Kom naar huis

Twee jaar geleden bereikte de orkaan Katrina New Orleans. Sindsdien wordt volop getwijfeld aan het vermogen van die stad zichzelf aan de haren uit het moeras omhoog te trekken....

Jed Horne, schrijver in New Orleans, rijdt langzaam door Little Hanoi. Het is een overwegend Vietnamese wijk, omgeven door wild, groen moerasland. De wolkenkrabbers van New Orleans zijn niet meer te zien. Van stevige dijken of andere bescherming tegen het water is geen sprake – en toch zijn de drie- tot vierduizend Vietnamezen al lang weer terug in hun buurtje in New Orleans East, een uitgestrekte buitenwijk aan de westkant van de stad.

Ze waren woedend toen hun woonomgeving leek te worden afgeschreven nadat de orkaan Katrina twee jaar geleden 80 procent van de stad onder water zette. Maar het was ondenkbaar, zegt Jed Horne, dat ze niet zouden terugkeren. ‘Dit zijn geharde mensen. Bootvluchtelingen.’

Horne wijst naar de net geverfde katholieke kerkjes, de opgeknapte boeddhistische tempels, de nieuwe daken op bescheiden bungalows, de bedrijvigheid rond het restaurant Kim Ahn. De energie is onmiskenbaar, twee jaar na Katrina. ‘Zo’n storm, een overstroming: waarschijnlijk stelt het niet veel voor als je maandenlang hebt overleefd op een bootje in de Zuid-Chinese zee.’

Het is niet voor niets dat Horne (59), auteur van het vorig jaar verschenen boek Breach of Faith – Hurricane Katrina and the Near Death of a Great American City, juist New Orleans East wil laten zien. Hier voel je de diepe wortels van de lokale bevolking. Vanwege die wortels, die vaak generaties omvatten, is het niet voor mogelijk te houden dat hele wijken worden opgegeven. De wortels verklaren de levenslust van gemeenschappen, de soms chaotische ogende wederopbouw, de particuliere initiatieven om buurten weer leefbaar te maken.

De verbintenis die mensen voelen met ‘dit zompige land’, zegt Horne, zit achter de koppige vastbeslotenheid van de Vietnamezen en hun zwarte buren. Want pal naast Little Hanoi ligt een lange rij villa’s van welgestelde African-Americans. Sportlieden, muziekproducenten, een paar politici. Horne is hier een tijd niet geweest. Hij verbaast zich over de volledig herstelde panden. ‘Wauw. Ze zijn terug. De tuinen zijn verzorgd, de auto’s gewassen, de gaten in de weg gevuld. Ongelooflijk. Dit zijn mensen die kunnen kiezen. Ze kunnen verhuizen naar Colorado, Houston, Atlanta. Ze hoeven niet terug te komen. Maar ze zijn teruggekomen.’

Horne is al sinds 2005 gefascineerd door de ‘veerkacht, het vertrouwen en het geloof dat het goed zal komen’. Niemand zal beweren dat het, twee jaar na de ramp, goed gaat met New Orleans. De nog steeds niet opgeruimde ruïnes in wijken als Lakeview en de Lower 9th Ward staan uitbundig optimisme in de weg. Maar mensen als Horne benadrukken dat het ook niet zo slecht gaat als de cijfers en sensationele verhalen doen vermoeden.

Horne werkte lang voor The Times-Picayune, de plaatselijke krant die een Pulitzer-prijs won voor de berichtgeving over Katrina. De krant publiceerde vorige week een commentaar: ‘Een incompleet beeld is vergif voor een regio waar tienduizenden mensen in het toerisme werken. Misverstanden schaden de wederopbouw en onze pogingen om aanvullende hulp te krijgen.’

Ja, 40 procent van de bevolking is nog niet terug, zodat het officiële inwonertal onder de 300 duizend zit. Maar van de 1,3 miljoen mensen in ‘greater New Orleans’ is 80 procent wél terug. Ja, slechts 12 van de 23 openbare ziekenhuizen draaien en het sterftecijfer is te hoog. Maar de haven draait weer, de werkloosheid is laag, de meeste scholen zijn weer open. Ja, New Orleans is opnieuw ‘moordhoofdstad’ van de VS en de criminaliteit is schrikbarend hoog. Maar een moord zoals laatst die op de 28-jarige Nia Robertson had overal kunnen gebeuren. Gevaarlijke gekken zoals Robertsons moordenaar, die haar keel doorsneed in een druk café, zijn overal te vinden.

Als redacteur schreef Horne kort na de ramp een spraakmakend opinieartikel onder de titel Laat ons niet in de steek. De plaatselijke politiek en de dijken lieten het afweten. Meer dan duizend mensen stierven. Maar het land mag deze stad niet opgeven, schreef hij. De steunpilaren van de Amerikaanse cultuur staan hier in het zuiden van de arme staat Louisiana, ingeklemd tussen Texas en Mississippi. Laat de stad niet aan zijn lot over, riep Horne zijn landgenoten toe.

Ditzelfde pleidooi zit vervat in zijn boek, dat alom wordt beschouwd als het beste werk over de dagen voor en na de storm in ‘ooit de rijkste stad van Amerika’, zoals Horne schrijft. Voor de 5500 eerstejaars studenten op Louisiana State University is Breach of Faith verplichte kost, zodat ze woord voor woord kunnen ondergaan wat er gebeurde.

Horne woont in een groot huis aan de rand van de French Quarter, het toeristische hart waar je niet kunt zien dat er ooit iets is mis gegaan. Live jazz en blues golven vanuit kroegen de nauwe straten in. Overdadige alcohol, uitstekende restaurants, koloniale hotels, topless meiden op bars: dat deel van het oude New Orleans is al lang terug. Net als het Garden District, Uptown, Jefferson Parish en andere stadsdelen ten noorden en oosten van de Mississippi. Deze wijken liggen hoog, beschermd door de dijk langs de rivier. De kwetsbare, laaggelegen wijken zijn in het noorden en westen te vinden.

Stapvoets rijdt Horne door de Lower 9th, de wijk die door meters water werd verwoest. Hier stierven veel mensen. De rotzooi is voor een belangrijk deel opgeruimd, maar de wederopbouw is nog niet zichtbaar. ‘Onthoud één ding’, zegt Horne met klem. De buurt was géén getto vol daklozen en bendeleden, een beeld dat hij en anderen bestrijden sinds de media het in september 2005 begonnen te verspreiden. Het was een wijk van de zwarte, lagere middenklasse. De familiebanden waren diep en sterk. Veruit de meeste inwoners bezaten hun huizen, al generaties lang.

En nog iets, gebaart hij. Veel van de muziek die het fundament vormt van alle westerse muziek, kwam ooit voort uit deze wijk. Horne wijst naar het huis van de zanger Fats Domino, dat wordt opgeknapt. ‘Dit wordt een mooi toeristisch centrum, zeker als Fats straks dood is. Pijnlijk om te zeggen, maar ’t zal goed zijn voor de buurt.’

Hier en daar wordt geklust en gewerkt. Even verderop zijn Captain Sal’s visrestaurant, het Texaco benzinestation en K’s Coffee Cafe open. ‘Er is leven’, observeert Horne. En het is leven dat mensen aantrekt. Zijn krant publiceerde vorige week een verhaal onder de simpele kop ‘Hier’. Jonge mensen uit alle windstreken van de VS dalen op de regio neer. ‘New Orleans trekt stilletjes jonge mensen met een gevoel van vastberadenheid aan.’ Een dag later meldde de Corporation for National and Communcity Service dat sinds Katrina 1,1 miljoen vrijwilligers uit de VS en andere landen naar New Orleans kwamen om te helpen. Samen hebben ze arbeid verricht ter waarde van ruim een kwart miljard dollar.

De can do spirit is ook te proeven in een interview dat Ed Blakely gaf aan het plaatselijke tijdschrift Gambit Weekly. Hij is sinds januari van dit jaar de ‘directeur wederopbouw’ van de stad; Horne noemt hem een ‘realistische optimist’. Volgens Blakely komt New Orleans terug. Hij ontkent niet dat het langzaam gaat, dat er ‘Katrina-moeheid’ in Washington is en dat andere steden sneller opkrabbelden na een ramp. Maar hij vraagt om geduld en heeft grootse plannen.

Hij wil nieuwe stratenplannen aanleggen, ‘groen bouwen’, de armoede aanpakken. ‘We moeten zeggen: dit is niet langer de Big Easy’, zei Blakely. ‘Kom naar huis. Kom thuis om te werken, kom thuis, naar de kansen die hier liggen. Deze stad heeft de mogelijkheid een model voor de wereld te zijn. Iedereen kijkt naar New Orleans.’

Zeker als het aan de televisieomroep Fox ligt. Die draagt zijn steentje bij door geld in de lokale economie te steken. Fox produceert K-Ville, een nieuwe dramaserie over twee politieagenten, die begint op 17 september. Op een ‘premiere party’ voor de acteurs en crew heerste vorige week een vrolijke sfeer. Een funkband speelde; aanwezigen hieven eindeloos hun glazen op New Orleans. ‘Dit is onze stad’, riep de acteur Anthony Anderson op het podium, voordat hij zich stortte op een niet onverdienstelijke imitatie van James Brown.

Zo proberen mensen stukje bij beetje hun stad weer op de rails te krijgen. Het overkoepelende masterplan mag ontbreken, maar Amerikanen zijn meesters van het eigen initiatief. Alsof hij dat wil onderstrepen, remt Horne als hij midden in het verlaten land in de buitenwijk St. Bernard een neonlicht ziet. ‘Verdomd, die gast verkoopt verzekeringen. Dat is dapper.’ Lachend: ‘Het is een begin.’

De schrijver herinnert zich een inspraakvergadering van de gemeente. Een oude, Vietnamese man uit New Orleans East stond op. ‘U kunt ons land niet afnemen’, zei hij in gebroken Engels. ‘Dit is het land waar wij onze doden hebben begraven.’ De aanwezigen kregen kippenvel, zegt Horne. Ze klapten langdurig voor de woorden die iedere inwoner van New Orleans herkende en opsloeg in zijn hart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden