komedie mon pire cauchemar ***

De bruut en het ijskonijn, als dat niet liefde op het eerste gezicht is.

Strakker kan de typecasting van een film niet zijn. Weinig actrices hebben zo'n vrieskoud imago als Isabelle Huppert, en niemand kan een hork zo ontwapenend spelen als de Waalse acteur Benoît Poelvoorde; dus staan ze in Mon pire cauchemar lijnrecht tegenover elkaar. De armoedige krabbelaar en de arrogante Parijse galeriehoudster, de bruut en het ijskonijn - als dat niet liefde (en oorlog) op het eerste gezicht wordt.

Patrick droomt van een zaak waar schaars geklede meisjes staan te trappelen in reuzenaquariums, Agathe loopt gestresst rond met een norse streep op haar gezicht, en vraagt aan trammachinisten of ze niet wat harder kunnen rijden. Bij haar thuis heerst ook een nogal doodse sfeer; haar huwelijk met uitgever François is volkomen uitgeblust en met zoontje Adrien krijgt ze nauwelijks contact. En dan zit er ook nog eens een gigantisch gat in de badkamer-muur, als restant van een onvoltooide verbouwingsklus. Het laat zich raden wie met zijn lompe poten in dat gat zal springen; Mon pire cauchemar maalt niet om een extra onsje voorspelbaarheid.

En ja hoor, de deurbel. Patrick komt zijn zoontje ophalen. Bepaald niet de vader die Agathe zich had voorgesteld bij Adriens opvallend keurige vriendje, maar François en Patrick kunnen het meteen goed met elkaar vinden. Voor Agathe er erg in heeft, staat Patrick in haar chique appartement te timmeren; een vleesgeworden nachtmerrie met bouwvakkers-decolleté.

Als het vervolgens op een rare manier toch tussen de twee begint te broeien, zoekt regisseur-scenarist Anne Fontaine (Coco avant Chanel) niet naar allerlei geforceerde motieven om de boel aannemelijk te maken. IJskonijn Agathe blijkt onverwacht maar plompverloren toch te vallen voor Patricks charmes, zeker met wat wijntjes achter de kiezen. 'Als ze drinken, begrijpen ze elkaar,' wordt ergens in de film over het duo gezegd, en dan heb je hen al stomdronken paardje zien rijden.

In zulke scènes schuilt de charme van Mon pire cauchemar. Huppert en Poelvoorde genieten zichtbaar van elkaar, en halen uit hun stereotype rollen wat erin zit. En al zegt Poelvoorde nog tien keer 'Kom je grote wagen wassen', het blijft grappig om zo'n verdwaald Nederlands zinnetje met vet Waalse tongval te horen.

Regie Anne Fontaine. Met Isabelle Huppert, Benoît Poelvoorde, André Dussollier, Virginie Efira. Benoît Poelvoorde en Isabelle Huppert. In 9 zalen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden