Column

Komt de zelfvoorziening terug?

De hoogovens in IJmuiden. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Bijna 100 jaar geleden gaf de Nederlandse staat een groep industriëlen onder leiding van Frits Fentener van Vlissingen de mogelijkheid om in een van de mooiste duingebieden van Nederland, Breesaap, een ijzersmelterij te bouwen. Reden was de economische blokkade tijdens de Eerste Wereldoorlog, waardoor Nederland te afhankelijk bleek van het buitenland. Nederland zou zelfvoorzienend moeten zijn. En niet alleen op voedselgebied. De staat zou ook voor een keten van basisindustrieën moeten zorgen.

Hoogovens werd in 1917 opgericht om behalve de productie van ijzer en staal ook de afzet van de Staatsmijnen veilig te stellen. Twee jaar later stond dezelfde Fentener van Vlissingen aan de basis van de KLM - een nieuw rijksspeeltje dat moest garanderen dat Nederland ook in de luchtvaart niet van het buitenland afhankelijk was. Bij wijze van uitzondering kreeg deze nieuwe onderneming meteen het predicaat koninklijk. Henri Wenckebach, mijnbouwdeskundige, werd de baas van Hoogovens, Albert Plesman, vlieger, van KLM.

De bedrijven zouden als ondernemingen van nationaal belang de hele 20ste eeuw gekoesterd worden door de overheid. In Hoogovens had naast de staat ook de gemeente Amsterdam een aandelenbelang. Als het slecht ging, kon het bedrijf daar altijd aandelen plaatsen in ruil voor belastinggeld. Dat gebeurde nog in 1993.

Zes jaar later - toen Hoogovens fuseerde met British Steel - verkocht het paarse kabinet het laatste belang van 13 procent met een boekwinst van 575 miljoen gulden. Hetzelfde paarse kabinet had toen al het staatsbelang in KLM fasegewijs teruggebracht tot 14 procent. Met deze uitverkoop van staatsbelangen (ook DSM, KPN en de Postbank) deinden Kok en Zalm mee op de door Reagan en Thatcher ingezette liberaliseringsgolf en kon de staatsschuld worden teruggebracht. De mondialisering, de komst van de euro en de eeuwige vrede na de val van het IJzeren Gordijn maakten zelfvoorziening overbodig. Hoogovens ging samen met British Steel, KLM met Air France. Het beleid werd geprezen als een soort sprookje waarin iedereen zou binnenlopen en met eeuwig stijgende huizenprijzen en aandelenkoersen en lang en gelukkig zou leven. Het pakte anders uit: eerst met de opkomst van de populisten van Fortuyn in 2002 en daarna met de kredietcrisis in 2007. Inmiddels verkeert de euro in een permanente crisis en plunderen de Britse en Franse partner respectievelijk Hoogovens en KLM. Het volk heeft het gevoel er te zijn ingestonken.

Mogelijk kan een groep zakentycoons opnieuw de handen ineen slaan en kijken of ze Nederland zelfvoorzienend kunnen maken. Een vergunning voor een Silicon Valley in de duinen lijkt te hoog gegrepen, nu zelfs windmolens ver op zee als horizonvervuiling worden gezien. Maar een in de KLM-perikelen verstrikte staatssecretaris Wilma Mansveld zou wel geholpen kunnen worden met een visie op industriebeleid.

Reageren? p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden