Kom op, Jan Peter, kom op!

Maastricht is trots op de beste burgemeester van Nederland. Gerd Leers weet hoe dat komt. ‘Men had de buik vol van onderlinge dealtjes.’...

Door Jan Hoedeman

‘Als iets me niet lukt, lig ik ’s nachts wakker. Ik kan heel slecht tegen kritiek. Dan maalt het door en schrijf ik op een papiertje hoe het moet. Die briefjes deel ik de volgende ochtend uit aan de ambtenaren op het stadhuis. Het is killing voor mezelf, deze baan. Het tempo gaat er op, ik móet voor mezelf presteren.

‘De eerste twee jaar ging het vanzelf, het derde jaar werd ik gekozen tot de beste burgemeester van Nederland. Dat was een euforisch jaar, maar toen ik eenmaal weer met de benen op de grond stond, realiseerde ik me: jongens, nu wordt het echt gevaarlijk. Dit gaat jaloezie oproepen.

‘De beste zijn is niet zo moeilijk, maar de beste blijven - De stad Maastricht komt helemaal in de picture, en vooral de heer Leers. Hosanna hebben we nu gehad, het risico van kruisigt hem! dreigt.

‘Pats! Zo moet het, die richting slaan we in! Een en een is twee. Ik ga er vol in. De mensen willen dat, ze willen graag een burgervader die leiderschap toont. Volgende week ga ik op vakantie en daar ben ik aan toe. Maar ik kan het werk niet loslaten. Het is altijd hetzelfde liedje, dan krijg ik thuis ruzie. Want ik moet nog even mailen en bellen. Onuitstaanbaar ben ik dan, dat is gewoon verschrikkelijk. Maar ik wil niet de burgemeester worden waarvan later wordt gezegd: Leers riep wel veel, maar daarna zakte hij in het in het zompige moeras. Ik moet er continu aan blijven werken.’

Het klinkt als een goed recept om overspannen te raken. Als burgemeester Gerd Leers na een onrustige nacht naar zijn werk gaat en zijn missie even dreigt te vergeten, ziet hij in de hal van zijn 17de eeuwse stadhuis twee smalle rode vaandels hangen van zeven meter hoog met grote witte letters ‘Maastricht, beste stad van Nederland, beste burgemeester.’

Leers is ongeveer op de helft van zijn periode. In Den Haag kijken ze met belangstelling naar hem. Daar wordt gezegd: als al onze ministers zo waren, dan zou dat het beste wapen tegen de nieuwe Fortuyn zijn. Leers kijkt óók naar Den Haag, vooral kritisch.

Hij is een meeslepend spreker. In de historische burgemeesterskamer, waarvan de muren zijn behangen met beschilderd leer, pakt Leers een blanco A-viertje van zijn bureau, houdt het in de lucht en zegt: ‘Dit is het probleem. Je kunt er op verschillende manieren naar kijken, maar iedereen is het daar over eens. En wat doet de politiek?’

Leers trekt verwachtingsvol zijn wenkbrauwen op, verfrommelt het vel papier, gooit het op tafel en wijst naar de prop: ‘Dat maakt de politiek ervan. Daar herkent niemand zich toch nog in?’

Het voormalige CDA-Kamerlid (1990-2001) is populair bij de Maastrichtenaren. Zette voortvarend het falende drugsbeleid op de kaart, ontruimde het Sodom en Gomorra op het woonwagenkamp de Vinkenslag, stopte de subsidie aan de noodlijdende voetbalclub MVV, ontzette de Maastrichtse Tokkies die hun buurt terroriseerden en gaf ze bij wijze van reminder een woning aan de goede kant van de gevangenismuren.

Uw voorganger Houben zei: ‘Dat verschrikkelijke woord scoren moeten we uit onze vocabulaire schrappen.’ Die arme man kreeg uitgerekend u als opvolger.

‘Nu lijkt het alsof ik alleen maar wil scoren. Houben heeft er heel veel aan gedaan in deze stad, hij heeft Maastricht op de Europese kaart gezet met de uitstraling en allure van vandaag. Ik vond hem zeker geen klungelaar die maar wat deed. Maar deze stad was wél toe aan een andere bestuurscultuur. Men had de buik vol van onderlinge dealtjes, waar Houben trouwens niets mee op had.’

Hoe bent u behept geraakt met Het Heilige Moeten?

‘Het is mijn sterk ontwikkelde gevoel voor wat rechtvaardig en wat onrechtvaardig is. Ik ben niet alleen op aarde voor mezelf, maar uiteindelijk heb ik een taak te vervullen die er toe moet leiden dat het hier ook een stukje beter wordt. Ik wil op zo’n manier leven dat anderen daar waardering voor kunnen hebben. Niet alleen aan jezelf denken. Dat is God voor mij. Ik wil mij voor mijn daden verantwoorden naar mijn omgeving. Meer dan naar een man die aan de hemelpoort staat om te beoordelen of we er wel of niet in mogen. Iedereen hoopt daar wel op, want je wilt niet dat dit aardse bestaan het einde is. Maar voor mij staat dat niet honderd procent vast.’

‘Mijn vader kwam uit een fabrikantenfamilie, mijn moeder was van boerenafkomst. Beide culturen speelden sterk in ons gezin. In het weekeinde waren we tussen de varkens en de koeien, doordeweeks bij de fabriek. Daar woonden behalve mijn zus en mijn broer ook nog twee grootouders, een oom en een tante.

‘Kinderen liepen in de weg, daar moesten ze vanaf, dus werd er al snel besloten dat we naar een kostschool moesten. Het waren harde jaren, zo’n tien jaar na de oorlog. Hoewel ik mij een plaats veroverde op de kostschool, miste ik toch de liefde van mijn vader en moeder.

‘Het zijn voor mij ongelukkige jaren geweest. De broeders van de Onbevlekte Ontvangenis riepen gemengde gevoelens bij me op. Broeder Sergius gaf me les op de lagere school. Hij gaf goedkeuringen en deelde dan een plaatje uit van een of andere heilige. Een zeer beminnelijke man. Hij was een onderwijzer, die dicht bij me stond en me bij de hand nam op het levenspad. Toen ik volwassen was, fungeerde hij als een soort alter ego, waar ik bij belangrijke besluiten intuïtief op terugviel.

‘Er zaten ook rotzakken tussen de broeders, regelrechte machtswellustelingen. Bij de broeders heeft zich mijn gevoel voor onrechtvaardigheid enorm ontwikkeld. Sommige broeders konden hun handen niet thuis houden en probeerden aan me te friemelen. Ik heb me fel verzet, heb broeders geschopt en geslagen.

‘Daarvoor werd ik gestraft. Ik werd dan meegenomen naar een kamertje waar een ongelooflijk hoge temperatuur heerste. Met een sleutelbos, die aan een ketting vastzat, werden striemen op mijn bovenbenen geslagen.

‘Bij het douchen kwamen ze kijken in je badhokje of alles wel goed ging. Had ik nog shampoo nodig? Dat soort smoezen. Andere jongens gaven wel toe aan de seksuele driften van de broeders. Jongens die van huis zijn en geen perfecte band met de ouders hadden, kregen een surrogaat-opvoeder opgedrongen. Het was je reinste machtsmisbruik.

‘Het heeft niet veel gescheeld of ik was van school gestuurd. Een van de broeders kon, terwijl hij door de veertigkoppige klas patrouilleerde, zo maar een klap op het hoofd uitdelen. Op een keer had ik de hand op mijn achterhoofd, tussen mijn vingers stak een passer door. Die ging dwars door zijn hand heen.’

Uw vader stierf na een ongeluk met een kogel toen u veertien jaar oud was.

‘Op een goede dag werd mij meegedeeld dat mijn vader was overleden. Hij had dagen in coma gelegen, was stervende. Ik wist van niets. Anderhalve dag na zijn overlijden kregen de kinderen het te horen. Mijn vader was mededirecteur van een grote wasmachinefabriek. Hij had het moeilijk in de jaren zestig. De innovatie vond plaats in Italië, waar de wasautomaten vandaan kwamen.

‘In Brunssum, waar de fabriek stond, moesten ze zich omscholen. Een deel van het bedrijf kwam ook in de bouw terecht: het maken van airco’s en plafonds. Die plafonds hangen aan grote stalen haken, die met een pistool en een stalen draad omhoog werden geschoten in het beton. Maar die kogel ketste terug, recht in het hoofd van mijn vader. De kogel bleef in zijn keel steken. Terwijl hij in coma lag heeft hij ’s nachts alle slangetjes uit zijn hoofd losgetrokken en is hij gestorven. Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik hem niet nog een keer heb mogen zien.

‘Het was een soort Brunssumse staatsbegrafenis. De fabriek was een grote werkgever. Het was een hele processie, de schutterij voorop, de kist en dan mijn moeder, twee jonge broers en twee zussen. Het was een surrealistische gebeurtenis. Ik moest een man begraven, die mijn vader was en die ik nooit goed heb gekend. De banden waren heel beperkt, eens per maand kwam ik thuis. Later heb ik het op mijn initiatief wel weer wat ingehaald met mijn moeder.’

Wat veroorzaakt zo’n ervaring als je zelf een gezin begint?

‘Hoewel ik bijna nooit thuis ben, probeer ik er in alles te zijn voor mijn drie dochters. Wat ze te kort komen, wil ik compenseren. Dat is ook niet goed, ik moet ze ook durven loslaten. Mijn vrouw Genoveef runt het gezin. Ik heb haar op de dag voor mijn achttiende verjaardag ontmoet. Omdat ik haar een mooi meisje vond, vroeg ik haar ten dans op het nummer Take Five van Dave Brubeck.’

Waarom hebt u in de jaren zeventig bedankt voor het PvdA-lidmaatschap?

‘Als student in Nijmegen wilde ik me eerst oriënteren op de PvdA, op die leeftijd ben je toch wat linkser. Maar al snel kwam ik tot de conclusie dat het niets voor mij was. De PvdA had een reactionaire sfeer. Daar was Marcel van Dam staatssecretaris, hij vloekte en verketterde alles bij elkaar. Ik vond het een ongehoorde drammer. De bedankbrief ging naar partijvoorzitter Max van den Berg, nog zo’n drammer van de eerste orde.

‘Ik was wel lid geworden, maar je moet je voorstellen dat ik een fabrikantenzoon uit het zuiden was die in de linkse PvdA binnenkwam. Thuis moest ik me verdedigen tegen mijn opa, die zich het leplazarus schrok. Heer Deken kwam bij ons over de vloer. Mijn normen en waarden waren bepaald door het katholieke geloof, dat door de zich emanciperende PvdA werd verfoeid. Dat was voor mij toch te heftig. De meeste sociaal-democraten ontbrak het aan relativering en idealisme. Den Uyl had dat overigens wel. Maar die leiders staan er niet meer vandaag de dag. Al die pragmatici van Lubbers tot Kok: ze hebben geen idealisme meer. Mensen verlangen nu naar Hans Wiegel. Het betekent dat ze leiderschap en een visie willen.’

Waarom is leiderschap en een visie zo schaars en wordt er zo naar verlangd?

‘De sfeer van doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg, die nuchterheid is ons opgebroken. Emotie en idealisme werden niet meer geduld in dat klimaat. Het is uit alle partijen weggevloeid.’

Welke risico’s bedreigen het CDA landelijk?

‘Ik ben kritisch op mijn partij, maar het blijft wel míjn rotpartij. Het CDA neemt een ongelooflijk remmende houding aan ten opzichte van vernieuwende creatieve gedachten die in de partij aanwezig zijn. Dat is een gemiste kans. Het CDA laat zich nationaal niet inspireren en vernieuwen. De partij moet zelfverzekerd en met flair issues aanpakken, maar schiet oubollig in oude reflexen: tegen de gekozen burgemeester, tegen een andere aanpak van het softdrugsbeleid, tegen woningbouw over de grenzen. Ik zeg niet dat bestuurlijke vernieuwing de panacé is voor alle problemen, maar het CDA moet ook weer niet alle vernieuwingen blokkeren.

‘We hebben als CDA in 1994, toen we uit de macht werden gestoten, de achtjarige tocht door de woestijn gehad. We werden aangevoerd door Brinkman, Heerma, De Hoop Scheffer en Balkenende. Nu we de kans hebben door te stoten naar het Beloofde Land, laten we het liggen.’

Waarom is dat erg?

‘We dreigen straks als CDA weer de woestijn in te worden geflikkerd. En misschien wel langer dan de vorige keer. Misschien hebben ze ons nog even nodig in de kabinetsformatie, maar het kan ook zo over zijn. Het CDA heeft haar noodzaak in de regering te zijn, niet afgedwongen.

‘Over een halfjaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen, in maart 2006 moet het CDA er staan. Ze moeten nu beginnen, alle hens aan dek! Het CDA in Maastricht kan er straks wel uitspringen, maar door het nationale effect kunnen we hier een grote klap krijgen. Dan kun je uittekenen dat de leiderschapsdiscussies gaan losbreken. Wie moet de lijst trekken bij de Kamerverkiezingen? Laat het niet zo ver komen! Zoek de kiezer op! En ga als CDA niet op zogenaamde Fontein-avonden de nieuwe WAO-techniek uitleggen! Dan ga ik liever thuis bij mijn eigen fontein zitten. Want het werkt niet. Je moet de mensen rechtstreeks in het hart raken met een bevlogen verhaal, niet met een technisch Haags compromis.

‘De mensen snakken naar leiderschap en visionaire politici, die een droom durven neer te zetten waarin ze worden meegenomen. De bevolking heeft gedacht: Balkenende heeft dat ook. Die liefkozing van Balkenende als Harry Potter, dat was positief bedoeld. Maar het is verschraald in de afgelopen jaren.

‘Het komt ook doordat Balkenende in de Haagse machinerie langzaam maar zeker zijn persoonlijkheid laat uitwissen. Het is verschrikkelijk, want ik vind hem een goeie vent. Ik ken hem goed en mag hem graag, maar door dat gepruts in Den Haag ken ik bijna niets meer van hem terug. Dat is zo jammer.

‘Balkenende wordt gewoon een technocraat. Maar ik zie wel de worsteling van zijn persoon. Hij wil door de technocraat heen breken. Dan kijk ik naar de televisie, zit ik op het puntje van mijn stoel dan praat ik hardop: ‘Kom op Jan Peter, kom op! Kom eruit, spring over die technocraat heen!’ Maar dan lukt het weer niet. Hij zakt steeds verder weg.

‘Dan zie ik hem de felicitaties overbrengen vanwege de geboorte van prinses Alexia. Dat kan toch wel wat jovialer, betrokkener. Maar Jan Peter maakt er weer een plechtigheid van, van hier tot Tokyo. Dat is niets voor hem. Hij kan het wel. Hij heeft me toen ik burgemeester werd, de sleutel overhandigd van de stad. Hij is op een stoel voor me gaan staan in de hal van het stadhuis en heeft me humoristisch toegesproken. De mensen hebben het er hier nog over!’

Wat moet Balkenende dan tegen die technocratische vergruizing doen?

‘Weer zichzelf worden. Zoals hij thuis met zijn dochter Amélie omgaat, zo moet hij omgaan met de burger. Laten zien dat hij er als vader staat, laat hem meer van zichzelf zien. Zijn verhalen beginnen krabberig te worden. Het doet me denken aan Enneus Heerma, die allerlei technische verhalen ging uitleggen en zich vastklampte aan adviseurs. Maar hij kon het communicatief niet overbrengen.

‘Ik zie nu weer de adviseurs de overhand krijgen. Die beelden van de mislukte Eurotop, waar Balkenende vanaf het balkon met Jack de Vries en Gerard van der Wulp dingen naar beneden riep. Do-de-lijk. Ze hadden het niet door. Ik zapte en zag vergelijkbare beelden van het Kremlin, waar de president met wat adviseurs naar de mensen op het Rode Plein neerkeek.’

CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen neemt het deze week in Vrij Nederland op voor Balkenende, die zo oneerlijk wordt bejegend.

‘Het siert Maxime dat hij dat doet. Maar als de tweede man het opneemt voor de eerste, is er kennelijk iets aan de hand. Dit helpt Balkenende niet, de performance is niet goed.’

Als het Balkenende niet lukt zijn media-optreden te verbeteren, is hij dan de gedroomde lijsttrekker in 2007?

‘Dat is aan het CDA. We moeten onze leiders niet te snel in de prullenbak gooien. Maar Balkenende moet, als zijn performance niet verbetert, zelf zijn verantwoordelijkheid nemen. Dat moet hij kunnen aanvoelen. Het kabinet heeft bovendien jarenlang zware maatregelen genomen. Als het beloofde herstel uitblijft, heeft Balkenende een groot probleem. Dan wordt het voor hem heel lastig zijn premierschap te continueren.’

De mensen in Maastricht hebben grote verwachtingen van u. Ze denken dat u Den Haag gaat redden.

‘Die roep hoor ik ook: Leers moet minister worden. Ik zeg erbij: het flatteert wel. Terug naar Den Haag, waar ik altijd in een bepaalde discipline zat. Iets mogen doen, waarvan ik nooit had gedroomd dat het zou komen. Stel dat het komt, hè. Stel. Maar ik huiver er bijzonder voor, omdat ik bang ben vast te lopen in die Haagse machinerie en dan te ver van de mensen af sta. Wat Balkenende overkomt, kan mij ook gebeuren.’

Zou dat niet juist het sterke staaltje van Gerd Leers kunnen zijn: minister zijn en toch dicht bij de mensen staan?

‘Dat is niet makkelijk. Ik zou dat wel willen, maar daarvoor ben je ook afhankelijk van anderen. Tevoren moet dat duidelijk worden afgesproken: dit doen we niet meer, we gaan het zus en zo doen. Maar het heden is mij belangrijker. Ik heb een enorme verwachting neergezet, die voel ik als een loden last. Dat maak ik af. Ik ben niet van de carrière-planning. Het kan iets bestuurlijks zijn, maar ook het bedrijfsleven. Als ik nog een beetje gezond ben, ga ik in ieder geval niet in de tuin zitten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden