Column

Kom naar ons, met die schijtdochter van je

Trappen

Met moeder liever naar de musical dan naar het museum? Dacht het niet.

Eergisteren zag ik voor het eerst de tv-commercial voor de musical Moeder, ik wil bij de revue. Een korte samenvatting: dochter neemt moeder mee naar museum met moderne kunst. Moeder staat te kijken naar schilderij van vrouw met benen wijd. Moeder gaat op bankje zitten, maar dat blijkt kunst te zijn. Voice-over schreeuwt : 'Doe je moeder echt een plezier en neem haar mee naar Moeder, ik wil bij de revue.' We zien enkele beelden van de musical. Iemand doet gek met een damestasje.

De boodschap van de reclame: zeg, dochters met jullie bevliegingen en jullie moeilijke gelul over postnatale depressies en dat jullie dan voor een rood schilderij gaan staan en dat jullie dan zeggen 'Kijk, moeder, dit ben ik, verscheurd vlees met zwerende randen'; zeg, dochters met jullie kunstzinnige zelf geverfde hennephaar - houd eens op met dat gedraaf door betonnen zalen vol getormenteerde kunst. Neem je moeder, die jullie gratis en voor niets uit haar schoot heeft laten glijden, eens mee naar iets echt leuks. Een musical over vroeger, toen alles niks kostte en de mensen op straat dansten omdat er iemand was klaargekomen.

De commercial zegt dit. Museumbezoek? Moeders met een beige jas en nette schoenen, trap er niet in. Er staan spierwitte mannen met zwarte coltruien te mijmeren voor een blauw doek. Als u meer kleuren wilt, kom dan naar ons. Wij doen Wim Sonneveld na. Dat waren de tijden, dat je met een drumstel op je rug opkwam en zong dat je het lonken niet kon laten. Lonken, moeders, wat een fijn woord, hè? Beter dan blinddaten. Kom naar ons, met die schijtdochter van je.

Ongeveer een jaar geleden ben ik, verblind door vijfsterren recensies, naar Hij gelooft in mij, de musical over André Hazes geweest. Zonder mijn moeder. Die was verhinderd wegens dood. Nu vanuit de musicalhoek zo ongenuanceerd dom wordt getrapt naar museumbezoekers, voel ik mij iets vrijer te vertellen hoe ik die avond heb beleefd.

Het was lachwekkend slecht, goedkoop, misplaatst en necrofiel. Vooral dat laatste. Ik heb bijna twee uur zitten kijken naar het lijk van André Hazes en hoe dat dansend en zingend over het podium werd gezeuld. Treurigmakende decors zag ik. Bordkartonnen gedoe. Een caravan die leek te zijn ontworpen door Dick Bruna voor een stervende Nijntje. Droomscènes met veel witte rook op het podium.

André Hazes' liedjes werden gespeeld door een fantastische band, maar die mocht ik niet zien. Zij zaten onder het podium. Op het podium deden acteurs net alsof zij gitaar speelden of drumden. De bassist hield zijn instrument vast alsof het een doodgeboren kind was.

Hazes' Amsterdamse accent was hilarisch slecht. Iemand had de acteur verteld dat Amsterdammers de harde A-klank uitspreken als een zachte O. Dat leverde zinnen op als: 'Ik goh niet met je mee. Wat heb ik dan gedohn? Ik goh lekker mijn gang.' Ik, als geboren Amsterdammer, moest twee uur luisteren naar Hazes die klonk als een Drentse turfsteker.

Nergens werd de ziel geraakt. Hazes zoop, hij werd doof en schold zijn vrienden uit. Geen woord over zijn prachtige teksten. Een scharrelende armoezaaier gered door een leuk Rotterdams wijf.

Moeder, niks gemist, hoor. Hoe gaat het nu met je?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.