Analyse Amerikaanse politiek

Komt wijsheid met de jaren, of is een frisse wind hard nodig in de Amerikaanse politiek?

De gemiddelde leeftijd van politici in de VS ligt veel hoger dan in Europa. Hoe komt dit, en is het wenselijk?

Dianne Feinstein. Beeld San Francisco Chronicle / Polari

Ze had geen ervaring. Ze maakte beginnersfouten. Ze was een clueless nitwit. En ze danste, God betere het. Ze was maar een meisje.

Alexandria-Ocasio-Cortez.

Alexandria Ocasio-Cortez (29) heeft het geweten, sinds ze vorige week namens de Democraten als jongste vrouw in de Amerikaanse geschiedenis haar intrek nam in het Huis van Afgevaardigden. Van alle kanten kwam het venijn. Soms in de vorm van gefundeerde kritiek, veel vaker in de hoedanigheid van denigrerende opmerkingen, beledigingen, hoon of regelrechte smaad, met een blootfoto die niet van haar was.

De boodschap: wie dacht ze helemaal dat ze was, om zomaar als nog-geen-dertiger met een grote mond vol ideeën over 70 procent belasting en een Green New Deal de heuvel van het Capitool te komen bestormen?

Medewerkers van het parlement hielden haar tegen als ze door de gangen liep en stuurden haar de andere kant op, naar de bijeenkomsten voor nieuwe stagiairs.

Natuurlijk komt het venijn niet alleen door haar leeftijd. Ze is een vrouw, en nog een gekleurde vrouw ook. Als je met die combinatie van eigenschappen een elitaire club binnenstapt waarvan de leden in ruime meerderheid man zijn en wit, ja, dan krijg je altijd wel een paar opmerkingen naar je hoofd met een seksistische of racistische ondertoon. Maar leeftijd-istisch was het zeker ook.

Al krijgt Cortez het meest te verduren van haar politieke tegenstanders, sommige partijgenoten snappen evenmin wat ze in Washington komt doen. Voormalig Democratisch vice-presidentskandidaat Joe Lieberman (76) zei donderdag dat ze ‘niet de toekomst van de partij’ is. Voormalig Democratisch senator Claire McCaskill (65) noemde haar eind december een ‘helder glanzend nieuw dingetje’, iemand die ‘zomaar uit het niets kwam en een zeer ervaren congreslid versloeg’.

Nieuw dingetje versus ervaren congreslid. ‘Ik weet niet wat ze heeft gedaan om al dat enthousiasme te genereren’, voegde McCaskill eraan toe. Het klonk alsof ze het maar oneerlijk vond.

De verkiezing van Ocasio-Cortez en andere, iets minder jonge honden met haar, was in elk geval ongewoon. Het Amerikaanse Congres is een seniorensociëteit. De gemiddelde leeftijd in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden samen bedraagt 59 jaar. De leider van de Senaat, Mitch McConnell, is 76 jaar. De nieuwe leider van het Huis van Afgevaardigden, Nancy Pelosi, is 78 jaar. De president is 72 jaar. Drie van de belangrijkste kandidaten om het volgend jaar tegen hem op te nemen, Elizabeth Warren, Joe Biden en Bernie Sanders, zijn respectievelijk 69, 76 en 77 jaar. Warren heeft de eerste formele stap al gezet, van Biden en Sanders wordt een dezer dagen een beslissing verwacht.

Vooral Biden, juist door zijn combinatie van leeftijd en ruim veertig jaar politieke ervaring in Washington, is de hoop en vrees van de Democraten.

Joe Biden. Beeld Getty Images

De Verenigde Staten, schreven de Amerikaanse historici Daniel Bessner en David Austin Walsh in oktober in een opiniestuk in The Guardian, zijn een gerontocratie geworden: een land dat wordt geleid door de seniorenklasse. En dat, zeiden zij, is een probleem.

Steeds ouder

Amerika’s volksvertegenwoordigers zijn niet altijd zo oud geweest. Begin jaren tachtig was de gemiddelde leeftijd tot onder de 50 jaar gedaald. Maar sindsdien is die gestaag gestegen, tot een piek twee jaar geleden – die nu dankzij nieuwkomers als Ocasio-Cortez een klein beetje is afgezwakt maar nog steeds op bijna 59 jaar ligt (waarbij senatoren gemiddeld zo’n vier à vijf jaar ouder zijn dan de afgevaardigden in het Huis). De laatste vier decennia is de gemiddelde leeftijd dus met zo’n tien jaar toegenomen.

Ter vergelijking: in Nederland waren de leden van het huidige parlement bij hun aantreden gemiddeld 49 jaar (in de Tweede Kamer 46, in de Eerste Kamer 56), tien jaar jonger dan in de VS.

Wat daarbij opvalt is dat de Democraten, de progressieve partij van Amerika, al sinds de jaren zestig een oudere afvaardiging hebben dan de Republikeinen. Zelfs nu, met inbegrip van de golf nieuwkomers, zijn de Democratische parlementariërs gemiddeld nog steeds ouder dan de Republikeinen.

Zijn Amerikaanse politici zulke plucheplakkers, of beginnen ze later met een politieke carrière? Waardoor komt dat, en is het inderdaad een probleem? Of komt de wijsheid in Amerika misschien gewoon nog steeds met de jaren?

Bernie Sanders. Beeld Contour by Getty Images

Walsh heeft er een tamelijk nuchtere verklaring voor. De promovendus (30) aan Princeton University denkt dat de oude politici simpelweg een uitvloeisel zijn van het huidige Amerikaanse politieke systeem. ‘Je hebt als politicus geld of connecties nodig om campagne te kunnen voeren en gekozen te worden, en het kost tijd om die te verzamelen. En als je eenmaal gekozen bent, is het makkelijker om herkozen te worden. Door die dynamiek zijn de volksvertegenwoordigers de afgelopen jaren steeds ouder geworden.’

Doordat Amerikaanse politici direct individueel gekozen worden, en niet zoals in Nederland met een politieke partij het parlement binnen worden geloodst, moeten ze individueel genoeg bekendheid zien te genereren. De campagne daarvoor kost miljoenen – de spotjes, de medewerkers, de reizen, de tijd. Connecties kunnen helpen dat geld binnen te hengelen, bij particulieren of bij het bedrijfsleven. ‘Je hebt dus kapitaal of sociaal kapitaal nodig, en dat komt normaal gesproken met de tijd’, zegt Walsh.

Wie eenmaal gekozen is, heeft het makkelijker. Hoezeer ‘het moeras’ van Washington ook wordt bekritiseerd, Amerikanen houden ervan steeds dezelfde gezichten naar de hoofdstad af te vaardigen. Dat heeft deels weer te maken met bekendheid: een politieke uitdager moet nog naam maken, een zittende volksvertegenwoordiger hoeft eigenlijk alleen maar herkend te worden. Daarnaast zijn financiers ook makkelijker bereid de portemonnee te trekken voor zittende politici; een kwestie van risico-inschatting. 

Ook de demografie speelt een rol, en dan vooral de opkomst tijdens verkiezingen van verschillende leeftijdsgroepen. Hoe ouder de kiezer, hoe trouwer die stemt. ‘En omdat mensen graag op kandidaten stemmen die op hen lijken, maken oudere kandidaten meer kans’, zegt Walsh. Een parlement is geen afspiegeling van de bevolking, maar van de stemmende bevolking.

Conservatieven in Amerika hadden door dat ze desondanks, of juist daarom, zelf jonge politici moesten cultiveren. In 1960 startte William Buckley de beweging Young Americans for Freedom, gericht op individuele vrijheid en minder overheidsbemoeienis, die de voedingsbodem zou vormen voor de Republikeinse vernieuwingsgolven eind jaren zeventig (leidend tot Reagan-revolutie) en begin jaren negentig (leidend tot de Gingrich-revolutie). ‘Die talentontwikkeling hebben de Democraten verwaarloosd’, zegt Walsh.

Nancy Pelosi. Beeld AP

‘Een ander verschil tussen de twee partijen is dat Newt Gingrich, toen hij in 1995 de nieuwe Republikeinse voorman van het Huis van Afgevaardigden was, een limiet instelde van zes jaar voor de prestigieuze commissievoorzitterschappen (als voorzitter van zo’n kamercommissie heb je grote invloed op wetsvoorstellen en kun je de regering controleren). Die maximum termijn leidde sindsdien tot continue verfrissing in de partij, waarbij jonge Congresleden eerder verantwoordelijkheid krijgen en oudere Congresleden eerder uit Washington vertrekken – omdat ze hun hoogtepunt al achter de rug hebben. 

‘De Democraten zeggen dat je ervaring nodig hebt om wetten te maken en door de commissies heen te loodsen’, zegt Walsh. ‘Dus vinden zij senioriteit belangrijk. Maar het effect is verkalking.’

Dat is te zien aan de huidige generatiekloof bij de Democraten in het Huis van Afgevaardigden. De partijleiders, onder aanvoering van Nancy Pelosi, zijn met een gemiddelde leeftijd van 71 zo’n dertien jaar ouder dan het voetvolk. De Republikeinse aanvoerders zijn juist vier jaar jonger (53) dan de rest van hun fractie. ‘De Democraten kunnen nog van de Republikeinen leren’, zegt Walsh.

Maar oudere progressieve politici lijken minder vertrouwen te hebben in hun opvolgers dan oudere conservatieve politici – of dat nou komt door eigendunk of een paradoxaal pessimisme over de jongere generatie. Neem Ruth Bader Ginsburg, de 85-jarige opperrechter met de bijnaam The Notorious R.B.G (een verwijzing naar rapper The Notorious B.I.G) die afgelopen week een beraadslaging van het Hooggerechtshof moest missen wegens gezondheidsproblemen. Als zij overlijdt, kan president Trump weer een (conservatieve) vervanger benoemen, die levenslang kan blijven zitten en dus het land voor decennia in conservatieve richting kan sturen. Walsh: ‘Ze had ook onder Obama met pensioen kunnen gaan. Door niet te vertrekken en nog een paar jaar te willen blijven, met het risico dat er een Republikeinse president zou worden gekozen, heeft ze misschien de meest catastrofale beslissing genomen uit de recente politieke geschiedenis.’

Tegelijkertijd is ze ongelooflijk populair: ze heeft een cultstatus onder jonge progressieve Amerikanen, en wordt gezien als een rolmodel. ‘Het ligt complex. Het respect voor ouderen is tot zekere hoogte deel van de Amerikaanse cultuur’, zegt Walsh. ‘Zeker onder progressieven is er veel respect voor de generatie die in harde tijden is opgegroeid.’

Datzelfde geldt ook voor Bernie Sanders en Elizabeth Warren, vrijgevochten types die er nog steeds eigenwijze ideeën op na houden. Als wijsheid met de jaren komt, uit het zich bij hen als onafhankelijkheid, in de ogen van hun vaak jonge aanhangers.

Orrin Hatch. Beeld Bloomberg via Getty Images

Jong en oud samen

Uiteindelijk heb je een mix nodig, zegt Lee Hamilton (87), die tussen 1963 en 1999 in het Huis van Afgevaardigden zat, aan de telefoon vanuit zijn werkkamer aan de Universiteit van Indiana. ‘Wijsheid is belangrijk. Maar je hebt ook de frisse brutaliteit van de jeugd nodig.’

Vierendertig jaar werkte hij als volksvertegenwoordiger – in de jaren tachtig en negentig als voorzitter van prominente commissies voor buitenlandse zaken en inlichtingendiensten – maar hij zal niet zeggen dat ervaring het enige is dat telt. ‘Ik zat in mijn eerste jaren als jongste aan het einde van de vergadertafel en mocht alleen maar luisteren naar de wijze mannen en verder mijn mond houden. Senioriteit is belangrijk: als je ouder bent heb je van fouten geleerd, en die hoeven niet opnieuw te worden gemaakt.’ Veteranen zijn soms efficiënter, zegt hij. Sommige dingen moet je gewoon op routine doen. Aan de andere kant: ‘De nieuwkomers hebben net een campagne achter de rug, hebben frisse ideeën, zitten minder vastgeroest. Ze hebben meer gevoel voor de mensen, voor de moderne tijd, voor het Amerika van nu.’

Gevoel voor het Amerika van nu – dat ontbrak er nogal aan, toen de 84-jarige senator Orrin Hatch vorig jaar tijdens een hoorzitting aan Mark Zuckerberg vroeg hoe het eigenlijk kon dat Facebook gratis was. ‘Senator, we plaatsen advertenties’, zei Zuckerberg met onverholen minachting. Als een senator dat al niet snapt – hoe moet hij dan wetten maken voor de grootste en meest disruptieve bedrijfstak van deze tijd, met meer macht dan de beruchte monopolies van het begin van de 20ste eeuw?

‘Dat is precies waarom het gevaarlijk is om te veel oude volksvertegenwoordigers te hebben’, zegt Walsh. ‘Ze zien de problemen niet altijd.’

Ocasio-Cortez heeft dat gevaar, in haar wilde beginweek, in zekere zin binnenstebuiten gekeerd – door juist wél bepaalde zaken aan te kaarten. In één klap heeft ze met haar Green New Deal het klimaat weer op de agenda gezet – een onderwerp waarvan de meeste oudere volksvertegenwoordigers dachten dat het hun tijd wel zou duren. ‘Ocasio-Cortez en andere jonge nieuwkomers hebben ervaringen en zorgen die andere millennials ook hebben.

Mitch McConnell. Beeld Getty Images

Toch komt dat soms onbezonnen over - haar daadkracht kan zich tegen haar gaan keren, gezien het gesputter in de partij. Een verbond tussen jong en oud kan de oplossing zijn, zegt Walsh. Hij noemt de samenwerking tussen president Kennedy en zijn voorganger Eisenhower tijdens de Cubacrisis, en stelt zich een regeling voor waarin oudere politici jongere politici als mentoren adviseren en begeleiden.

Daarbovenop komen nog de geestelijke vermogens. ‘Vragen over mentale achteruitgang zijn heel legitiem’, zegt Walsh. ‘Kijk naar Reagan, die misschien een beginnende vorm van de ziekte van Alzheimer had. Trump lijkt moeite te hebben met het verwerken van informatie. Bij Sanders of Biden kun je je ook dat soort dingen afvragen.’

Uiteindelijk gaat het om energie, zegt Hamilton, die zelf op zijn 68ste de deur in Washington achter zich dichttrok. ‘Als ik kijk naar de leiders van de Democraten, dat zijn allemaal oude mensen... op een gegeven moment wordt het echt zwaar. Neem Joe Biden. Een presidentschap? Misschien heeft hij zulke goede mensen om zich heen dat hij nog heel efficiënt aan de touwtjes kan trekken. Maar echt, op je 80ste heb je niet meer zo veel energie als op je 60ste. Neem het van mij aan. Ik heb ervaring.’

Donald Trump. Beeld REUTERS
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.