KOM ONS MAAR HALEN

Maandag begint het proces tegen de leden van de Hofstadgroep. De inval in het Haagse Laakkwartier, 10 november 2004, was een beslissende slag in het onderzoek naar die groep....

Op het moment dat Nederland in opperste staat van verwarring verkeert en moskeeën, kerken en scholen het moeten ontgelden, nemen de broers Jason (19) en Jermaine (17) op liefdevolle wijze telefonisch afscheid van elkaar.

Jason: 'Hé luister luister broeder, luister.'

Jermaine: 'Ja.'

Jason: 'Jermaine.'

Jermaine : 'Ja.'

Jason: 'Ik houd van je, luister hè, je bent m'n broertje.'

Jermaine: 'Ja.'

Jason: 'Blijf bij Tawheed (eenheid van God).'

Jermaine: 'Ja.'

Jason: 'Ja, ik houd van jou, blijf Tawheed verspreiden als ik dit niet overleef, weet ik houd van jou.'

Het is bijna tien voor drie, in de nacht van 9 op 10 november 2004. Jason heeft zijn blauwe mobiele telefoon in zijn handen en loopt driftig door de woonkamer, aan de voorkant van zijn etagewoning. Om hem heen is het een chaos, overal liggen plastic zakken volgepropt met kleding. Op de vloer voorts een samoeraizwaard, en iets verder een vuurwapen (met bijpassende slede), waarvan de recherche later pas vaststelt dat het nep is.

Voordat Jason zijn broer belt, heeft hij samen met zijn tijdelijke kamergenoot Ismail een politie-aanval op de Haagse Antheunisstraat 92 afgeslagen door een aanvalsgranaat naar buiten te gooien. Zes agenten van een arrestatieteam kruipen eerder de vijftien treden van de steile trap op en rammen met 'de grote boem' de gebarricadeerde voordeur, daarbij 'Politie. Politie' roepend.

Twee van hen komen oog in oog te staan met Jason, die hen in de verlichte woonkamer opwacht en een Joegoslavische M91-handgranaat de krappe portiek inwerpt. Door de tientallen rondvliegende stalen kogels, raken drie agenten gewond, van wie één zwaar.

Twee op Jasons hoofd gerichte schoten missen maar net doel en komen in de muur terecht. Als hij een volgende handgranaat gereed lijkt te maken om naar de politie te gooien, klinkt er 'Terugtrekken! Terugtrekken!' Jason juicht. Zijn geschreeuw overstemt de Arabische muziek in zijn huis: 'Kom maar naar binnen, kankerlijers. Hier heb ik twintig jaar op gewacht.'

Terwijl agenten hun zwaar bebloede collega's wegslepen, hoort een overbuurman roepen dat de woning tot ontploffing zal worden gebracht. 'Ik hak jullie koppen eraf met een zwaard. En we blazen de hele boel op. We hebben twintig kilo. Kom ons maar halen.'

Brandstichters

Het is een week nadat moslim-extremist Mohammed B. in Amsterdam Theo van Gogh heeft vermoord. Veel Nederlanders zijn die avond naar bed gegaan met het beeld van de brandende islamitische school Bedir in het Brabantse Uden en de verwijzingen door de brandstichters naar de moord op de filmmaker. Verward vanwege het escalerend geweld en met een zorgelijk gevoel van wat er allemaal nog meer gaat gebeuren. Vooral omdat de brand in Uden volgt op een serie aanslagen op islamitische gebouwen en kerken her en der in het land.

Jason: 'Ze zijn hier, ze zijn hier, de deur is ingeslagen, we hebben een handgranaat, we gooien tegen hun weet je, we hebben twee dood gemaakt van hun.'

Jermaine: 'Ahh, even serieus.'

Jason: 'Ze zijn weggerend. Ik ben serieus, ik zweer het bij God.

Jermaine: 'Ja?'

Jason: 'Ik zweer het bij Allah, ze zijn hier, de deur is kapotgeslagen, we hebben een handgranaat gegooid en ze zijn weggerend.'

Jermaine: 'Ja, en nu.'

Jason: 'Ik weet niet waar ze zijn, ze komen zo meteen, ze bereiden iets voor, weet je, die ongelovigen.'

In de wijk is veel paniek na 'de dramatische donder', zoals een achterbuurvrouw de klap omschrijft. Ze hoort overal gegil, en zoekt snel haar twee dochtertjes in hun slaapkamers op. Door het achterraam ziet ze nog hoe de twee bewoners van de Antheunisstraat 92 na de mislukte arrestatie als katten in het nauw driftig heen en weer hollen om uiteindelijk op het balkon, ten overstaan van de geschrokken buurt 'Allah Akbar, Allah Akbar' te schreeuwen.

Even daarvoor heeft de benedenbuurman met zijn vrouw en twee kinderen een snelle oversteek naar het stenen schuurtje in de tuin gemaakt. Na de luide knal, en de schoten van de politie, ziet hij door zijn voorraam een agent op de grond vallen. Achter de gesloten gordijnen zouden zij lange tijd in de schuur zitten om pas veel later onder politiebegeleiding de plek te verlaten.

Wat er precies in het pand aan explosieven aanwezig is, weten politie, justitie en gemeentebestuur net na de mislukte arrestatie niet, zoals ze evenmin op de hoogte zijn van het bestaan van de handgranaten. In ieder geval is het dreigement om de boel op te blazen de reden dat er onmiddellijk een 'beleidsteam' wordt opgericht.

Burgemeester Wim Deetman wordt anderhalf uur voor de inval op de hoogte gebracht, en twee uur later gaat de telefoon opnieuw: 'de risicovolle arrestatie' is mislukt. Samen met Han Moraal, hoofd officier van justitie in Den Haag, Gerard Bouman, de korspchef van de politie Haaglanden, en Marc van Erve, hoofdofficier van het Landelijk Parket, vormt hij dit crisisteam.

Het blijft lange tijd onduidelijk wat er moet gebeuren, ook voor Deetman. 'We waren erg bezorgd dat het pand zou ontploffen. We gingen er van uit dat er veel explosieven in de woning waren', verklaart hij een dag later.

Uitgangspunt is dat het verdachte tweetal levend wordt aangehouden: 'zelfdoding moest worden voorkomen'. 'Doortastend en evenwichtig' zou het beleidsteam opereren, al leidt die houding er wel toe dat dat buurtbewoners drie uur op hun evacuatie moeten wachten.

Een achterbuurvrouw roept in paniek vanuit het raam een voorbijlopende politieagent om raad. Ze krijgt te horen dat ze moet blijven zitten waar ze zit. 'Ik wilde naar mijn zus die verderop woont en dat kon maar niet. Ik heb uren met mijn kindjes verstijfd op de bank gezeten.'

Jason: 'Maak dua (bidden) voor ons, maak dua voor ons dat we Sjahid worden, maak dua dat we martelaren worden.'

Jermaine: 'Met Gods wil, hé broeder doe alsjeblieft voorzichtig hè, alsjeblieft broeder, in ieder geval, met Gods wil jullie worden Sjahid, maar alsjeblieft dit kan niet zo aflopen toch, ga iets doen vriend.'

Jason: 'We gaan ze doodmaken man, we gaan ze afmaken man, we gaan ze dood maken.'

Nachtdienst

Jermaine staat tijdens het telefoongesprek buiten bij bakkerij Van de Kletersteeg in Leusden, waar hij als oproepkracht in de nachtdienst werkt. Hij wordt voortdurend op zijn mobiele telefoon gebeld, maar na het gesprek met zijn oudere broer lijkt hij in paniek. Aan zijn chef laat hij, bleek en geschrokken, weten niet langer te kunnen werken. Hij moet weg. Familieproblemen, meldt hij kortaf.

Een dag later overhandigt de adjunct-directeur van de bakkerij de politie een gevonden papiertje met onafgemaakte tekeningen en slecht leesbare krabbels . Hierin wordt Hirsi Ali als 'hoofdverdachte van islam' neergezet en er lijkt een halfbakken plan te zijn gemaakt hoe zij op '31-12-04', terwijl er overal vuurwerk wordt afgestoken, zou worden 'afgeslacht' met 'een religieus mes (zwaard).

Jason: 'We hebben geen beltegoed, vrede zij met jullie.'

Jermaine: 'Vrede zij met jullie.'

Jason: 'Ik houd van je, met Gods wil.'

Jermaine: 'Alle lof aan God, ik houd van je.'

Aan het einde van het gesprek maakt Jason duidelijk dat deze nacht ook voor hem als (radicale) moslim, niet zo maar een nacht is. Het is de Nacht van de Beslissing, Lailat-ul-Qadr. De 27ste en allerheiligste nacht van de islamitische vastenmaand ramadan. In elke moskee wordt herdacht dat de engel Jibrail de eerste openbaring van de heilige koran overbracht aan de profeet Mohammed.

Ook Jason en Jermaine zijn gaan bidden in de moskee El Fath in hun vroegere woonplaats Amersfoort. Daar kennen ze de broers als Jamal (Jason) en als Nordin of Nourdin (Jermaine). In het verleden is er bonje geweest met het bestuur. Jason is de deur gewezen, nadat hij de terroristische aanslagen in New York en Madrid in het gebedshuis toejuicht.

Na het telefoongesprek met zijn broer, fietst Jermaine weer terug naar de moskee. Bezoekers zien hoe een verwarde 'Nordin' bij de afgesloten deur staat. Hij schreeuwt dat de politie naar 'm op zoek is. Hij lijkt niet meer tot bedaren te brengen en mag daarom ook niet naar binnen. Het bestuur van de moskee wordt ingeschakeld en belt de politie.

Jason blijkt op hetzelfde moment onbenaderbaar. Terwijl kamer genoot Ismail in een telefoongesprek met een wakker gebelde kennis vertelt dat hij zich voorbereidt op het martelaarschap, wordt Jasons forse gestalte briesend aan de voorkant van het huis gesignaleerd.

'Schiet me maar, schiet me maar', schreeuwt hij de onderhandelaar van de politie toe. 'Ik ben de zwarte dood.' Met het samoeraizwaard maakt hij snijdende bewegingen langs zijn keel. In de kamer wordt later een Algemeen Dagblad gevonden met de kop: OORLOG.

Een dag eerder belandt er bij de landelijk terreurofficier een door het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) ondertekend ambts bericht op het bureau. De AIVD-baas Sybrand van Hulst schrijft hierin dat 'een zeer betrouwbare bron' op 8 november een zes minuten durend gesprek tussen Jason, Ismail 'en een tot nu toe onbekend gebleven persoon' heeft opgevangen.

'Hier spreekt de Divisie Islamitisch Jihad in Nederland en verklaart het volgende: Wij hebben een lam ritueel geslacht, en dit zal de straf zijn van een ieder die Allah en zijn profeet beledigt. En iedereen die in dit land Allah en zijn profeet durft te tarten. Ayaan Hirsi Ali, wij zullen elkaar gauw treffen als Allah het wil. Allah is groot en de Islam zal zegevieren.'

Vervolgens duiken in het voorgedragen statement de namen op van de Amsterdamse burgemeester Cohen en zijn wethouder 'ketter' Ahmed Aboutaleb, en met name het Tweede Kamer-lid Geert Wilders: 'Het zou ons uitermate verheugen wanneer wij de Sharia (de islamitische wetgeving) zouden inluiden met het te pletter laten neervallen van meneer Wilders van de Euromast.

'Tevens zullen wij gebruik maken van deze aangelegenheid om de Euromast met het bloed van meneer Wilders om te dopen tot executiegebouw voor deze misdadigers.'

Deze 'samenspanning tot moord met terroristisch oogmerk', zoals in het proces-verbaal van de Nationale Recherche staat, is de directe aanleiding voor de arrestatie. Maar de verklaring past vooral bij het beeld dat van Jason bij de AIVD bestaat.

Hij geldt als 'een target' van de afdeling die zich bezighoudt met Nederlandse moslimterroristen, het Centrum voor Islamitisch Terrorisme (CIT).

Vervolg op pagina 26

HET IS EEN LANGE DAG GEWEEST

Vervolg van pagina 25

Sinds het voorjaar van 2003 houdt het Centrum voor Islamitisch Terrorisme (CIT) Jason in de gaten. De student Arabische talen wordt beschouwd als één van de meest radicale moslims van Nederland. Op 17 oktober wordt Jason W. met vier leden van de zogenoemde Hofstadgroep gearresteerd. Ze zouden een aanslag hebben voorbereid, maar worden wegens gebrek aan bewijs vrijgelaten.

De AIVD past, om er zeker van te zijn dat hen niets ontgaat, bij Jason een wel vaker gebruikte methode toe. Het pand aan de Antheunisstraat dat hij sinds september 2004 'anti-kraak' bewoont, blijkt een door de AIVD geregelde woning te zijn, bevestigen goed ingevoerde bronnen.

De geheime dienst heeft zonder medeweten van de Rijswijkse eigenaren Jason via tussenpersoon 'Ed' in een etagewoning weten te krijgen, die in ruime mate is voorzien van afluisterapparatuur. Ook zijn mobiele telefoon wordt getapt, al blijkt tegelijkertijd dat zeker twintig uur aan opgenomen gesprekken nog uitgewerkt moet worden door de audiobewerkers van de AIVD.

De Amerikaan

Jason maakt deel uit van een groep radicale moslims onder leiding van de Syriër Mohammed Bassam Al I. Ook Van Goghs moordenaar Mohammed B. behoort daartoe. De Syrische 'koranleraar' predikt de gewelddadige jihad, staat positief tegenover het doden van prowesterse moslims en is lid van een groepering die – volgens de dienst – gezien moet worden 'als de opvolger van Bin Ladens organisatie'.

Jason, ook bekend onder de namen 'de Amerikaan', 'Abdoellah', 'John' en 'Amriki', lijkt een enthousiaste leerling. Het gedachtegoed van Abdul-Jabbar van de Ven, de Nederlands imam die later verklaart niet te zullen treuren om de dood van Geert Wilders, is aan hem goed besteed.

Jason houdt het niet bij het uitwisselen van ideeën, zoals hij zich evenmin beperkt in de radicale contacten tot Nederland. In 2003 is hij twee keer in Pakistan geweest. Hij bezoekt er een trainingskamp en leert er met vuurwapens omgaan. Hij oefent hoe hij geblinddoekt een Kalasjnikov uit elkaar kan halen en hoe hij moet bidden met een AK-47 tussen zijn knieën.

Ook staat hij volgens de AIVD in contact 'met prominente personen van islamitisch-terroristische organisaties, zoals de aan Al Qa'ida gelieerde Iraaks-Koerdische Ansar Al Islam'. Daarnaast kijkt hij veelvuldig naar extreem-religieuze video's, inclusief onthoofdingen, en rekruteert hij via internet mensen voor de jihad.

Het arrestatieteam wil Jason samen met de – tijdelijk bij hem thuis verbijvende – Ismail A. oppakken. Alleen blijkt later dat het Haagse arrestatieteam niet exact weet bij wie de inval is. Ook wordt de AIVD verweten dat er onvolledige informatie is verstrekt.

Burgemeester Deetman kent, als verantwoordelijke voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, niet de precieze achtergronden van de aanhouding. In bedekte termen hekelt hij later tegenover de Haagse gemeenteraad het gebrek aan 'optimale informatiedeling' van de inlichtingendienst.

Pottekijkers

In de late uren van de nacht wordt de buurt rond de Antheunisstraat omsingeld, en wordt het Laakkwartier, de Haagse jaren twintigcreatie van H.P. Berlage, omgebouwd tot een vesting – compleet met afgesloten luchtruim om pottekijkers op afstand te houden. Nog even en de politie helpt de tweehonderd bewoners uit hun huizen, hen bescherming biedend met schilden. Het is wachten op de ware arrestatie; op het einde van een crisis die uiteindelijk veertien uur duurt.

Jason belt die nacht niemand meer, zijn beltegoed is op, net als dat van Ismail. Even stoken ze een vuurtje op hun eigen etage. Ze blussen dat ook weer snel. Door de straten lopen agenten met mitrailleurs en bivakmutsen. Er worden twee Chinezen in een nabijgelegen woning aangehouden, en vrij snel weer vrijgelaten.

Een achterbuurman stuurt lichtsignalen naar het huis, en ziet tot zijn schrik het tweetal in een traditioneel gewaad op het balkon verschijnen. 'Allah Akbar, Allah Akbar', galmt het weer in de binnentuin.

Als Nederland de volgende ochtend ontwaakt en de meeste mensen de brand in Uden nog op het netvlies hebben, meldt het nieuws dat er in Den Haag een belegering gaande is. Dat er in een straat 's nacht knallen zijn gehoord en dat er moslim-extemisten zijn die zichzelf, net zoals in Madrid is gebeurd, dreigen op te blazen. In de berichtgeving heet het Laakkwartier 'een oorlogsgebied'.

'Het komt nu wel heel dichtbij', zegt iemand die ochtend bij de afzetting. 'Eerst New York, toen Madrid en nu Den Haag. Wie had dat ooit gedacht.' Nederland is doodsbang, blijkt die dag uit een peiling. En: 'We lopen als land langs het ravijn van chaos, haat en escalerend geweld'. Koningin Beatrix zou onmiddellijk het volk toe moeten spreken – luidt een oproep van GroenLinks.

Jason heeft zijn afscheidsbrieven al klaar. Hij, de zoon van een Amersfoortse vrouw en een in Soesterberg gelegerde Amerikaanse soldaat, wil martelaar worden en richt zich ook tot zijn moeder: 'Lieve moeder, ik hou van je, en ik ben trots dat jij mijn moeder bent. Ik hoop dat je ooit moslima zult worden en dat we elkaar in het paradijs tegen komen.'

Sinds hij in navolging van zijn vader op veertienjarige leeftijd moslim is geworden, en zijn broertje Jermaine hem daarin later is gevolgd, is hij de laatste jaren toegegroeid naar zijn ideaal om 'martelaar' te worden. Waar hij eerst op zijn middelbare school alles verdedigt dat op een aanval op Amerika lijkt, beschouwt hij zijn vaders vaderland nu 'als leger van ongeloof'.

Thuis in Amersfoort leidt de radicalisering van Jason tot strubbelingen. In juni 2004 komt de familieruzie tot een hoogtepunt. Zijn moeder meldt het Bureau Jeugdzorg dat ze spoorslags samen met haar dochters het huis heeft verlaten. Zij vlucht voor haar twee zoons die haar 'geestelijk mishandelen'. De vader van Jason en Jermaine leeft al geruime tijd gescheiden van het gezin. Hij heeft de afgelopen drie jaar alle contact met de broers gemeden.

Ontknoping

Minister Donner geeft om 16.00 uur aan het beleidsteam door dat de aanval geopend kan worden. De scherpschutters liggen op de daken en het ambulancepersoneel staat klaar. Tien uur eerder heeft de politie de onderhandelingen gestaakt, al blijft het onduidelijk waarom de ontknoping zo lang op zich laat wachten.

Als om 16.40 uur Jason door het traangas zijn huis ontvlucht, lijkt zijn kans op het martelaarschap verkeken. Ismail en hij rennen naar het balkon aan de achterkant van het huis.

Daar staan ze oog in oog met zwaar bewapende leden van de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE) van het Korps Mariniers. Jason draagt in zijn beige bodywarmer twee handgranaten en een mes, om zijn hoofd een zwart-wit geblokte sjaal.

'Op het moment dat ik op het balkon naar buiten kwam werd er door een politieman geschoten', vertelt Jason een dag later aan de rechercheurs. 'Die agent was opgefokt. Hij was agressief. Hij riep wat naar mij, maar ik hoorde niet wat. Hij stond op een balkon aan de overkant. Ik was toen nog niet uitgekleed.'

Via een trapje komt hij naar beneden, en laat daarbij een bloedspoor van de schotwond aan zijn linkerschouder achter in de tuin. Zijn handen doet hij op zijn rug, en de BBE's blinddoeken hem. Met ontbloot bovenlichaam verschijnt hij in de Antheunisstraat en wordt hij afgevoerd naar het politiebureau.

Jermaine is die middag met veel politievertoon aangehouden bij een bushalte in Amersfoort, net als andere leden van de Hofstadgroep. Jason weet 's avonds bij zijn eerste verhoor nog van niks. Het is even over tienen en hij ligt in het ziekenhuis van de Penitentiaire Inrichting Haaglanden, afdeling Scheveningen. Hij komt bij van een schouderoperatie en is nog onder invloed van de narcose.

Op de vraag of het een lange dag is geweest, antwoordt Jason dat het een lange dag is geweest. Hij zou graag een koran hebben, want ondanks de verwonding wil hij zich aan de ramadan houden, al laat hij bij het volgende verhoor weten dat hij gestopt is, omdat hij niet weet of hij aan het infuus mag tijdens de ramadan.

Kunnen wij nog wat anders voor je doen, vragen de rechercheurs ten slotte. Ja, zegt Jason, kunnen jullie mijn broertje Jermaine bellen. En hij overhandigt hen het mobiele telefoonnummer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden