Koning eenoog in land der zieners

Allen Johnson (33) kan bij de Spelen zijn tweede gouden medaille winnen. In Atlanta was de Amerikaanse hordeloper, die onlangs onthulde dat hij aan oog blind is, al succesvol....

Hij heeft er nooit een punt van willen maken. Zelfs zijn coach, die hem al begeleidt sinds de universiteit, had er geen idee van dat Allen Johnson al vanaf zijn geboorte aan oog blind is.

'Allen heeft het mij nooit verteld. Ik heb het onlangs in de krant gelezen', zegt Curtis Frye, coach van een van de beste hordelopers uit de geschiedenis.

De trainer, die zijn atleet door en door kent, vindt het prima dat zijn pupil hem nooit over diens handicap heeft verteld. 'Misschien had ik hem wel anders laten trainen, en was Allen niet de atleet geworden die hij nu is.'

Blind aan het linkeroog, maar toch winnaar van een gouden olympische medaille. Bovendien houder van liefst vier wereldtitels, met een persoonlijk record van 12,92, eenhonderdste boven het wereldrecord van de vorig jaar gestopte Colin Jackson.

Hoe is dat mogelijk op zo'n ontzettend lastige discipline, de 110 meter horden, waarbij de scherptediepte, en het berekenen van het juiste aantal stappen naar het volgende obstakel van zo'n eminent belang is?

'Ik weet niet beter', zegt Johnson. 'Ik heb me nooit anders dan andere atleten gevoeld. Ik weet niet hoe het is om met twee ogen door het leven te gaan. Mensen vragen mij of het lastig is met het zicht in oog over de horden te snellen. Ik zeg dan dat het mij moeilijk lijkt met twee ogen over die hindernissen te gaan.'

Onlangs onthulde Johnson in The Washington Post, de krant uit zijn geboortestad, dat hij al sinds zijn geboorte half blind is als gevolg van een genetische afwijking. Ook zijn moeder Sandra Smith is blind aan het linkeroog.

Het heeft hem nooit gehinderd. Nu bekend is dat hij slechts met zijn rechteroog ziet, moet men hem vooral niet anders gaan behandelen. Allen Johnson, residerend in Irmo, South Carolina, blijft de goede hordeloper die hij al was.

Johnson is een standvastige rots in de orkaan die momenteel door de Amerikaanse atletiek raast. De hordeloper, die sinds 1995 onafgebroken op het hoogste niveau acteert, bezit een ongerept blazoen.

Van de oude garde topatleten is hij, met sprinter Maurice Greene, een van de weinigen die niet genoemd is in de dopingzaak rond het supplementenbedrijf Balco.

Hij is de witte raaf binnen de Amerikaanse atletiek, die bovendien als een van de weinigen, over het probleem wil praten hoezeer de vertegenwoordiger van zijn sponsor Nike hem tijdens het gesprek ook op andere gedachten wil brengen. Met een handgebaar legt de atleet de jongeman het zwijgen op.

Wellicht zijn de media te veel gefocust op die hele Balco-zaak, zegt hij. Keihard feit is dat in de VS atleten positieve plasjes hebben ingeleverd. 'Je kunt het niet verbergen. Natuurlijk moeten we erover praten. Het is een te belangrijk thema.'

Al denkt hij wel dat het antidopingagentschap Usada een kwalijke rol speelt. 'Die organisatie opereert tactloos. Het lijkt wel of ze als doel heeft zoveel mogelijk atleten te schorsen. Het is uit de hand gelopen. Het doet me denken aan praktijken zoals die in nazi-Duitsland bestonden. Usada lijkt wel op de Gestapo, of zo'n andere organisatie uit dat tijdperk.'

Het bevalt Johnson allerminst dat de verdachtmakingen de laatste tijd niet van de lucht zijn. Ook atleten als Marion Jones, die bij 160 dopingcontroles nimmer een positieve urinestaal inleverde, liggen zwaar onder vuur.

'Dat is zeer oneerlijk. Je kunt niet zomaar iemand door het slijk halen, zelfs als ze getrouwd is geweest met een atleet (kogelstoter C.J. Hunter, RB) die wbetrapt is. Zij kan er niks aan doen dat ze op hem verliefd werd.'

Johnson is van mening dat antidopingbureaus als het Usada er juist voor de sporters moeten zijn. 'Nu ligt de nadruk op het opjagen van atleten, stellen ze zich op als de vijand. Ik denk dat hun taak, naast de controlerende, veel meer op het educatieve vlak moet liggen. Dopinggebruik moet je bestrijden met goede voorlichting.'

Marion Jones lijkt door de hele kwestie zo aangeslagen dat zij vorig weekeinde bij het begin van de Amerikaanse olympische trials in Sacramento de kwalificatie op de 100 meter miste. Johnson moet vandaag (series) en morgen (halve finale en finale) zijn ticket naar Athene afdwingen.

Als regerend wereldkampioen, als winnaar van goud in Atlanta (in Sydney werd hij, licht-geblesseerd, vierde) is hij nergens van gevrijwaard. Hij moet zondag gewoon in de topdrie eindigen. 'De trials vormen elke keer weer een enorme uitdaging. Er zijn veel goede hordelopers in de VS.'

In 1992 deed hij al mee aan de trials, hij werd toen zevende in de series. Voor de televisie zag hij de race in Barcelona en voorspelde hij dat hij in Atlanta de beste zou zijn.

Dat bleek geen grootspraak van de jongeman die toentertijd gekleed in een roze T-shirt en een groen petje de rotzooi van de klanten van de Pizza Inn opruimde. Waarna hij snel op de fiets stapte om op het universiteitsterrein te trainen.

Het waren de jaren dat hij, toen al een jonge vader, soms vijftig dollar moest lenen om naar wedstrijden als de Millrose Games in New York te kunnen reizen. Die periode ligt lang achter hem, maar hij zal die tijd nooit vergeten.

Hij groeide, als zwarte jongeman, op in een land waar rassenscheiding niet langer bestond. Hij werd geboren in 1971, in Washington DC. 'Ik behoorde tot de eerste zwarte generatie die leefde in een maatschappij die niet langer officieel in tweewas gesplitst.'

In Sacramento lopen ook Tommi Smith en John Carlos rond. Het tweetal schreef historie tijdens de Spelen van 1968 door na hun 200 meter-finale de vuisten op het erepodium te ballen, als protest tegen het onrecht jegens zwarten in de VS. 'Natuurlijk ken ik hun geschiedenis', zegt Johnson.

'Mijn ouders spraken er thuis over. Ik heb onlangs op televisie de indrukwekkende documentaire Fists of Freedom gezien. Ik bewonder hun moed. Het was goed wat Smith en Carlos destijds deden, Amerika is mede dankzij hun protest een beter land geworden.'

Er zijn, zegt hij, niet langer zulke prangende kwesties in de Amerikaanse maatschappij als destijds. 'Smith en Carlos protesteerden in 1968 tegen onrecht dat hen persoonlijk zwaar trof.'

Allen Johnson, hoewel politiek geageerd, behoort niet tot een protestgeneratie. De oorlog in Irak? 'Ik heb daar een mening over, maar die houd ik voor me. Het is een belangwekkend thema, maar veel minder confronterend dan wat Smith en Carlos destijds meemaakten.'

Irak, zegt de hordeloper, is een onderwerp dat zich voor de meeste Amerikanen op de televisie afspeelt. 'Wij zijn hier, de oorlog is daar. Voor veel Amerikanen is het een soort videospelletje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden