Koning Kunst

Lodewijk Napoleon, die een groot hart voor cultuur had, was van 1806 tot 1810 koning van Holland. In die periode was hij grondlegger van het Rijksmuseum en de eerste bewoner van het Paleis op de Dam, waar deze zomer een expositie over hem te zien is.

Eigenlijk is geschiedschrijving een pendule. Zij geeft visies op het verleden die door steeds meer mensen worden onderschreven tot ze gemeengoed zijn; dan staat er iemand op die het tegenovergestelde beweert, waarna de slinger in beweging komt en het hele proces zich opnieuw voltrekt. De eerste wet van de pendule: zij geldt voor zo'n beetje alles: modes, politiek, beleid, personen, reputaties. De tweede wet: ze gaat door tot in het oneindige.


Een mooi voorbeeld van zo'n slingerbeweging is de status van Lodewijk Napoleon. U kent hem wel. Broertje van de keizer. Zachtaardige boekenwurm opgeleid als militair. Heerste over Holland van 1806 tot 1810, toen hij na conflicten met zijn oudere broer gedwongen werd te abdiceren.


Lodewijk was lang het lachertje van de populaire geschiedschrijving. Fransen vonden hem een mislukte Hollander; Hollanders vonden hem een mislukte Fransman. Men maakte zich vrolijk over zijn spilzuchtige karakter, over zijn slechte huwelijk en zijn lichamelijke kwalen, de reuma en de gonorroe. En anders kon altijd nog die ene afgezaagde anekdote van stal gehaald worden. Koning en konijn - meer zeg ik niet.


Maar zie: de slinger bereikte haar dode punt. Nadat Lodewijks reputatie tot de grond toe was afgebroken, werd die de afgelopen jaren voorzichtig aan gerehabiliteerd. Jazeker, hij was spilzuchtig, de koning, maar ook genereus. En ja, hij was grillig en humeurig, maar ook zachtaardig, belangstellend en behulpzaam.


Zijn grootste vermeende verdienste: zijn rol als kunstpromotor. Lodewijk bleek een gecultiveerde, literair begaafde en actieve man met een groot hart voor cultuur. In die hoedanigheid zou hij aan de wieg hebben gestaan van de huidige vaderlandse culturele infrastructuur.


Kunst, nationaal bindmiddel

Een tentoonstelling in het Paleis op de Dam biedt de mogelijkheid die laatste rol nader te bekijken. Zij gaat primair over Lodewijks herdecoratie van het paleis (zie balkon), maar belicht door middel van films en zaalteksten (en een stapel Lodewijkliteratuur in de museumwinkel) en passant ook Lodewijks andere persona: de jurist, die een nieuw wetboek van staatsrecht instelde, de ingenieur, die land liet inpolderen en dijken liet aanleggen, de staatsman, die bezoeken aflegde in rampgebieden (zoals tijdens de Leidse kruitramp), een gebruik dat de Oranjes gretig overnamen en, inderdaad, de kunstmecenas, werkend aan de embryonale fase van het hedendaagse kunstbeleid.


Speelde hij daarin een grote rol?


Hij was zeker een daadkrachtige figuur. Lodewijk had ideeën over de functie van kunst - staatkundig bindmiddel, bron van nationalistische trots en vaderlandsliefde - en belangrijker, hij had de visie en de energie om die ideeën om te zetten in volwaardig beleid. Hij deelde medailles en kunstenaarsbeurzen uit, trok bibliotheken uit het slop en zette een koninklijk instituut voor kunst en wetenschappen op. Als liefhebber hees hij de 17de-eeuwse meesters op het schild, als beleidsmaker stelde hij een directeur-generaal van de kunsten aan. Ook liet hij gipsafgietsels uit Parijs overkomen, zodat jonge schilders zich konden bekwamen in de Frans-classicistische traditie.


Lodewijks op één na belangrijkste initiatief was de Prix de Rome. Deze prijs, opgericht in 1808 naar Frans model, moest het peil van de Hollandse kunst, dat sinds Gouden Eeuw danig was ingezakt, opkrikken en stelde de élèves-pensionnaires in staat om in Parijs en Rome te studeren en hun kwaliteiten te verbeteren. De prijs bestaat nog altijd en heeft weinig aan prestige ingeboet.


Lodewijks belangrijkste initiatief: het Nationaal Museum. Opgericht in 1800 onder de naam Nationale Konstgallerij. In 1808 door Lodewijk verplaatst van het Buitenhof in Den Haag - waar het een pand deelde met een bordeel - naar de zolderverdieping van het Paleis op de Dam in Amsterdam. Het museum begon bescheiden, maar eindigde groot.


Rijksmuseum

Na Lodewijks troonsafstand werd de naam veranderd van Nationaal Museum in Rijksmuseum (door Willem I, in 1817) en verhuisde het van het Paleis op de Dam naar het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal en vandaar, in 1885, naar P.H.J. Cuypers' neogotische kunstkerk aan de Stadhouderskade. Daar dijde de collectie uit tot meer dan een miljoen objecten. Als het volgend jaar april - met nieuwe vloer, zalen én fietstunnel - opent, is dat mede te danken aan Lodewijk Napoleon.


De vraag is of Lodewijks invloed verder rijkt dan incidentele projecten. Heeft hij als denker school gemaakt? Is zijn geest heden ten dage nog voelbaar?


Het is moeilijk te zeggen. Wat in ieder geval zo goed als verdwenen is, is Lodewijks utilitaire, nationalistische kijk op kunst en geschiedenis. De geproblematiseerde kijk op het verleden - Jan Pieterszoon Coen, politionele acties, Srebrenica, ik doe slechts een greep - en de veranderende positie van kunstenaars ten opzichte van de the powers that be- van schoothondjes in waakhonden - hebben staatskunst verbannen naar de vuilnisbelten van geschiedenis.


Dat zie je nog het best in de hedendaagse pendanten van Lodewijks geliefde genre: de historieschilderkunst. Die bestaan vooral uit zwarte bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis: geknielde moslimmannen in Srebrenica, een evocatief portret van een godsdienstwaanzinnige die een filmregisseur vermoordde. Wat onder Lodewijk bekend stond als een trotse blik op de vaderlandse geschiedenis is veranderd in een knekelhuis vol nationale zonden. Ook hier gold de wet van de pendule.


Koning Lodewijk Napoleon & zijn paleis op de Dam; Paleis op de Dam; tot 16 september. paleisopdedam.nl


Lodewijks 'staatsgevangenis' op de Dam

Lodewijk was een onrustige figuur. Hij verhuisde veel. Hij woonde aan het Binnenhof ('een hoop ouderwetsche en smakeloos gebouwde huizen'), aan de Utrechtse Drift, Het Loo en Paleis Soestdijk ('een huis van tiggelstenen, wiens omtrekken vrij treurig en modderig zijn'), tot hij zich in 1808 vestigde in Jacob van Campens neoclassicistische Stadhuis op de Dam in Amsterdam. Lodewijks architecten lieten het gebouw grotendeels ongemoeid, waardoor de oorspronkelijke structuur goeddeels bewaard bleef. Lodewijks uit Frankrijk afgekeken, maar in Holland gemaakte interieur in empirestijl sloot uitstekend aan bij de bestaande neoklassieke vormgeving van het Paleis. Toch voelden de Napoleons zich er slecht op hun gemak. Lodewijk moest denken aan een 'staatsgevangenis'. Hortense, die het gebouw 'een paleis van de inquisitie' noemde, klaagde over de stank uit de belendende grachten en de lugubere doodshoofden in de Vierschaar, de ruimte waar in de 17de eeuw het doodvonnis werd uitgesproken. Na vier weken keerde zij terug naar Parijs.


Onbaatzuchtig en geliefd

Lodewijk Napoleon (1778-1846) werd geboren op Corsica. Hij was de zoon van Carlo Bonaparte en Maria Ramolino en de broer van keizer Napoleon I. Hij was getrouwd met Hortense de Beauharnais, stiefdochter van Napoleon I. Het huwelijk was zeer ongelukkig. In 1806 werd hij door zijn broer afgevaardigd naar Holland, tot dat moment een republiek, waar hij koning werd en door zijn betrokkenheid en onbaatzuchtige optredens al snel geliefd raakte bij de lokale bevolking. In 1810 moest hij - na conflicten met zijn broer over de handel met Engeland - afstand doen van de troon. Hij vluchtte naar Wenen, leefde in ballingschap in Florence en wijdde zich aan zijn literaire activiteiten. Hij publiceerde een 700 pagina's dikke briefroman, Marie ou les peines de l'armour. Zijn lievelingshondje heette Tiel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden