'Koning der beesten'

De Belgische koning Leopold II verwierf ruim honderd jaar geleden de Congo. In zijn boek De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo (Meulenhoff; * 44,90) beschrijft de Amerikaan Adam Hochschild de gewelddadige uitbuiting van de Afrikaanse bevolking en de internationale protestbeweging hiertegen....

JAN LUIJTEN

WAARTOE EEN voetnoot al niet kan leiden. Enkele jaren geleden las de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild een boek waarin een voetnoot was opgenomen met een citaat van Mark Twain. Hierin maakte de auteur melding van zijn deelname aan een internationale campagne tegen de slavenarbeid in de Congo ten tijde van de Belgische koning Leopold II. Leopolds agenten en militairen oefenden rond 1900 in de Congo een waar schrikbewind uit, waarbij, zo werd meegedeeld, vijf tot acht miljoen Afrikanen om het leven waren gekomen .

Voor Hochschild was deze voetnoot, die hij met verbijstering las, aanleiding zich te verdiepen in de geschiedenis van deze voormalige Belgische kolonie, die van 1885 tot 1908 particulier eigendom was van Leopold II. Zijn onderzoek leidde tot het boek King Leopold's Ghost - A Story of Greed, Terror, and Heroism in Colonial Africa. Bij het verschijnen van de Nederlandse vertaling - De geest van koning Leopold II en de plundering van de Congo - was Hochschild even in Nederland.

'Toen ik begon te lezen werd het me duidelijk dat zich daar een groot menselijk drama heeft voltrokken', zegt hij tijdens een gesprek in Amsterdam. 'Allereerst is dit een vergeten holocaust. In die periode daalde de Congolese bevolking met tien miljoen mensen. Dit verlies heeft de omvang van de holocaust door de nazi's en van de goelag van Stalin.

'Vervolgens ontdekte ik dat er een vergeten mensenrechtenbeweging is geweest. Dit was een grote beweging en aangezien ik al geruime tijd ben geïnteresseerd in mensenrechten, als activist en als schrijver, verbaasde me dat. En toen ik de hoofdpersonen beter leerde kennen, realiseerde ik me dat ik, zelfs als ik een romancier zou zijn, nooit zo'n fascinerende groep mensen had kunnen bedenken. De schurken en de helden hebben elkaar allemaal, net als de personen in een roman, op een gegeven moment ontmoet, en deze ontmoetingen vastgelegd in brieven en dagboeken.

'Ik heb het boek geschreven, omdat ik merkte dat het hier gaat om een groot moreel drama. Het is een drama dat vragen oproept over grotere kwesties. Allereerst de vraag die al enkele duizenden jaren wordt gesteld: hoe kunnen mensen zo wreed zijn? En een andere vraag is hoe zelfs te midden van gruwelijk kwaad en enorm leed er toch enkele mensen zijn die de wereld met andere ogen zien en beseffen dat ze dit kwaad moeten bestrijden.'

Hochschild beschrijft in zijn boek, waaraan hij drie jaar werkte, het eerste hoofdstuk van de Belgische koloniale geschiedenis. Aan het begin van die geschiedenis stonden de ontdekkingsreiziger Stanley, die in 1877 de loop van de reusachtige rivier de Congo volgde en in kaart bracht, en koning Leopold II, die in tegenstelling tot zijn Belgische onderdanen vurig verlangde naar een kolonie. Macht en geld wilde hij, maar dit verlangen werd, schrijft Hochschild, 'met een sterk humanitair sausje overgoten'.

De koning gaf Stanley opdracht de Congo voor hem te veroveren en deze deed dat door de Congolese stamhoofden te confronteren met voor hen beangstigende trucs en onbegrijpelijke verdragen. Vervolgens bewerkstelligde Leopold op sluwe wijze dat Amerika, Duitsland en in zekere zin ook Frankrijk zijn aanspraken op de Congo erkenden. De koning, die voorwendde de Arabische slavenhandel te willen bestrijden en de inheemse bevolking te willen helpen bij hun ontwikkeling, werd na de Afrika-conferentie in Berlijn in 1884 de absolute heerser over een kolonie die vele malen groter was dan België.

Langs de rivier de Congo werden nederzettingen gebouwd en er werd een privé-leger opgericht, de Force Publique, die uitgroeide tot een troepenmacht van negentienduizend man. Dit leger trad echter niet op tegen de slavenhandel, maar was het instrument om de Afrikanen te dwingen voor Leopold en de concessiemaatschappijen te werken. Dorpen werden geplunderd en platgebrand. De Afrikanen werden geketend en moesten als dragers fungeren. Na 1895 werden ze met bruut geweld gedwongen de zeer profijtelijke wilde rubber in de regenwouden te oogsten.

Wie niet het vereiste quotum rubber afleverde, blijkt uit Hochschilds boek, werd wreed mishandeld of gedood. Vrouwen werden gegijzeld en mannen gegeseld met de chicotte, een zweep van gedraaide repen luipaardenhuid.

Als gevolg van deze terreur daalde tussen 1880 en 1920 de Congolese bevolking 'met ten minste de helft'; dit betekent met 'ongeveer tien miljoen mensen'. Het gaat hier om schattingen. Hochschild: 'Ik blijf zeggen: de achteruitgang van de bevolking. Dit is wat anders dan te zeggen dat tien miljoen werden gedood, maar de meesten werden gedood. In die periode liep echter ook het geboortecijfer terug. Je moet precies zijn in die zaken.'

In zijn boek noemt hij als grootste oorzaken van de halvering van de bevolking: moord, honger, ontbering en uitputting, ziekten en een daling van het geboortecijfer.

H OCHSCHILD benadrukt dat destijds ook in andere kolonies misdaden werden gepleegd. 'Duitsers pleegden genocide op het volk van de Herero's in wat nu Namibië is. Het is belangrijk te erkennen dat alle Europese machten die koloniën bezaten met wilde rubber, zich hebben gedragen zoals Leopold; de Portugezen in Angola, de Fransen in Frans Congo en andere Afrikaanse kolonies, de Duitsers in Kameroen. Voorzover we weten liep in al die rubbergebieden de bevolking terug met 50 procent. Overal dus was het aantal doden groot, maar het verschil is dat je nergens op een bepaald individu kunt wijzen, zoals in het geval van Leopold.'

Dat verklaart vermoedelijk waarom de eerste mensenrechtenbeweging van deze eeuw zich concentreerde op de Congo. Deze beweging ontstond na alarmerende berichten van vooral Amerikaanse, Britse en Zweedse zendelingen. De eerste was de zwarte dominee George Washington Williams die aanvankelijk, net als vele anderen, onder de indruk was van de 'nobele bedoelingen' van Leopold.

Maar na een reis van zes maanden door de Congo in 1890 schreef hij een 'Open brief' aan de koning, waarin hij zei dat Stanley een tiran was geweest, dat er geen sprake was van de beloofde kruistocht tegen de slavernij, maar dat 'Uwe Majesteits regering betrokken is bij de slavenhandel, groothandel en detailhandel. Ze koopt en verkoopt en steelt slaven.' Williams sprak onomwonden over 'misdaden tegen de menselijkheid'.

Het was een andere zwarte dominee uit de VS, William Sheppard, die als een van de eersten protesteerde tegen het afhakken van handen in Congo. Soldaten moesten - om te bewijzen dat ze hadden geschoten om een Congolees te doden en niet om te jagen - een afgehakte hand inleveren. Soms lieten zij hun slachtoffer in leven en hakten 'slechts' een hand af. Sheppards artikelen in missietijdschriften leidden ertoe, schrijft Hochschild, dat 'mensen overzee de Congo begonnen te associëren met afgehakte handen'.

Een cruciale rol in de acties tegen het koloniale regime heeft de Brit Edmund Dene Morel gespeeld. Hij was in dienst van de scheepvaartmaatschappij die alle transporten van en naar de Congo uitvoerde. Morel moest in Antwerpen en in Brussel deze transporten controleren. Daarbij ontdekte hij dat er wel veel goederen in Antwerpen aankwamen, maar dat er maar heel weinig goederen naar de Congo werden verscheept. Hij kwam tot de conclusie dat voor het ivoor en het rubber vrijwel niets werd betaald. 'Alleen dwangarbeid van een afschuwelijke en voortdurende soort kan zulke ongehoorde winsten verklaren', schreef Morel. 'Ik werd geconfronteerd met een geheim genootschap van moordenaars met een koning als deelgenoot.'

Morel begon samen met de Ier Roger Casement, destijds Brits consul in Afrika, een grootscheepse campagne voor hervormingen in de Congo. Leopold noemden zij 'de koning der beesten'. Hun beweging kreeg vooral in Groot-Brittannië en in Amerika veel aanhang. In België werd Morel ondersteund door Émile Vandervelde, de leider van de Belgische socialisten.

Hochschild: 'Het keerpunt kwam in de jaren 1903-'05. In 1903 nam het Britse parlement unaniem een resolutie aan, waarin de gebeurtenissen in de Congo werden veroordeeld. En de Belgen lazen dat. In 1904 kwam Casement met zijn rapport en in 1905 werd het rapport van de commissie van onderzoek gepubliceerd. Dat trok veel aandacht in België.'

Die commissie van onderzoek was in 1904 door de koning zelf benoemd. 'Leopold had de commissie naar de Congo gestuurd in de hoop dat deze zijn naam van alle beschuldigingen zou zuiveren, maar deze drie rechters deden hun werk correct. Ze verzamelden getuigenissen en schreven een rapport, waarin het regime in algemene termen werd veroordeeld.'

Eind 1906 zag Leopold zich genoodzaakt zijn kolonie over te dragen aan de Belgische regering. Maar hij gaf de Congo niet weg, hij verkocht de Congo voor veel geld aan de Belgische staat.

'Ja, ik denk dat die overdracht de verdienste van Morel is geweest', zegt Hochschild. 'De beweging die Morel had geschapen, protesteerde zo krachtig dat de Belgische regering zich zorgen begon te maken. Ze vreesde dat België een slechte naam in de wereld zou krijgen. En ze was wellicht ook bang voor economische consequenties. Ik heb geen concrete bewijzen, maar de regering in Brussel moet zich bewust zijn geweest van pogingen in Engeland om producten uit Portugees Afrika te boycotten, omdat de Portugezen slaven inzetten.

'De Belgische regering zag in dat dit gebied niet in de handen van de koning kon blijven. De Britse en de Amerikaanse ambassadeur hebben in die tijd verschillende keren samen het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken bezocht met de mededeling: jullie moeten wat doen.'

De overdracht van de Congo aan België - voordat dat gebeurde, verbrandde Leopold nog snel zeer veel documenten - bracht niet direct een verbetering in de kolonie. Hochschild: 'Het zou een beter verhaal zijn geweest als ik had kunnen zeggen: Morel redde miljoenen levens en alles veranderde. Maar de droevige werkelijkheid is dat er niet alleen in de Congo, maar ook in de Franse kolonies in equatoriaal Afrika, in Kameroen en in Angola nog zoveel geld te verdienen viel met wilde rubber dat het systeem van dwangarbeid werd gehandhaafd.

'De veranderingen die zich uiteindelijk in de Congo en elders voltrokken, kwamen om andere redenen tot stand. Rond 1911 kelderde de rubberprijs. En na de Eerste Wereldoorlog ging België zich realiseren dat de verliezen onder de Congolese bevolking zo groot waren dat, als het systeem van dwangarbeid zou voortduren, er uiteindelijke geen arbeidskrachten meer zouden overblijven.'

Jan Luijten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden