Koning naar Zweeds model

De samenleving vraagt om een monarch die beantwoordt aan de vraag naar representatie en symboolwerking, en minder om een koningin die vrees inboezemt....

DE TAAKOPVATTING van koningin Beatrix heeft haar langste tijd gehad. De alwetende monarch is een archaïsch fenomeen geworden, dat langs de randen van de democratie schuurt. Tot diep in de nacht dossiers eten, zich tot op de tanden bewapenen voor confrontaties met bewindslieden en onderdanen - noch de bevolking, noch de politieke elite heeft er nog behoefte aan. 'Moet je dat nu echt allemaal weten', vraagt prins Claus wel eens retorisch, zoals hij ooit zelf vertelde. Het heeft er alle schijn van dat de koningin de laatste der mohikanen is in het Koninkrijk der Nederlanden die vinden dat het zo moet.

Haar type koningschap was op maat gesneden voor de zakelijke jaren tachtig. Beatrix' rol als 'controlfreak' binnen de Haagse besluitvorming heeft ruim een decennium onmiskenbaar een functie gehad, maar heeft de laaste jaren in toenemende mate irritatie gewekt, terwijl de belangstelling van de media voor 'het geheim van paleis Noordeinde' - waar bemoeit deze niet-gekozene zich dan precies mee? - alleen maar toeneemt.

Het is gelet op deze ontwikkelingen en in combinatie met haar steevast als 'professioneel' getypeerde instelling niet verwonderlijk dat Beatrix zich zorgen maakt over de toekomst van het koningschap. In de tweede helft van de jaren zeventig heeft zij zich vanuit dezelfde zorg voorgenomen het ambt zeer gedisciplineerd uit te oefenen, mede omdat de monarchie onder koningin Juliana enkele crises kende (Hofmans, Lockheed). Er was bovendien kritiek op Juliana's informele, soms onvoorspelbare stijl. Beatrix slaagde in haar opzet, loodste de monarchie gestructureerd en schadevrij de nieuwe eeuw binnen, maar desondanks is de rol van de monarch de laatste jaren met regelmaat onderwerp van debat.

Niet tot genoegen van zijn moeder lijkt troonopvolger Willem-Alexander het aanstaande koningschap in Juliana's geest te benaderen: lichtvoetiger. Eerder verwees hij al eens expliciet naar zijn oma, wier ambtsopvatting is geboekstaafd als die van 'vorstin naast de rode loper'. Hij zal een lossere stijl hanteren, zo is alom de verwachting: minder verkrampt, toegesneden op nieuwe generaties, die minder kampen met vrees voor de rode loper dan ouderen. Hij vermijdt daarmee discussies over het primaat van de politiek, en vindt aansluiting bij informaliserings- en populariseringstendensen in de samenleving. De komst naar het hof van het Argentijnse 'feestbeestje' Máxima Zorreguieta, met wie de kroonprins vandaag huwt, past in deze ontwikkeling.

In de aanloop naar het nieuwe koningschap wordt langzaam een andere stijl zichtbaar. Willem-Alexander en Máxima lieten zich interviewen door het Jeugdjournaal, waagden een poging tot een nationale chatsessie en bieden via de Rijksvoorlichtingsdienst een reeks glamourfoto's te koop aan, tevens te bezichtigen op internet. De media en de bevolking bejegenen het kroonprinselijk paar anders dan Beatrix gewoon was. In Huis ten Bosch, Beatrix' woonpaleis, wordt op zondagmiddag met gemengde gevoelens gekeken naar de wekelijkse persiflages op Willem-Alexander en Máxima in het RTL4-programma Life and Cooking. De koningin verbaasde zich ook over het geschreeuw tijdens de blijde inkomsten om 'MAXIMA!' en 'ALEX!', eveneens een uiting van de tijdgeest, die steeds minder des Beatrix' is.

Dit alles baart de koningin zorgen. Zij heeft nooit concessies willen doen aan het begrip 'populariteit'. Vier televisie-interviews gaf zij in bijna 22 jaar koningschap, en daarmee basta. Langs lijnen van geduchte aanwezigheid respect afdwingen, daar gaat het haar om.

Het is maar zeer de vraag of majesteitelijke bekommernis over toekomstig koning Willem IV terecht is. Wat Beatrix en haar 'oude' hof minder lijken te zien dan Willem-Alexander en zijn kring, is dat de samenleving in toenemende mate vraagt om, zoals een ingewijde zegt, 'een monarch die beantwoordt aan de vraag naar representatie en symboolwerking', in plaats van om een koningin die vrees inboezemt. Bij de miskenning van dit sentiment door Beatrix speelt 'vrees voor machtsverlies', volgens deze bron, zeker een rol.

'Ik denk dat Willem-Alexander problemen krijgt als hij het koningschap net zoals zijn moeder zou willen uitoefenen, omdat hij een man is', zegt oud-Eerste-Kamerlid en VNG-directeur Joop van den Berg. Hij adviseert Beatrix in haar zogenoemde Huis-ten-Bosch-gesprekken over de toekomst van de monarchie, en staat Willem-Alexander en Máxima bij op hun pad naar het koningschap.

'Het is juist een geluk dat hij er meer ontspannen in staat. Beatrix' benadering, die vooral mensen die haar niet regelmatig spreken nerveus maakt, zou in het geval van een man sneller problemen oproepen. De kroonprins beschikt over grote sociale vaardigheid, die zal hem nog van pas komen. Hij kan improviseren en daarmee stelt hij mensen gerust. Het hoeft allemaal niet zo precies als bij zijn moeder. Het zou voor de verhoudingen wel eens een verademing kunnen zijn.'

Als minister van staat Frits Korhals Altes het koningschap van Beatrix karakteriseert, zegt hij: 'Perfectionistisch, in mijn ogen is dat een deugd. En zij toont grote openhartigheid als zij van gedachten wisselt met ministers en leden van de Staten-Generaal. Zeer spontaan ook, en daardoor brengt ze misschien sommigen van hen ten onrechte in de verleiding zich op haar te gaan beroepen.'

Hij wijst daarmee op een afgeleide, maar zeer specifieke schaduwzijde van Beatrix' werkwijze. Korthals Altes heeft het aan den lijve ondervonden toen hij nog fractievoorzitter van de VVD was in de Eerste Kamer. Samen met een fractielid was hij genood bij een minister, omdat de liberalen een wetsvoorstel wilden verwerpen.

'Wij kregen als argument van de minister te horen: de koningin is ook voor het wetsvoorstel. Mijn reactie was: luister eens, zullen we het met echte argumenten doen en de metafysische elementen buiten beschouwing laten? Ik vond dat beroep op de vorstin buitengewoon slecht van die man.'

De relatie tussen de Staten-Generaal en het Koninklijk Huis is ook een punt van zorg voor PvdA-Kamerlid Peter Rehwinkel: 'Die verhouding komt soms te veel in de Ajax-Feyenoordsfeer. In de wandelgangen van de Tweede Kamer wordt gespeculeerd over opvattingen die Beatrix zou hebben. Dan laten we ons daar bijna door leiden en vergeten we de inhoud. Anderzijds vind ik het ook van belang dat het Koninklijk Huis de Staten-Generaal accepteert en van belang acht binnen het politieke bestel. Zo is er wekelijks contact tussen de koningin en de minister-president, en regelmatig met de ministers. De Tweede Kamer heeft zeven jaar moeten wachten op een gesprek. Ik hoop niet dat de eerstvolgende gelegenheid dat we de koningin ontmoeten bij de inhuldiging van de nieuwe koning is.'

De kansen voor het ontspannen, niet-interveniërende koningschap lijken goed, maar risico's zijn er wel. Of de monarchie als staatsvorm de tand des tijds doorstaat, is op grond van de geschiedenis slecht te voorspellen. De monarchie heeft haar elastisch vermogen zeker bewezen, maar de betekenis van het Koninklijk Huis is per generatie verschillend.

Voorts is de rol van de media een ongewisse factor. Zeker is alleen dat het licht van de schijnwerpers steeds feller wordt, en dat de afhoudende houding van koningin Beatrix negatief heeft gewerkt. Zij is niet voor niets op bepaalde fronten gezwicht. Zo is de traditionele kerstboodschap op de radio sinds twee jaar ook een televisierede.

POLITIEK leider van D66 Thom de Graaf noemt de mediadruk voor leden van het Koninklijk Huis een toenemend probleem. 'Dit vraagt een groot gevoel van verantwoordelijkheid bij alle spelers.'

Ander heil verwacht De Graaf van de voorstellen die hij voor de eerste keer in maart 2000 voor de camera van RTL4 deed en die nog altijd nawerken in het politieke discours. De belangrijkste suggestie was aanpassing van artikel 42 van de Grondwet, dat wil zeggen het terzijde van de regering plaatsen van de koning. Tot een uitnodiging om die ideeën ten paleize eens te komen toe lichten, heeft dat overigens nog niet geleid. De Graaf bezweert dat hij geen principiële republikein is. Hij vindt de monarchie nuttig als nationaal symbool van eenheid en continuïteit. En 'als democraat' stelt hij vast dat 'een ruime meerderheid van de bevolking de monarchie prettig vindt'.

De Graaf: 'Ik heb waargenomen dat in toenemende mate verhalen de rond deden en doen over de veronderstelde invloed van koningin Beatrix op besluitvormingsprocessen. Ik heb daar geen oordeel over, maar stel twee oorzaken vast. De neiging bij de media door de kieren van het paleisgordijn te willen kijken, neemt alleen maar toe. De open samenleving waarin we leven, is daaraan debet. Daarnaast is het logisch dat naarmate een koning langer zit, mensen gaan denken dat hij of zij ook wel een stempel zal zetten op het beleid. Dat is gevaarlijk voor de monarchie, en gevaarlijk voor de democratie.

'Dus zeg ik: Waarom zouden wij in Nederland een situatie willen laten voortbestaan waarin de koning, ook al wordt er geen gebruik van gemaakt, kan zeggen: dit wetsvoorstel, daar voel ik helemaal niks voor. Of: die benoeming, nooit van mijn leven! Dat moeten we niet willen, want de essentie van de monarchie ligt niet in de koning als deel van het bestuur, maar in de koning als staatshoofd.'

Met de woorden 'Zweeds model' is De Graaf tot nu toe zeer terughoudend geweest, naar eigen zeggen 'omdat het Zweeds model in de beeldvorming ten onrechte het lintenknip-model is'. In Zweden werd midden jaren zeventig de grondwet herschreven, waarmee de Koning buiten de regering werd geplaatst. 'In Zweden is precies gebeurd wat ik voorstel', zegt De Graaf, 'zonder dat de koning ook maar iets aan maatschappelijk gezag verloren heeft. Ik heb dan ook nooit gezien waarom we daar zo bang voor zijn. De Zweedse koning is goed geïnformeerd, heeft dus inhoud, heeft een bovenpartijdige funtie in zijn land, verzorgt de representatie naar het buitenland - precies de soort functies die ik een toekomstig koningschap in Nederland toedicht.'

Zolang de noodzakelijke tweederde meerderheid voor de door De Graaf beoogde grondwetswijziging uitblijft, zou hij zich kunnen koesteren in de alom gesignaleerde en bij zijn ideeën aansluitende taakopvatting van Willem-Alexander. Maar zo pragmatisch wil De Graaf niet zijn. 'Ik vind niet dat het staatsrechtelijke systeem moet afhangen van de persoon van de koning. Mijn voorstellen passen in een historische continuïteit. Sinds we in 1814 begonnen met een koning, die toch een behoorlijk absoluut vorst was, hebben de democratiseringen elkaar stap voor stap opgevolgd. Zo bezien zijn we onvermijdelijk op weg naar het Zweedse model. Ook al passen we de Grondwet niet aan, dan zal de praktijk zich wel aanpassen. En zal de Grondwet uiteindelijk volgen.'

De kans dat Willem-Alexander bij nader inzien zijn hakken in het zand zet, lijkt niet groot. 'Als dat zou gebeuren, zou dat het draagvlak van de monarchie ondermijnen. Hij heeft geen andere keuze. De samenleving heeft geen andere keuze. Anders wordt het koningschap een anachronisme. En een anachronisme straft zichzelf uiteindelijk altijd af.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.