Nieuws Rwanda

Komt het brein achter de genocide in Rwanda op vrije voeten?

Komen drie Rwandezen, die tot lange gevangenisstraffen veroordeeld zijn wegens hun aandeel in de genocide van 1994, vervroegd op vrije voeten? Hun lot ligt in handen van de Amerikaanse rechter Theodor Meron, voormalig president van het Joegoslavië-tribunaal. Hij staat onder zware internationale druk om het verzoek van het drietal voor voortijdige vrijlating af te wijzen. Voor alle betrokkenen is donderdag de laatst mogelijke dag om hun visie in Den Haag te leveren.

Schedels van honderden Tutsi-burgers die zijn opgegraven en opnieuw begraven als onderdeel van de herdenking van de genocide in Rwanda.

Omstreden is vooral de mogelijke vrijlating van Hassan Ngeze, die door een van de aanklagers van het Rwanda-tribunaal was omschreven als het ‘brein’ achter de genocide, die circa een miljoen Tutsi’s en gematigde Hutu’s het leven kostte. De journalist had via zijn krant en een radiostation opgeroepen tot geweld. De aanklager: ‘Zijn woorden waren gevaarlijker dan kogels en machetes.’

Ngeze werd aanvankelijk veroordeeld tot levenslang. De straf werd omgezet in 35 jaar cel, en Ngeze meent in aanmerking te komen voor vrijlating nu hij tweederde daarvan heeft uitgezeten.

Rechter Meron heeft Ngeze, twee medeveroordeelden, de Rwandese regering en andere betrokkenen tot donderdag de tijd gegeven om hun argumenten pro en contra vrijlating kenbaar te maken. Meron is president van het ‘Mechanisme’ in Den Haag, officieel: het Mechanism for International Criminal Tribunals. Het VN-hof buigt zich over zaken die na de sluiting van het Joegoslavië-tribunaal in 2017 nog moeten worden ‘afgehandeld’ (zoals het hoger beroep van Radovan Karadzic en Ratko Mladic, veroordeeld wegens onder meer de massamoord in Srebrenica) en zaken die in eerste instantie terechtkwamen bij het Rwanda-tribunaal in Arusha, Tanzania. Dat sloot enkele jaren geleden al de deuren.

Opgegraven botten en schedels van slachtoffers uit een onlangs ontdekt massagraf van de genocide in Rwanda. Foto AFP

Het is een unicum dat Meron Rwanda de gelegenheid heeft geboden om protest aan te tekenen tegen vervroegde vrijlating, zegt de Nederlandse juriste dr. Caroline Buisman. Zij vertegenwoordigt een voormalige Rwandese topofficier, Aloys Simba, die eveneens voortijdig op vrije voeten wil komen. Een gerechtvaardigd verzoek, vindt Buisman: ‘Simba is al 82 of 83, dat weet hij zelf niet, en is ernstig ziek’. Simba had op grote schaal moordpartijen georganiseerd, en werd veroordeeld tot 25 jaar cel. Buisman verbaast zich erover dat rechter Meron aan Rwanda (‘geen neutrale partij’) advies gevraagd heeft. Ten minste tien veroordeelden zijn vervroegd op vrije voeten gesteld zonder dat de regering van het land geraadpleegd werd.

Vergiftigde ideologie

Daar wringt voor de regering de schoen. Want bij terugkeer bleken de oorlogsmisdadigers er nog altijd hun ‘vergiftigde ideologie’ op na te houden. Ze zouden zelfs weer ‘samenzweren’. Rwanda wil, voordat rechter Meron een beslissing neemt, ten minste een openbare hoorzitting waarop slachtoffers aan het woord komen. Volgens de Rwandese regering leidt vervroegde vrijlating van Ngeze, Simba en nog een derde veroordeelde tot ‘ongekend psychologisch leed’ onder nabestaanden en overlevenden. ‘Sinds de routineuze slachting van Joden tijdens de Holocaust heeft de wereld niet meer zo’n systematische poging tot de vernietiging van een volk meegemaakt.’

Rwanda krijgt bijval uit het buitenland. Vroegere stafmedewerkers van het Rwanda-tribunaal, mensenrechtenacivisten en zowel Afrikaanse als westerse wetenschappers hebben een dringend beroep gedaan op rechter Meron om af te zien van vervroegde vrijlating. Als ‘leden van de internationale gemeenschap’ stellen zij dat de veroordeelden achter de tralies moeten blijven, ‘waar ze thuishoren’.

In een emotionele brief schrijven ze dat in geval van genocide, ‘de misdaad der misdaden’, een coulante houding volstrekt misplaatst is. Temeer daar de veroordeelden nooit berouw hebben getoond, laat staan vergiffenis hebben gevraagd. Bovenal zou hun vrijlating het verzoeningsproces in Rwanda schaden. ‘Oude wonden worden opengereten.’

Moordcommando’s

Worden de veroordeelden toch vroegtijdig vrijgelaten, dan kunnen ze hun land van herkomst maar beter mijden, zegt Anneke Verbraeken, publicist en Rwanda-kenner. President Paul Kagame, een Tutsi, deinst er niet voor terug tegenstanders in de cel te zetten of te vermoorden. ‘Het argument dat vrijgelaten veroordeelden weer samenzweren, gebruikt hij om hen op te pakken.’ Ook op andere plekken in de wereld zijn Kagames opponenten niet veilig. ‘Zo hebben zijn moordcommando’s toegeslagen in Zuid-Afrika.’

Kagame, die in 1994 alom werd geprezen omdat hij met zijn rebellenbeweging een einde maakte aan de genocide, had destijds ook bloed aan zijn handen. Tutsi’s lieten zich niet onbetuigd in de golf van geweld. In de loop der jaren is steeds meer bekend geworden over het optreden van Kagame en zijn troepen, maar tot een aanklacht tegen hem bij het Rwanda-tribunaal is het nooit gekomen.

Jacht op voortvluchtigen

Ook na de sluiting van het Rwanda-tribunaal in 2015 wordt er jacht gemaakt op voortvluchtige verdachten. Het ‘Mechanisme’, de opvolger van het tribunaal, wil acht aangeklaagde Rwandezen alsnog berechten. Het beschikt niet over een eigen politiemacht of arrestatiebevoegdheden, en is afhankelijk van nationale overheden. De voortvluchtigen veranderen vaak van identiteit en zoeken hun toevlucht tot onherbergzame oorden. Onder hen is een oud-minister van Defensie en een ex-commandant van de Presidentiële garde. Sinds de oprichting van het Rwanda-tribunaal, eind 1994 door de VN-Veiligheidsraad, zijn 61 personen veroordeeld die bij de genocide betrokken waren.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.