het vooral over zichzelf had. Ik vond Beatrix uitermate kwetsbaar overkomen. Ze zat vreselijk haar best te doen, had goed geoefend met de autocue en had geleerd dat je ook naar je papieren moet kijken, omdat dat natuurlijker overkomt. Dat past bij haar perfectionistische en professionele inslag.

'We zagen nog steeds de ietwat afstandelijke vakvrouw met een geweldige beheersing over zichzelf, maar het masker begint te zakken: daardoorheen schemerde het gezicht van iemand die de greep op de dingen om zich heen verliest, die haar ouders oud ziet worden, haar man ziek, en haar zoon een voor de monarchie verkeerde partnerkeuze ziet maken. Televisie geeft de genadeloze kans om te observeren. Wie goed keek, zag achter die gepantserde mevrouw met die valhelm en met haar briljante, abstracte taalgebruik het doorleefde gelaat van iemand die de cirkel van haar leven bijna rond heeft. Ik moest terugdenken aan het beeld van de Beatrix van vroeger, een glimlachend meisje op een paard dat aan haar ouders vraagt of ze het goed heeft gedaan. Zeer menselijk.'

Harry van Dam herkent weinig in de observaties van Deconinck, maar noemt de inzet van televisie wel een stap in de goede richting. 'Ik vestig mijn hoop op Willem-Alexander. Die heb ik in Sydney leren kennen als een open, bijzonder communicatieve jongen met oog voor de media. Als hij straks op die stoel zit, is hij vast wel te porren voor een moderne journalistieke benadering van zoiets traditioneels als de kersttoespraak.'

Kersttoespraak koningin

'Wanneer twee mensen in liefde hun leven willen delen, wordt hun omgeving deelgenoot van dat geluk. Zo hebben mijn man en ik dat dezer dagen zelf ondervonden. Trouwen drukt ook vertrouwen uit in elkaar en in een toekomst waarnaar hoopvol wordt uitgezien.

Hoop is individueel maar tegelijk ook universeel, een bron van inspiratie van waaruit wij het leven aanvaarden en uitdagingen aangaan. Het is als een kompasnaald die altijd de richting hervindt. In hoop zoeken mensen de kracht die doet leven. Kerstmis is het feest van de geboorte van Jezus, het Kind van de Hoop. Al tweeduizend jaar lang wordt dit gevierd als het licht dat doordringt in de donkerte van het bestaan. Hierin zien mensen een teken dat de toekomst niet is aan onrecht, geweld en haat, maar aan gerechtigheid, vrede en liefde.

Soms kan het leven zwaar vallen, belast door ziekte of pijn. Er kunnen zulke ingrijpende dingen gebeuren dat alle hoop vergaat of zelfs omslaat in wanhoop. Bij een ramp overvalt leed mensen plotseling, maar levensmoed kan ook geleidelijk verloren gaan. Verdriet maakt sprakeloos. Goedbedoelde woorden dringen niet door. Troosten kan dan misschien door in stilte iemand vast te houden en meegevoel uit te drukken in een gebaar of eenvoudig door er te zijn. In stille tochten is een gemeenschappelijke vorm gevonden voor meeleven in solidariteit.

Als tegenspoed het leven overheerst, is het niet zo gemakkelijk over hoop te spreken. Niemand kan een ander hoop aanpraten. Maar in de praktijk van het leven zijn er mensen die de kracht die hen staande houdt, voor anderen voelbaar kunnen maken. Zó wordt hoop overgedragen. Een medemens wordt daarmee geen oplossing gegeven, maar wel een weg gewezen.

De behoefte aan veiligheid is algemeen menselijk. Als het even kan, willen wij risico's mijden en tegenslag uitsluiten. Toch blijkt steeds opnieuw dat ziekte en ellende niet uit het bestaan zijn te weren. Tenslotte moet ieder mens ook aanvaarden dat het leven eindig is. In tijden van twijfel en onzekerheid, krijgt hoop betekenis. Juist bij verdriet komt het aan op hoop tégen de wanhoop in. In die oerkracht die doet leven en óverleven kan een mens eigen leed te boven komen. Het is een instinctief opkomen tegen hopeloosheid, eenvoudig vanuit geloof in het leven zélf.

Het welzijn van de gemeenschap vraagt inspanning van iedereen. Om op te komen voor het positieve en zich te weer te stellen tegen onverschilligheid, doemdenken en vluchten in valse illusies, is overtuiging nodig. In hun hoop vinden mensen de moed zich te verzetten tegen onrecht en liefdeloosheid. Bij de strijd tegen al wat menselijkheid aantast, komt het erop aan eigen mogelijkheden te zien en die daadwerkelijk te gebruiken. Waar mensen trachten wat onomkeerbaar lijkt om te keren en een wending ten goede te geven, wordt hun levenskracht zichtbaar. Zo kan hoop worden doorgegeven van generatie op generatie in een opvoeden tot zelfvertrouwen en verantwoordelijkheid voor eigen keuzen.

Inspiratie kunnen wij vinden in het voorbeeld van hen die in stormen overeind blijven en kiezen voor waar zij in geloven. Hun daden komen voort uit het vertrouwen dat in het negatieve nooit het einde ligt en dat onrecht nooit het laatste woord kan zijn.

Hopen is niet wensen maar verwachten, in de zin van uitzien naar. Dit betekent een blik tot voorbij de einder, een dimensie die het leven doet uitstijgen boven de dagelijkse werkelijkheid. Temidden van onzekerheden en verwarring richt hoop zich op de toekomst. Dat wil zeggen: niet lijdzaam afwachten maar een uitdaging tot handelen in de wereld van vandaag. Leven vanuit de hoop die in ons is, betekent ook weten voor welke waarden je moet kiezen als het erop aankomt en vertrouwen dat ieders inzet ertoe doet.

Kerstmis verbindt die hoop met geloof en liefde. Hoop kijkt niet terug maar vooruit; het is de verwachting van een betere wereld en een beter leven. Daarin ligt de basis voor aanvaarding van het bestaan, als gave én opgave. Hoop is een anker dat zich hecht in de vaste grond van geloof, maar de hoop is ook verankerd in de liefde die gericht is op de ander. In die liefde vindt het leven zin en bestemming. Het is de bron van onze levenskracht.

In de boodschap van hoop, geloof en liefde zien wij de betekenis van Kerstmis, het feest van de verwachting van nieuwe tijden.

Ik wens U een gezegend kerstfeest toe.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden