Column

Kom na het Energieakkoord nu met een Plattelandsakkoord

Het is altijd prettig als iemand van statuur een vertroebeld debat weer even terugbrengt tot de essentie. Dat doet Frank Berendse, afzwaaiend hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie in Wageningen in zijn boekje Wilde Apen.

'Het is absurd dat in een dichtbevolkt land dat drijft op diensten bijna 60 procent van het grondgebied in beslag wordt genomen door de intensieve landbouw'. Beeld anp

Natuurbescherming anno nu is niet veel meer dan een strijd om hectares, om grond, om oppervlakte, aldus Berendse. Ongeveer eenderde van het Nederlandse grondgebied moet worden gereserveerd voor natuur, stelt hij, tegelijkertijd moet het landbouwareaal bijna worden gehalveerd. Alleen op die manier hebben wilde dieren en planten een toekomst.

Berendse is niet helemaal naïef, hij schrijft zelf al dat zijn plan politiek niet realistisch is, maar dan nog is het nuttig om de kloof te aanschouwen tussen de wenselijke situatie en de droef stemmende werkelijkheid. Want waar ging het ook alweer om?

De bioloog Edward O. Wilson stelt in zijn laatste boek Half-Earth: Our Planet's Fight for Life dat de helft van het aardoppervlak gereserveerd zou moeten zijn voor de pakweg tien miljoen dier- en plantensoorten die er naast die ene soort, de mens, bestaan. En niet omdat we in die groene helft dan fijn kunnen picknicken, mountainbiken of vogeltjes kijken, maar omdat die natuur en soortenrijkdom, door er simpelweg te zijn, het klimaat reguleert en tal van andere 'ecosysteemdiensten' levert, variërend van de grondstoffen voor medicijnen tot bestuiving en, in bredere zin, het op lange termijn op peil houden van de voedselvoorziening. Van die door Wilson geschetste ideale situatie raken we steeds verder verwijderd.

Volgens Berendse hielden Nederlandse natuurbeschermers zich in de jaren '90, toen het tij even mee zat, vooral bezig met onderling geneuzel over hoe de nieuw verworven terreinen moesten worden ingericht, als 'nieuwe wildernis', die vaak nat was, en waar grote grazers het beheerwerk doen, of als natuur die meer in lijn was met het soortenrijke cultuurlandschap uit het begin van de vorige eeuw. Geneuzel omdat het in feite niet uitmaakt, aldus Berendse, als er maar hectares worden gewonnen op de intensieve landbouw, waardoor de desastreuze invloed van bestrijdingsmiddelen, kunstmest, verdroging enzovoort beter buiten de deur kan worden gehouden.

En toen kwam Henk Bleker. In de twee jaar dat hij verantwoordelijk staatssecretaris was, van 2010 tot 2012, blies hij het kaartenhuis om. Hij bezuinigde 70 procent op het natuurbeleid en schrapte zoveel mogelijk van het geplande natuurnetwerk, zonder noemenswaardige protesten.

Volgens Berendse lag dat aan een gebrek aan activisme bij de natuurorganisaties, maar ik vrees dat er nog een dieper liggende oorzaak is. Begin jaren '90 sloot de natuurbeweging een deal met de overheid: natuurorganisaties mochten het genoemde netwerk aanleggen, waarbij boerenland werd omgevormd tot natuur. Op het oog een aantrekkelijke afspraak, maar onuitgesproken betekende het dat de rest van het boerenland, de helft van het Nederlandse grondgebied, werd opgegeven.

Slechts een enkele natuurbeschermer (Jaap Dirkmaat van Das&Boom) waarschuwde: het soortenrijke, agrarische cultuurlandschap van voorheen zal verdwijnen. Dat was precies wat er gebeurde: natuurbeschermers knutselden aan natuur die niet begrepen werd, boeren stortten zich op hun vlucht naar voren: nog meer productie, nog meer schaalvergroting en monocultuur. Waren boeren en natuurbeschermers voorheen nog gedwongen om zich tot elkaar te verhouden, nu stonden ze met rug naar elkaar toe, bezig met hun eigen projectje. En in de beeldvorming werkte het zo: anonieme natuurorganisaties pakken grond af van arme boeren, en maken daar onaantrekkelijke moerassen van.

Wat nu dan? Berendse heeft gelijk dat het absurd is dat in een dichtbevolkt land dat drijft op diensten bijna 60 procent van het grondgebied in beslag wordt genomen door een uitermate vervuilende activiteit: de intensieve landbouw. Dat moet minder, duurzamer, natuurlijker. Maar je kunt er niet omheen: dat kan niet zonder de boeren.

Om het optimistisch te bekijken: misschien is de tijd wel rijp voor een Plattelandsakkoord, in de geest van het Energieakkoord. Boeren staan met de rug tegen de muur, en velen zouden wel verandering willen als de prijzen stijgen, burgers maken zich zorgen over klimaatverandering en ergeren zich aan de landschapsvervuiling, natuurbeschermers zien dat er zich een 'ecologische ramp' voltrekt in het agrarische gebied. Ergens in Den Haag zou er een groot denker (en doener) moeten opstaan om al die partijen tot elkaar te veroordelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden