Koning van de paradoxen

Het muzikale erfgoed van bandleider/klarinettist Artie Shaw is samengebracht op vijf cd's. Ze laten een superieure instrumentalist horen, die de grenzen van de dansmuziek opzocht....

Eind jaren dertig was hij een groter idool dan Benny Goodman, maar het succes en de roem wekten, eenmaal bereikt, vooral zijn weerzin en hij vluchtte herhaaldelijk weg uit de show-business. Hij trouwde acht keer, met schoonheden als Lana Turner en Ava Gardner, maar hij beschouwde al zijn huwelijken als grote fouten en zijn echtscheidingen als zeldzaam verstandige beslissingen.

Als bandleider vond Artie Shaw vocalisten een 'big, bloody bore', maar hij engageerde wel Billie Holiday, Mel Tormé en scat-pionier Leo Watson. Hij had miljoenen-hits met Begin the Beguine en Frenesi, maar hij prefereerde zelf zijn herkenningsmelodie Nightmare, die hij graag met Picasso's Guernica vergeleek. Hij leefde voor de klarinet, maar in 1954 legde hij, op zijn 44ste, het instrument voorgoed weg.

Benny Goodman mag de King of Swing zijn geweest, Artie Shaw is ongetwijfeld de koning van de paradoxen. Een kleine halve eeuw na zijn afscheid werkt de 91-jarige nog elke dag aan zijn Bildungsroman over de jazzmuzikant Albie Snow. Na tien jaar heeft hij negentig hoofdstukken af, maar het boek is nog steeds niet voltooid. Wel publiceerde hij in 1952 zijn freudiaans getinte autobiografie The Trouble With Cinderella: An Outline of Identity en in 1965 zijn novellenbundel I Love You, I Hate You, Drop Dead!, drie variaties op het thema marriage on the rocks. En dan is er natuurlijk zijn muzikale erfgoed, waarvan de hoogtepunten nu zijn verzameld in de vijf cd's tellende box Artie Shaw - Self Portrait.

Shaw werd in 1910 geboren als Arthur Jacob Arshawsky, net als Benny Goodman de zoon van Russisch-joodse immigranten. Ook net als Goodman ging hij op jeugdige leeftijd het muziekvak in, hoewel aanvankelijk als altsaxofonist. In de vroege jaren dertig hoorde hij, wederom net als Goodman, tot de succesvolste New Yorkse studiomuzikanten. Maar terwijl Goodman al in 1934 zijn eerste big band oprichtte en het jaar daarop eigenhandig de stoot gaf tot de Swing-rage, werd Artie Shaw grotendeels bij toeval orkestleider.

In 1936 kreeg hij het verzoek de entr'acte-muziek te verzorgen tijdens een Swingconcert in New York. Hij verbijsterde iedereen met Interlude in B-Flat, een snel in elkaar geflanste compositie voor klarinet, strijkkwartet en ritmesectie. Het succes was zo groot dat boeking-agenten druk op hem gingen uitoefenen om een big band met strijkers te vormen. Dat orkest met zijn 'moeilijke' muziek flopte binnen een jaar, waarop Shaw van de weeromstuit dan maar een conventionele Swingband begon. Zomer 1938 kwam de grote doorbraak met Begin the Beguine, een elegant vertolkte Cole Porter-song die oorspronkelijk bedoeld was als B-kant van de potentiële hit Indian Love Call.

Dankzij dat 'nice quiet little melodic piece' werd Artie Shaw van de ene dag op de andere een nationale beroemdheid. Mannen waren idolaat van zijn strakke klarinetspel, vrouwen aanbaden hem bovendien als matinée idol.

Het was een ervaring die hij in feite nooit te boven is gekomen: al zijn dromen vervuld en toch doodongelukkig. In november 1939 liep hij voor het eerst weg uit de muziek-business, om in Mexico tot zichzelf te komen. Vier maanden later was hij alweer terug met zijn tweede grote hit Frenesi. Dat bleef het patroon tot hij in 1954 voorgoed stopte met klarinetspelen.

Artie Shaw - Self Portrait geeft een getrouw beeld van zijn permanente beklemming tussen artistieke ambitie en commercieel succes. Zijn bands bevatten reeksen grote namen: de saxofonisten Al Cohn en Zoot Sims, de gitaristen Barney Kessel, Jimmy Raney en Tal Farlow, drummer Buddy Rich, en de zwarte trompettisten Hot Lips Page en Roy Eldridge, want Shaw was ook een onverschrokken strijder tegen de rassenscheiding. En met zijn arrangeurs - Eddie Sauter, Gene Roland, Tadd Dameron, George Russell - zocht hij voortdurend de grenzen van de dansmuziek op.

Resteert alleen het strijdpunt dat al in de jaren dertig de jazzfans heftig verdeelde: wie is beter, Artie Shaw of Benny Goodman? Shaw, die nooit last had van zelfonderschatting, liet Goodman tijdens een lunch een keer weten: 'You play clarinet, Benny. I play music.'

Beluistering van deze vijf cd's voert tot de tegenovergestelde conclusie. Artie Shaw was, met de 'chilly bite' van zijn klarinetgeluid en zijn ongeëvenaarde controle in het hoogste register, waarschijnlijk de superieure instrumentalist. Maar Benny Goodman speelde swingender jazz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden