Koning van het Heelal

Een steppenvolk van ongeletterde herders stelde wereldveroveraar Alexander de Grote en de bouwers van het Romeinse rijk in de schaduw....

Woestijn en steppen, steppen en woestijn, paarden en nog eens paarden, en dat gaat uren zo door. We zijn met chauffeur Jagaa en gids Otgoo op weg naar Karakoram, eens de hoofdstad van het grootste rijk aller tijden.

Zeven eeuwen geleden zwermden vanuit deze streken de ruiterlegers, elders bekend als de gevreesde Mongolische horden, uit over de steppen van Azië en Oost-Europa. Ze maakten zich meester van tweederde van de toen bekende wereld: van Hongarije tot Vietnam, van Polen tot Korea. Daarmee veroverde een volk van misschien nog geen zevenhonderdduizend mensen de wereldheerschappij.

Hoe hebben de leiders van een steppenvolk van ongeletterde herders wereldveroveraar Alexander de Grote en de bouwers van het Romeinse rijk in de schaduw kunnen stellen? Hoe zijn zij geslaagd in iets waarin Napoleon en Hitler zouden falen: de verovering van Rusland? Hoe is het hun gelukt zich meester te maken van China, waar de Mongoliër Kubilai Khan in 1279 als eerste vreemdeling in de geschiedenis de Drakentroon besteeg?

Historici wijzen op de militaire talenten van de grondlegger van de Mongolische heersersdynastie, Dzjenghis Khan ('Koning van het Heelal'). Geheel overeenkomstig de Mongolische traditie van wraak was hij meedogenloos tegenover zijn vijanden. Tomeloos was de terreur tegen de bevolking van de steden die hem durfden te weerstaan. In de oorlog ging het hem om hetzelfde als in de jacht: buit.

Maar Dzjenghis Khan was meer dan een slager die nooit een slag verloor. Tegenover zijn vrienden was hij loyaal en edelmoedig, tegenover andere godsdiensten tolerant. Hij leerde veel van andere culturen, regeerde zijn rijk met beleid en wetten, begreep wat mensen dreef, en paste die kennis toe bij de belegering van zijn vijanden.

Op weg naar Karakoram geeft gids Otgoo zijn visie op het fenomeen Dzjenghis Khan. Waarom was het leger zo verbazingwekkend trouw aan zijn leider? 'In andere landen werden de soldaten gehuurd door de vorst, in Mongolië was het omgekeerd: hier waren het de soldaten die betaalden om de Khan te mogen dienen. Niemand waagde het te deserteren, anders werd de hele eenheid gedood.'

Hoe lukte het de soldaten tijdens hun lange veldtochten door dorre streken aan eten en drinken te komen? 'Ze droogden vlees, zoals de herders dat aan het eind van de zomer nog altijd doen om de winter door te komen. Van het gedroogde vlees maakten ze poeder. Dat was jarenlang houdbaar. Bovendien dronken ze vers paardenbloed.'

Een woestijnmarmot die zijn holletje invlucht, brengt Otgoo op een ander argument voor de onoverwinnelijkheid van Dzjenghis Khan: 'Hij was de eerste die gebruik maakte van bacteriologische oorlogsvoering. Een speciale militaire eenheid had de zorg over zieke marmotten. Die werden een belegerde stad ingejaagd om de pest te verspreiden.'

Midden in het Mongolische oerlandschap bedient Otgoo zich van een apparaatje dat ons via een satelliet inlicht over onze geografische positie en richting, de hoogte boven de zeespiegel, over hoe lang we nog te gaan hebben en over nog veel meer. De Mongolische horden moesten het met minder doen. Maar een boodschap vanuit het front in Europa naar de Khan in Mongolië, vijfduizend kilometer verder, deed er niet langer over dan een week, dankzij een geolied systeem van snelle paarden die van wisselstation naar wisselstation draafden.

'We zeggen in Mongolië nog altijd dat de post in de tijd van Dzjenghis Khan en zijn opvolgers sneller was dan tegenwoordig', zegt Otgoo. Zo'n opmerking tekent de verering voor de Vader des Vaderlands, na de vergeefse poging van het communistische bewind (1921-1990) hem in vergetelheid te laten raken. De beste wodka, het grootste hotel, de mooiste postzegel - overal is de naam van Dzjenghis (Genghis, Chinggis) Khan aan verbonden.

Reikhalzend kijken de nationalisten uit naar de ontsluiering van een van de grote geheimen van de geschiedenis: de plaats waar Dzjenghis Khan begraven is. In 1227 viel hij na een veldslag van zijn paard en stierf. Volgens de legende werden de dienaren die hem begroeven gedood door honderd soldaten. Opdat niemand zou weten waar de grote Khan begraven lag, werden die op hun beurt gedood.

Vorig jaar augustus ontdekte een Amerikaanse expeditie op 322 kilometer ten noordoosten van Ulaan-baatar een ommuurde begraafplaats. Verder onderzoek moet leren of het gejuich over de vondst van het graf van Dzjenghis Khan niet prematuur is geweest.

Dit jaar vieren de Mongoliërs de 840ste geboortedag van hun held. President Bagabandi noemde hem 'ster van de Mongolische natie en man van het millennium', waarna hij de eerste steen legde voor een herdenkingscomplex. Dit zal bestaan uit een twintig meter hoog standbeeld van Dzjenghis Khan, geflankeerd door kleinere beelden van zijn negen topgeneraals, en daaromheen afbeeldingen in steen van de zeven gers (tenten) die de Koning van het Heelal tijdens zijn veldtochten tot verblijf dienden.

We passeren een auto die het hele hebben en houden van de inzittenden achter zich aan sleept: een opgevouwen ger met huisraad. Overigens verhuizen de meeste herders nog altijd per kameel. Dzjenghis Khan deed het anders. Een oude gravure laat zien hoe zijn op wielen gezette paleistent wordt voortgetrokken door een legertje ossen.

Buitenlandse gezanten hadden vaak moeite de hoofdstad van het Mongolische rijk te vinden, want die bevond zich op de plek waar de Khan op dat moment zijn tenten had opgeslagen. Ook de in 1639 gestichte hoofdstad Ulaan-baatar verschoof voortdurend voordat ze in 1778 op haar huidige plek terechtkwam. Pas de Russen zetten de eerste stenen gebouwen neer, maar nog altijd zijn haast overal in de stad, vooral in de buitenwijken van de nieuwkomers, gers te zien.

Dzjenghis' zoon en opvolger Ogodei vond dat het rijk te groot was geworden om vanuit een reizend tentenkamp bestuurd te worden. Rond 1235 besloot hij in de Orkhon-vallei een stad van steen te bouwen, Karakoram (het 'Zwarte Kamp'). Het moet een indrukwekkende stad zijn geweest, het hart van de Pax Mongolica, met het paleis van de Khan, tientallen tempels, een moskee en een kerk.

Er woonden veel buitenlanders, die vaak als gevangenen waren aangevoerd. De Franse edelsmid Guillaume Boucher bijvoorbeeld, die voor de Khan een zilveren boom had gemaakt, bekroond door een zilveren engel. Aan de voeten van de engel waren vier spuitgaten, uit elk waarvan een andere drank kon stromen. Een in de constructie verstopte man liet de trompet van de engel schallen en de gewenste drank in de beker van de Khan vloeien.

Paleis en engel zijn beschreven door de Vlaamse jezuïet Willem van Ruysbroeck, die in 1253 door koning Lodewijk IX van Frankrijk naar Mongolië was gestuurd. De stad, die nog door Marco Polo is bezocht, verloor haar status nadat Kubilai Khan keizer van China was geworden, Peking tot hoofdstad had verheven en de Yuan-dynastie had gesticht. Een eeuw later liet de eerste keizer van de daarop volgende Ming-dynastie Karakoram grondig verwoesten.

Grondig, inderdaad. Van de hoofdstad van het grootste rijk op aarde is praktisch alleen nog de verbasterde naam over: het vale steppenstadje Kharkhorin. Karakoram is nergens aangegeven en valt ook in het landschap niet op. Als de parlementariërs hun zin krijgen die van Karakoram opnieuw de hoofdstad van Mongolië willen maken, zal de bouw van de grond af moeten beginnen.

Klim ergens een slordig hek over, loop een paar honderd meter over een kaal terrein vol scherven, en je komt bij een grote dichtgegooide kuil. 's Zomers zijn hier Duitse archeologen aan het werk. De schatten die tot nu toe zijn opgegraven - de Engel van Boucher is daar nog steeds niet bij - zitten in een kluis in de Centrale Bank in Ulaan-baatar. Bankpresident Chuluunbat heeft verlof gegeven voor bezichtiging, maar hij blijkt op reis. Zijn vervanger weet helaas niets van de afspraak en laat de schat tot bankgeheim bestempelen.

Dicht bij de opgravingskuil zijn de fundamenten blootgelegd waarop de zuilen van het paleis hebben gestaan. Niet ver daarvandaan staat een stenen reuzenschildpad die eens met drie soortgenoten het paleis van Karakoram beschermde. En dat is het dan.

Nee, dat is het niet. Want vlak bij de oude hoofdstad ligt Erdene Zuu ('Honderd Schatten'), het grootste en oudste kloostercomplex van Mongolië, dat in de 16de eeuw gebouwd is uit het puin van Karakoram. Eens stonden er binnen de indrukwekkende ommuring 62 tempels die herhaalde malen zijn verwoest, het laatst door de stalinisten in de jaren dertig. De mensen van Kharkhorin verzetten zich zo heftig dat de drie unieke boeddhatempels gespaard bleven. Hetzelfde geldt voor een aantal beelden, maskers en decoraties die op tijd konden worden verstopt.

In een van de overstelpend kleurrijke tempels wijst een gids naar de vloer: 'De stenen komen van het paleis van de Khans.' Op het terrein staat een 13de-eeuwse stèlè, een stenen paneel met inscripties in diverse talen, dat lang geleden in Karakoram stond. Hoeveel rondslingerende steenblokken zijn afkomstig uit de oude hoofdstad? Hoeveel materiaal van de witte ommuring met haar 108 stoepa's, torenachtige uitstulpingen met een gewijde betekenis, heeft in het paleis gezeten dat pater Willem van Ruysbroeck zo onder de indruk bracht?

Een sculptuur die plompverloren in het landschap ligt, lijkt uit latere tijd afkomstig: een grote stenen penis, omgeven door een lullig hekje van staaldraad. Zoals alle objecten waaraan religieuze kracht wordt toegeschreven, is hij omwikkeld met een khadag, een lichtblauw lint.

Er wordt verteld dat hij het werk is van oude monniken die hun jonge collega's tot inkeer wilden brengen wanneer die op weg gingen naar de tent van een herder met zeven prachtdochters. Onvruchtbare vrouwen wordt een bezoek aan de penis van harte aanbevolen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden