Komt de sociale dienstplicht er nu echt?

Hoewel de militaire dienstplicht in 1996 werd opgeschort, blijven politici pleiten voor een sociale dienstplicht. Dit keer de ChristenUnie, die er een recht van wil maken.

Ouderen volgen een iPadcursus. Hulp met computers zou een invulling kunnen zijn van het sociale dienstrecht voor afgestudeerden. Beeld Hollandse Hoogte

Een sociale dienstplicht voor jongeren? De meeste vrijwilligersorganisaties zien er wel wat in. Met dien verstande dat zo'n dienstplichtige een vrijwilliger is. Want een seniorenhulp die door derden met een washandje op pad wordt gestuurd, kan nooit een goede hulp zijn. 'Het kan alleen werken als beide partijen afspraken maken op basis van vrijwilligheid en als er een goede onderlinge match is', zegt Fleur Kusters van Mezzo, de landelijke vereniging voor mantelzorgers.

'Sociaal dienstrecht', dat was de naam waaronder een sociale dienstplicht dit weekeinde door Gert-Jan Segers, voorman van de ChristenUnie, werd aangeprezen. In de kennelijke wetenschap dat plichten in deze geïndividualiseerde samenleving moeilijk te verkopen zijn. Dat dienstrecht zou, zo opperde Segers, door afgestudeerden kunnen worden gebruikt als wisselgeld voor de lening waarmee zij hun studie hebben bekostigd.

Liane den Haan, directeur-bestuurder van seniorenorganisatie ANBO, zou de dienstgerechtigden met open armen ontvangen. 'Zij zouden, na een korte training, kunnen worden ingezet als ANBO-consulent: dat is iemand die een klant helpt bij de voorbereiding van een keukentafelgesprek met een ambtenaar die de zorgbehoeften komt inventariseren. Zo'n functie vereist kennis van regelingen, van de sociale wetgeving en, natuurlijk, enige sociale vaardigheid. Alleen: het zal nooit een betaalde baan worden.'

Dienjaar in de zorg

Zo zijn er meer manieren waarop de dienstgerechtigde van nut kan zijn: hij kan ouderen vertrouwd maken met de computer, hij kan hen helpen bij de belastingaangifte en hij kan andere vrijwilligers scholen. Extra voordeel, aldus Den Haan, is dat generaties die ver van elkaar zijn verwijderd met elkaar in contact komen. 'Dat kan voor beide leerzaam en nuttig zijn.'

Nu telt Nederland zo'n 630 duizend zorgvrijwilligers. Dat zijn mensen, in de definitie van Mezzo, 'die geregeld vrijwilligerswerk in zorg en welzijn leveren aan een hulpbehoevende die zij vooraf niet kenden'. Daar komen de mantelzorgers - in de regel vrienden of familieleden van de zorgvrager - nog eens bij. In 2014 kwamen bij 2,2 miljoen thuiswonende volwassenen (zo'n 17 procent van de Nederlanders ouder dan 18 jaar) een of meer mantelzorgers over de vloer. Aan dit reservoir worden dus mogelijk nog eens duizenden dienstgerechtigden toegevoegd. Werkterrein is er zeker voor hen. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau blijft een op elke vijf ouderen en mensen met een beperking het zonder 'informele hulp' stellen.

Segers is niet de eerste met dit idee. Vorig jaar pleitte het CDA voor een 'dienjaar in de zorg, bij defensie of bij een vrijwilligersorganisatie' ter overbrugging van de kloof tussen hoger- en lager opgeleiden. 'Jongeren kunnen zo leren dat iedereen een taak heeft in de samenleving', schreef CDA-leider Sybrand Buma. 'Het gaat niet alleen om de vraag what's in it for me, maar evengoed om de vraag wat je daarvoor terug kunt doen.'

Klusjes voor afgestudeerden

• Voorbereiden van het keukentafelgesprek met de ambtenaar die de zorgbehoefte van een oudere of gehandicapte komt inventariseren

• Belastingaangifte

• Boodschappen doen

• Een wandeling maken

• Een praatje maken

• Hulp bij het gebruik van ict

• Contact onderhouden met familie die ver weg woont.

Individualisme als hoogste goed

Eerder hadden Rita Verdonk en Pim Fortuyn een sociale dienstplicht aanbevolen. Fortuyn sprak over een 'algemene dienstplicht' voor jongeren rond de 18 met als doel hun 'te leren omgaan met mensen van verschillende sekse, geaardheid, sociale afkomst en etnische achtergrond. Dit alles ter voorbereiding op een volwaardige positie in de Nederlandse samenleving'. Daarnaast hoopte hij met de dienstplicht 'het Nederlanderschap inhoud te geven en de natievorming te verstevigen en op peil te houden'. Fortuyn, Verdonk en Buma hoopten met de invoering van een sociale dienstplicht de cohesie van de samenleving te vergroten. Hun plannen hadden nog iets gemeen: ze verdwenen na korte tijd in het luchtledige.

Dat lot trof in de jaren tachtig ook het voorstel van toenmalig Kamerlid Ton de Kok (CDA) om 'onderzoek te doen naar de haalbaarheid en wenselijkheid van een maatschappelijke dienstplicht voor mannen en vrouwen'. Die zou de militaire dienstplicht, die toen nog niet was opgeschort, moeten flankeren. 'Vooral de vrouwelijke parlementariërs waren er mordicus op tegen', herinnert De Kok zich. 'Zij wilden eerst al hun rechten en voorlopig geen nieuwe plichten.'

De tijdsomstandigheden hielpen De Kok evenmin. 'De Koude Oorlog liep ten einde en het individualisme werd als hoogste goed omhelsd. Maar de tegenstanders kwamen ook met het argument dat je geen ongemotiveerde dienstplichtigen op geestelijk gehandicapten of bejaarden kon loslaten. Onzin natuurlijk, want militairen die hebben geleerd op mensen te schieten, kunnen ook billen wassen.'

De vraag van Segers is of je afgestudeerden kunt loslaten op hulpbehoevenden. De eerste reacties doen vermoeden dat een sociale dienstplicht, in welke semantische gedaante dan ook, kansrijker is dan tevoren.

Heimwee naar de diensttijd

Gert-Jan Segers van de CU wil dat afgestudeerden hun leningen kunnen aflossen door vrijwilligers-werk te doen: een sociaal dienstrecht. Goed idee?

In 1996 werd de militaire dienstplicht, die sinds de Napoleontische tijd had bestaan, opgeschort (niet afgeschaft). Inmiddels vraagt een meerderheid van - overwegend oudere - Nederlanders zich af of dit wel zo'n goed idee was. Het ooit verguisde instituut roept toenemend nostalgische gevoelens op.

Zo schreef oud-dienstplichtige Casper van den Broek in 2013 een boek over ons 'beste leger ooit': het ogenschijnlijke zooitje ongeregeld dat, met puik materieel, bij oefeningen beter presteerde dan welk NAVO-leger ook. Rond dezelfde tijd verscheen het Handboek voor de dienstplichtig soldaat b.d.: een ode aan de kazernecultuur met haar afkortingen, rare instructies en koeken met roze glazuur.

Verscheidene organisaties houden zich bezig met 're-enactments' van de Koude Oorlog. Wie nog dichter bij de werkelijkheid wil blijven, meldt zich bij het Korps Nationale Reserve (NatRes), bestaande uit parttime militairen die - tegen betaling van een bescheiden 'oefentoelage' - in hun eigen regio kunnen worden ingezet voor de bewaking van 'strategische objecten'. Daarvoor bestaat, aldus een woordvoerder van defensie, voldoende animo.

Volgens militair historicus Christ Klep wordt de disciplinerende en verheffende invloed van de dienstplicht sterk overdreven. 'Of daarvan sprake is, hangt vooral af van de historische context. In de 19de eeuw kon het leger inderdaad nog als 'school der natie' worden aangemerkt, waar ongeletterden konden leren lezen en schrijven. In later tijden had het leger die functie niet meer.'

Los daarvan is herinvoering van de dienstplicht uiterst onwaarschijnlijk. De daarvoor benodigde infrastructuur ontbreekt, zegt Marc de Natris, voorzitter van de Koninklijke Vereniging voor Marineofficieren. 'We hebben geen kazernes om dienstplichtigen te huisvesten, geen personeel om hen op te leiden en geen munitie waarmee we hen kunnen laten oefenen. De dienstplicht afbreken was zo gepiept. Met een wederopbouw ervan zullen vele jaren en miljarden euro's zijn gemoeid.'

Het moderne krijgsbedrijf met zijn ingewikkelde wapensystemen leent zich niet meer voor een leger van dienstplichtigen, denkt historicus Klep. 'Met een toereikende opleiding zijn al snel negen maanden gemoeid. De dienstplicht zou dan anderhalf tot twee jaar moeten duren wil je er iets aan hebben. Ik denk niet dat de samenleving die uitval van arbeidskrachten kan verdragen. Afgezien daarvan is bij de hedendaagse oorlogvoering de massa, het voetvolk van infanteristen, niet meer zo van belang.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden