Kom maar op met die vlucht

'Ach', zegt het stewardesje, 'nu kijkt hij heel ontspannen.' Verslaggever Peter Middendorp volgt een training tegen vliegangst en stapt met medecursisten Trudy, Miep en Patty op een lijnvlucht naar Parijs....

Ik heb de paniek opgezocht in de gevaarlijkste liften van de stad. Ik heb op hoge gebouwen moeten staan en daar, onder begeleiding, mijn ademhaling op orde gebracht. Ik heb het boek gelezen met de titel Help, ik moet vliegen!, en wekenlang naar rust gevende cd's geluisterd. Nu zit ik individueel klaargestoomd aan een tafel van de Stichting Valk in Leiden te wachten tot de twee daagse groepstraining tegen vliegangst begint. Samen met drie kletsende vrouwen.

Trudy praat over haar acht zonen en laat de brief rondgaan die bewijst dat radiozender RTL FM haar kerstwens in vervulling laat gaan: ze krijgt gratis een cursus en twee tickets naar Amerika, zodat ze eindelijk haar eerste kleinkind kan bezoeken. Miep zegt dat ze, ondanks haar leeftijd, nog middenin het leven staat. En als Patty de mouwen van haar spijkerblouse heeft opgerold, slaat ze verrast in haar handen: 'Bent u al 79? Zou je ook niet zeggen!'

Nee, helemaal gelukkig met mijn groepje ben ik niet - wie gaat mij tegenhouden als ik straks iets raars wil doen, wie gaat mij af en toe eens ernstig toespreken? Ik begin me ook alvast flink te schamen voor die nagebouwde cabine in de andere hoek van de ruimte - acht vliegtuigstoelen tegen een wand met ronde raampjes - waarin we straks zeker van die kinderachtige fantasievluchten gaan maken.

Het beste is natuurlijk dat ik nu wegga. Maar ik mag niet weg, dat hebben ze me hier ook al bijgebracht: 'Vermijden is de cocaïne van de angst.' Je hebt er steeds meer van nodig, omdat steeds minder opluchting wordt gevolgd door steeds grotere schade aan het zelfvertrouwen. En dat liedje gaat natuurlijk door tot er niets meer te vermijden overblijft en je thuis ongerust naar de vloer rond je stoel zit te kijken.

Bovendien: daar komt Claudia al binnen, de psychologe die ons deze dagen opgewekt door zelfanalyse, simulator en vlucht zal loodsen. En ongemerkt is ook het groepsproces op gang gekomen en duurt het niet lang meer of ik zie mezelf over Mieps onderarm strijken, hoor mezelf naar Patty's nacht-rust informeren en het dieet van Trudy in de gaten houden - 'Daar zit cafeïne in, hoor'.

Kloppingen

Mensen met vliegangst zijn niet goed met hoogten, diepten, engten, massa's, water of techniek. Verder beschikken ze over eigenschappen om jaloers op te worden: zelfstandigheid, perfectionisme en creativiteit. Dat zijn trekken die het iemand gemakkelijk maken om, zoals Patty, een bedrijf met twintig personeelsleden te leiden. Maar in het vliegtuig is het niet vruchtbaar om alles zelf te willen doen of je, zoals mij steeds wordt afgeraden, met een paar denksprongen los te zingen van wie je bent en wat je in godsnaam allemaal doet.

Paniek gaat snel; als je schrikt, is het al te laat. Het lichaam maakt zich klaar om te vluchten: de ademhaling versnelt, het hart gaat tekeer en de meeste zuurstof wordt van de hersenen naar de grote spieren gebracht, zodat logisch nadenken meteen al geen optie meer is. Omdat het buiten geen gevaar kan vinden, zoekt het lichaam binnen verder en komt daar allemaal akelige gedachten, kloppingen en duizelingen tegen. Daarvan wordt alles natuurlijk niet beter: voor de arme bangerik het weet, belandt hij in een vicieuze cirkel van waaruit hij alleen nog via het zieken- of gekkenhuis denkt te kunnen ontsnappen.

Dertig jaar geleden dacht Miep onderweg naar Spanje bijvoorbeeld opeens dat de vloer van het vliegtuig zou splijten en weigerde ze ooit nog in zo'n ding te stappen. Bij Patty 'knapte' er twaalf jaar geleden 'iets' tijdens een turbulente vlucht; tot vandaag bracht zij haar tijd piekerend, panikerend en annulerend door. Trudy en ik hebben het op eigen kracht gedaan. Zij omdat ze nog nooit heeft gevlogen, ik omdat de angst volgens de mensen van Valk na 'een spannende periode met mij aan de haal ging'.

Zuurstof

Er wordt geschat dat 10 tot 40 procent van de volwassenen een vorm van vliegangst heeft. Als je ervan af wilde, lees je op hun website, moest je naar de Stichting Valk in Leiden komen. De universiteit werkte mee aan het programma, net als de KLM en Schiphol. Bijna vijfhonderd mensen deden jaarlijks een training voor ongeveer achthonderd euro en 98 procent kwam van zijn klachten af. Zelfs overlevenden van de ramp in Faro stuurden na behandeling weer groeten uit Shanghai.

Bij Valk word je heel geduldig gemakkelijk gemaakt met het veilige verschijnsel lucht vaart. Ze stellen voor dat je niet langer het vliegtuig de schuld geeft en zeggen dat het je eigen gedachten zijn die je bang maken. Je moet die gedachten niet uitschelden of belachelijk maken, maar gewoon een beet je hun gang laten gaan, terwijl jij je concentreert op zaken waar je wel invloed op kunt uitoefenen. Als je goed let op je houding en ademhaling, breng je weer wat meer zuurstof naar je hoofd en kun je hopelijk een beter antwoord geven op de vraag of je werkelijk in gevaar bent.

Luchtzakken

Dinsdagochtend zijn we nog nauwelijks in gevaar: de cursus wordt pas donderavond afgesloten met een echte lijnvlucht naar Pa rijs. 's Ochtends stopt KLM-gezagvoerder Frank ons vol kalmerende informatie over het vliegtuig. Het hele toestel wordt omgekeerd; elk onderdeeltje komt ter sprake. Hij vertelt dat lucht voor een vliegtuig hetzelfde is als water voor een boot, dat luchtzakken helemaal niet bestaan en turbulentie dus alleen maar een comfortkwestie is. Ook neemt hij gedetailleerd een vlucht met ons door, zodat we donderdagavond met elk geluidje, geurtje of beweginkje vertrouwd zijn.

Als de psychologe Claudia 's middags de formulieren van de Rationele Zelfanalyse uit deelt, vullen wij dan ook ontspannen in wat onze gedachten en gevoelens zullen zijn wanneer we ons op kruishoogte in een vliegtuig bevinden. Claudia tekent intussen een vormpje op het bord. Het lijkt een beetje op een vrouwenborst. De tekening moet de beweging van de angst voorstellen, die wordt hoger en hoger, totdat die zijn top bereikt en af zal nemen.

Wat denken wij wat er op de top gebeurt? 'Controleverlies', zegt Miep. 'Dat je niet meer weet wat je doet.'

Patty knikt, dat vindt zij ook, en Trudy zegt dat ze nog nooit heeft gevlogen, maar weleens bang is geweest om tussen de kieren van de circustribune naar beneden te vallen.

En ik? Denk ik ook dat er iets kapot kan - psychisch of lichamelijk? 'Nou', zeg ik, 'dat je geestelijk niet helemaal in orde bent, lijkt me meer een soort voorwaarde om überhaupt naar de top te kunnen. En het is dat ik gelezen heb dat het niet mogelijk is, anders had ik gezegd: een hartaanval.'

En kijk. Nu heb ik iets verkeerd gedaan. Want het was Claudia al eerder opgevallen dat ik mezelf verwijt dat ik niet durf te vliegen. Terwijl: alle angst is irrationeel, iedereen is wel ergens bang voor, sommigen zelfs voor muizen. Ik zou pas een oninteressant iemand zijn als ik helemaal niets zou voelen.

'Je bent juist heel moedig', zegt Patty.

'Ja', vallen de anderen haar bij. 'Dat je jezelf een spiegel voorhoudt.'

Wind

'Zo is dat', zegt Claudia. Ze steekt als enige haar vinger op en vraagt: 'Wie doet er nog wel eens aan seks?' Even blijft het stil. Dan zakt haar vinger. 'Nou ja', zegt ze, 'ik wil er maar mee zeggen: tijdens een orgasme is je hartslag veel hoger dan bij paniek en dan maak je je ook geen zorgen.' Daarna tekent ze een tepeltje op haar borst en zegt: 'Op de top van de angst ga je huilen. Dat is het ergste dat er kan gebeuren: dat de tranen je over de wangen rollen.'

'O', zegt Patty. 'Nou, dat valt wel mee.'

'Ja', zegt Miep, 'als dat alles is.'

'Maar Claudia', vraag ik met het oog op de fotograaf, 'denk je dat we die top ook gaan halen donderdag?'

Ze lacht geheimzinnig; dat ligt helemaal aan onszelf. We vervangen onze gedachten ('ik word niet goed') door rationelere ('ik mag bang zijn') en krijgen het advies om matig te zijn met koffie en alcohol. Ontspannen trekken we de jassen aan. 'Laat maar komen, die vlucht', lacht Patty. 'Ja', zegt Miep. 'Jammer dat we nu niet mogen.'

De krant had ons er gisteren al voorzichtig op proberen voor te bereiden: de wind kon donderdag wel eens onstuimig uit gaan pakken. Dat was niets te veel gezegd. Het stormt, en niet zo'n beetje ook. Onderweg in de bus van Valk naar Schiphol zie ik overal mensen zich tegen de jagende wind inwerken, die geen van allen in het vliegtuig hoeven; verwende lui natuurlijk, die niet beseffen hoe gelukkig ze zijn. Mooie dag ook voor een aanslag, gezien de inauguratie van Bush.

Het belangrijkste van het ochtendprogramma was: hadden wij wel echt besloten om te gaan? Niet een achterdeurtje opgehouden, stiekem? En toen moest Patty bekennen dat ze had overwogen om een vriendin te laten bellen dat ze onmiddellijk naar huis moest komen. En ik dat ik, toen ik 's ochtends achter het ziekenhuis bijna uitgleed op een modderpaadje, het jammer vond dat ik niet zo hard op mijn hoofd was gevallen dat ik er naar binnen mocht.

Nu lopen we, in iets dat op stille berusting moet lijken, met alle lessen onder de arm, door de hangars van Schiphol. Frank heeft zich weer bij ons gevoegd. En een groep je mensen met claustrofobie, die nog niet hoeven vliegen, omdat voor hen het voortraject wat langer is. Ik wil graag geloven dat de Valk-technieken werken, en dus let ik op mijn houding als we een Boeing 747 bekijken, doe leuk mee als Frank zegt dat ik in een straalmotor moet gaan staan of als we een laatste ontspanningsoefening doen in de slaapcabine van de stewardessen.

Kletsen

Maar als we de simulator ingaan, een uit het vliegtuig gezaagd stuk cabine, die op grote buizen wordt bewogen, komt dat lage adem halen me ineens niet al te sterk meer voor. Normaal wordt de simulator gebruikt om er personeel in te trainen, vandaag maken een stuk of tien zwetende, trillende en huilende mensen er twee onrustige vluchten in van twintig minuten. Tijdens de tweede mag ik naast Netty zitten en moet ik haar een positief verhaal vertellen. En begin ik te steigeren. 'Nee', zeg ik. 'Dat wil ik niet.'

'Waarom niet', zegt Claudia. 'Je kunt haar toch wel gewoon even een positief verhaal vertellen?'

'Nee', zeg ik. Want ik vind alles opeens ongelooflijk stom: de techniekjes, de werkvormpjes, de situatie waarin ik mezelf heb teruggevonden, allemaal heel erg stom.

Gelukkig pakt Netty het op: 'Ik doe het wel.' En ondanks dat zij haar onschuldige ervaringen met de kievit, die zo prachtig kan stunten in de lucht, met duikvluchten van soms wel tientallen meters recht naar beneden, lardeert met opmerkingen als: 'Jij trekt het niet, hè? Jij hebt het moeilijk, hè?', lijkt deze simulatievlucht toch een stuk sneller stil te staan.

Claudia is het ook opgevallen. Het komt: met kletsen kun je delen van je hersenen activeren, zodat die minder energie overhouden voor paniek. Als we in de bus naar Schip hol een laatste gesprekje hebben, zegt ze dat ik straks maar naast Frank moet gaan zitten - dat kletst misschien wat makkelijker. Maar ik kan bijvoorbeeld ook gaan schrijven. Dat lijkt me een goed idee. Maar als ik de volgende dag in m'n kladblok kijk, staat daar alleen maar een mooie tekening van een vliegtuig in; door het voorste raampje kijkt een mannetje sip naar buiten.

Uitzicht

En dan heb ik toch nog een geurtje gevonden dat ik niet kan thuisbrengen. Ik moest kletsen. En dus kletste ik. Ik kletste dwars door Miep heen en ik kletste: 'Zeg Frank, wat ruiken we nu?' Maar Frank heeft geen idee en de motoren slaan aan en Miep gilt naar de top en we stijgen hartstikke hoog op en het vliegtuig gaat tekeer want het is een mooie stormachtige dag om mee te oefenen.

Het licht wordt gedimd en ik weet dat dat voor de airco is en de knallen komen van het landingsgestel en alle ademhalingstechnieken liggen nog op het vliegveld en dat je maag omgedraaid tegen je evenwichtsorganen drukt zodat het lijkt dat je naar beneden valt is alleen maar een kwestie van comfort.

Het duurt helemaal niet lang om twee flesjes water te drinken en we alweer boven Frankrijk vliegen en achter ons activeert Claudia allerlei gebieden van Patty's hersenen en hoe het met Trudy gaat weten we niet want die zit in de cockpit omdat Frank vriendjes is met de piloot in de cockpit en we daarom allemaal een start of een landing in de cockpit mogen meemaken.

Halverwege wordt Miep snikkend naar voren geduwd en als de landing alweer wordt ingezet vertelt Trudy hoe prachtig het was in de cockpit en ik vraag een minuut of tien door over het uitzicht en Trudy zegt dat ze vooral van de lichtjes heeft genoten en het blijft allemaal goed gaan als we dalen en met een hoop geraas op het vliegveld van Parijs belanden.

Parijs is natuurlijk een prachtige stad, Charles de Gaulle een luchthaven met architectuur om uitgebreid bij stil te blijven staan. Op een doordeweekse donderdagavond is het er tegen tienen zo goed als uitgestorven. Hier en daar vervelen veiligheidsmensen zich achter glazen wanden, een laatste zakenman rent naar een gate.

Maar wij hebben maar twintig minuten die Miep gebruikt met springen en omhelzen en roepen dat ze heeft gevlogen. En dan moe ten we alweer het vliegtuig in en gaan alweer omhoog en het schudt nog steeds maar alles is veel minder erg dan op de heenvlucht. Af en toe corrigeer ik de bewegingen van het vliegtuig door tegen het tafeltje te drukken en ik klets nog wat met Miep en Miep is helemaal ontspannen en zit erbij alsof ze met haar vriendinnen op een uitje is.

Erasmusbrug

Patty komt terug uit de cockpit en zegt dat ze het fantastisch heeft gehad en de purser zegt ga je mee, dit is een unieke kans en ik zeg dat het niet hoeft want op zich zit ik prima op mijn stoel ik vind die stoel gewoon een goeie plek om te zitten maar iedereen lijkt nogal te zijn opgeknapt van die cockpit en dus had ik nooit verwacht dat ik ooit door een vliegtuig zou lopen en de purser zegt tegen de piloten: 'De ze wil geloof ik niet.'

Ik stoot mijn hoofd tegen de schakelaars aan het plafond en er gaan rode lampjes branden die groen moeten zijn en hoewel er weinig doordringt legt de ene piloot alle instrumenten heel geduldig uit en daar is Rot ter dam zegt de andere piloot en als je de Erasmusbrug niet kunt zien geef ik wel even een slinger aan de stuurknuppel en dan hangen we helemaal scheef en stelt hij nogmaals dezelfde vraag en kuch ik: ja, ik heb de brug nu prima in het vizier.

Nu moet ik ook wel toegeven dat vliegen eigenlijk best leuk is. Amsterdam komt in zicht, het bos met daarachter de fel verlichtte landingsbaan. Heel langzaam gaan we er op af en ook best goed komt ie scheef op zijn wielen terecht maar dat komt door de zijwind. We zijn geland.

In het gangetje bij de keuken wacht ik tot alle passagiers zijn verdwenen en ik me weer bij mijn groepje kan aansluiten. Waar ik bang voor was, gebeurt natuurlijk ook: de hele dag een strak gezicht en nu maar stralen en stralen dat het niet mooi meer is. 'Ach', zegt een stewardesje, 'nu kijkt hij heel ontspannen.' Het is gewoon een hele leuke sfeer: achter mij nadert een piloot om mij zijn gezagvoerderspetje op te zetten en ik zie dat niet, maar de fotograaf natuurlijk wel.

De komende dagen zal ik een beetje schrikachtig over straat gaan. Als iemand de weg vraagt, denk ik meteen aan zinloos geweld. Als ik ergens in een achterbuurt een mij onbekend huis in moet, denk ik dat ze me gevangen gaan nemen. Maar nu zitten we nog even heerlijk te kletsen in een café op Schiphol Plaza. Iedereen heeft het echt ontzettend goed gedaan. Iedereen is er helemaal overheen. Alleen ik heb me te veel verzet, me toch nog te veel in mezelf opgesloten. Daar om heb ik de top niet gehaald. Maar dat moet de volgende keer dan maar, denk ik. Als er geen pers bij is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden