Kon lulle as de beste

De een jureert morgen een Lagerhuis-debat, de ander houdt een lezing over de dichter Gerrit Achterberg. Aan de vooravond van de Culturele Zondag praten de broers Toon Gispen (wethouder van cultuur) en Willem Hendrik Gispen (rector magnificus van de Universiteit Utrecht) over vroeger, elkaar en hun culturele passies en verdiensten....

Als tekstschrijver heeft Toon Gispen (65) menig liedje op zijn naam staan waaronder een aantal hits en nu nog wordt zijn werk ten gehore gebracht. Althans, dat vermoedt hij. Ach, Willeke Alberti. 'Die kan zo mooi die ontploffende h zingen', geniet de Utrechtse wethouder. Voor zulke zangeressen schreef hij 'letterlijk op het lijf'.

Net als voor Conny Vandenbos, die zo goed kon fraseren en 'trekken' (doorzingen na de tel) en ook al uitblonk in 'prachtige a's en h's.' Mag hij een voorbeeld geven van 'een rondloper' die helemaal op het lijf van Vandenbos was?

Zachtjes zingt het rond in de werkkamer op het Utrechtse stadhuis: 'Vandaag in de duinen/de tijd staat weer stil/je hand in mijn handen/en ik heb wat ik wil/denk niet aan morgen is al wat ik vraag/o bleef het maar altijd vandaag.' Horen we die h's en die a's?

Ook Willem Hendrik Gispen (60), rector magnificus, mag graag liedteksten schrijven 'al haal ik het niet bij wat Toon heeft geschreven'. En anders dan zijn broer: hij schrijft altijd op bekende melodie

Al bladerend door het oeuvre van De Smet (het cabaret van medische hoogleraren) houdt hij halt bij het nummer Uterech in traone (op de wijs van Als ik boven op de Dom sta), geschreven bij gelegenheid van het afscheid van jonkheer Beelaerts van Blokland als commissaris van de koningin. Daar gaat het met stemverheffing op zijn universiteitskamer van: 'Gaat 't Stich nou naar de klote/gaat 't Stich nou toch naar gort/-mot Beelaerts renteniere/met stoffer en een schort/'k ken me eige wel verzuipe/wat een kanjer was die man/kon lulle as de beste/daar won je het nooit van-/daar won je het nooit van.'

Ja, de broers delen wel het een en ander, stellen ze los van elkaar vast. Muziek, het schrijven van teksten, literatuur, vooral de liefde voor poe. Toon Gispen: 'En dan hebben we ook nog eens dezelfde ouders.'

Copijnlaan, Tuindorp

Toon: 'In ons ouderlijk huis ging het heel vaak over muziek en literatuur. Mijn vader was classicus, hij is heel jong gestorven, in 1947. Mijn moeder was lerares Nederlands. Ik ben opgegroeid met een bibliotheek van een paar duizend boeken. Als je van verhalen hield, kwam je wel aan je trekken. Nu nog zie ik De Atlas der Antieke Cultuur voor me, die las ik al toen ik 9 of 10 was. Koningin Nefertite met haar eeuwige schoonheid, getrouwd met koning Amenhotep de Vierde.' Willem Hendrik: 'Thuis ging het altijd wel ergens over, muziek of literatuur. Ik was behoorlijk woordblind. Op het Christelijk Gymnasium in de Diaconessenstraat, ik kwam erop toen Toon eraf ging, heb ik t leren lezen. Mijn moeder heeft me enorm gestimuleerd. Als ik een boek uit had, kreeg ik van haar een nieuwe. Dat heb ik later ook bij mijn eigen kinderen willen doen en dat heeft me nooit meer dan een boek per kind gekost.' Taal Toon: 'Ik ben zeer woordgericht. Taal is misschien wel de hoogste vorm van werkelijkheid. In taal kun je alles uitdrukken, taal bindt mensen. Ik kan pakkend Nederlands schrijven. Voor mij is bij liedjes de tekst belangrijker dan de melodie. Ik heb altijd wat met taal gedaan. Voor de televisie gewerkt, daarna reclame, communicatie.' Willem Hendrik: 'Die woordblindheid heeft mij niet bang gemaakt voor taal. Integendeel, ik schrijf graag. Al ben ik blij dat er een spellingscorrector op de computer zit. O ja, schrijven over je vakgebied is iets heel anders. Als bioloog moet ik me dan in stoffig, feitelijk Engels uitdrukken. Tekst mag dan geen enkel misverstand oproepen.'

Poe

Toon: 'Mijn moeder had heel veel met dichters. Ik hoor haar nog Ik breek het brood alleen van Werumeus Buning voordragen. Dat gedicht ontroerde haar. Zij betrok het op haar weduwe-zijn terwijl Buning het juist heeft over zijn gedwongen eenzaamheid na de oorlog. Want hij werd redelijk fout geacht in de oorlog.

'Bij mij is de liefde voor poe vooral wakker gemaakt door een leraar Latijn die helemaal gek was van de Dertigers. Toen ik later in Amsterdam ging studeren, kwam ik elk weekend wel in Utrecht in cafe Vriendschap. Daar konden oudere mensen nog vertellen over de dagen dat Bloem, Nijhoff, Achterberg en Marsman er kwamen.'Willem Hendrik: 'Mij staat bij dat ik als kind mijn zakgeld kon verhogen als ik een gedicht kon opzeggen. Ik heb het in elk geval vaak gedaan en ik ben leuk financieel beloond. Achterberg blijft altijd mooi, Marsman, Rutger Kopland, die ken ik persoonlijk. De oude gedichten van Hugo Claus zijn ook fraai.

'Ik lees zoveel poe dat ik regelmatig de drang heb om zelf een gedicht te schrijven. Dan moet ik lachen om mijn eigen gepruts. Ik scheur ze snel weer doormidden. De voordracht over Achterberg voor de Culturele Zondag heb ik op verzoek geschreven. Ik ben er apetrots op dat het goed genoeg is bevonden voor het Achterberg Jaarboek.'

Muziekinstrument

Toon: 'Mijn moeder heeft aan mijn stervende vader beloofd dat alle vijf kinderen naar het gymnasium zouden gaan en ook in de muziek zouden worden opgevangen. Mijn vader dacht dat hij harmonium kon spelen, dat was niet echt zo. Met name bij de drie jongens is het erg gestimuleerd.

'Ik speel piano. Technisch ben ik wel handig maar voor mooi spelen komt meer kijken. Mijn broer Jan is violist en hij is virtuoos. Hij heeft drie keer de Singer Concert Prijs gewonnen en treedt ook op met absolute topamateurs. Sinds ik geen piano meer heb maar alleen nog zo'n keyboardsbak, is het er bij mij niet op vooruitgegaan.' Willem Hendrik: 'Onze broer Jan is t muzikaal begaafd. Ik ben de man van de dwarsfluit. Eigenlijk speelde ik de blokfluit beter dan de dwarsfluit. In de kerk mocht ik als kind al voorspelen. Mijn maatgevoel is nooit erg best geweest, al wordt het beter naarmate ik ouder word. Van de drie broers ben ik op muzikaal gebied de minst begaafde. Maar ik deed braaf mee.

'Ik heb nog met Herman van Veen in het Stichts Jeugdorkest gespeeld. Die kon er ook niet zoveel van, maar die heeft de viool later nog wel aardig opgepikt. Toen ik vijftig werd, kreeg ik van vrienden een prachtige zilveren dwarsfluit. Want nu zou ik tijd krijgen... Vergeet het.'

Optreden

Toon: 'We hebben als trio wel opgetreden, voornamelijk thuis voor bekenden en familie maar ook wel in het openbaar. Bij de voorloper van het Festival Oude Muziek bijvoorbeeld. Mij staat bij dat we het meest sonates van Hel speelden. Ook wel werk van Bach natuurlijk, Haydn. Het heeft er wel toe bijgedragen dat wij geen angst hebben voor openbaar optreden. We speechen graag. Willem Hendrik is daar bedrevener in dan ik. Zijn timing is beter.' Willem Hendrik: 'Optreden heb ik altijd erg leuk gevonden. Het is geen toeval dat ik me zo heb ingespannen voor het hooglerarencabaret. Ik heb een b-verstand en een alfa-hart, wat dat betreft een echte gymnasiast. Ik heb van een oom geleerd dat je zoveel mogelijk uit je hoofd moet speechen. Behalve een laudatio bij een promotie en een rede aan het graf.' Beeldende kunst Toon: 'Ik ben niet picturaal. Ja, ik kan wel ontroerd raken door bepaalde schilderijen maar het gaat wel vaak om het voor de hand liggende. De impressionisten vind ik wel mooi, de fauvisten, het magisch realisme van Willink. Picturaal heb ik het SBS 6-niveau, om het zo maar eens te zeggen: het moet makkelijk te verteren zijn.' Willem Hendrik: 'De tijd van de reproducties kopen is voorbij, godzijdank. Ik ben zeker geen kenner maar ik onderga het graag. Ik heb laatst nog tegen de burgemeester van Zeist gezegd dat ik thuis een schilderij van Jits Bakker heb hangen dat Zeist eigenlijk zou moeten kopen. Want dat schilderij Marsman met zijn Denkend aan Holland...'

Broederlijk contact

Toon: 'Juist vanwege die woordblindheid heeft Willem Hendrik de moeilijke weg gehad. Dat vervulde mij wel met een zekere trots. Naarmate je ouder wordt, heb je weer meer contact. Nu zelfs ook beroepshalve. We zijn bijna gelijktijdig benoemd, begin 2001. Hij tot rector-magnificus, ik tot wethouder. Een paar dagen later hoorden we dat onze broer Jan was gevraagd om voorzitter van het middelbaar onderwijs in Utrecht te worden.' Willem Hendrik: 'Mooie kop stond er toen in de krant: Gispenmaffia neemt Utrecht over. Leuk dat Toon wethouder is geworden. Hij was daarvoor zelfstandig adviseur en daarmee kun je de sloot wel dempen. Ik ben trots. Net als vroeger toen ik toch aardig heb rondgebazuind dat Ach, Margrietje en Niemand laat zijn eigen kind alleen door mijn broer zijn geschreven.'Utrecht Toon: 'Ik voel me hier van jongs af senang. Ik heb in Breda en Nijmegen gewoond en voor de rest altijd hier. Ik denk dat Utrecht mij trekt omdat het een stad is met een jong hart. Een op de vijf studeert, dat is altijd zo geweest.' Willem Hendrik: 'Afgezien van mijn periode bij de universiteit van North-Carolina ben ik ook altijd hier blijven hangen. Ik woon nu in Bilthoven en zou eigenlijk wel weer naar de stad willen. Of is dat romantiek? Want 's avonds de kroeg in doe je niet meer zo snel.' Gispen-stoelen Toon: 'Hij was een oudoom. Andere vormgevers zijn er bij mijn weten niet in de familie.' Willem Hendrik: 'Deze Gispenstoel heb ik gekregen van mijn oud-promovendi. Deze Willem Hendrik was een uitzondering, de meeste Willem-Hendriks waren dominees. Een is later rector magnificus van de VU geworden. Zeer geestige man, zo gek als een ui.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden