Kom maar op met die bodyscan

In de strijd tegen het terrorisme gaat Schiphol op grote schaal gebruik maken van bodyscans. Onmiddellijk schermt de digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom met Big Brother....

Een tijdje geleden had ik een paar schoenen waarin klaarblijkelijk metaal was verwerkt. Elke keer als ik op het vliegveld werd gecontroleerd, begon het detectiepoortje te piepen. Vervolgens werd ik gefouilleerd door een beveiligingsbeambte. Vooral het betasten van de binnenkant van mijn dijen vond ik een onaangename sensatie.

De komst van bodyscans op Schiphol juich ik dan ook van harte toe. Even de armen omhoog, en doorlopen maar. Toch werd er meteen tegen geprotesteerd: aantasting van de privacy! Overigens zullen er pas mensenogen aan te pas komen als de computer alarm slaat. En wat dan nog? Een beambte die ik niet ken en nooit meer terug zal zien, mag best de contouren van mijn lichaam zien. Zo spannend zijn ze niet.

De digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom was echter onverbiddelijk: ‘Bloot is bloot’. En: ‘Kan echt worden voorkomen dat personeel de naaktfoto’s van bekende Nederlanders met een mobiele telefoon fotografeert? Of dat een ambtenaar zijn privécollectie van naakte minderjarigen uitbreidt met de foto’s van de scanner?’ Misschien niet altijd, zoals er zo veel incidenten nooit helemaal zijn uit te sluiten. Of de ‘naaktscanners’ het vliegverkeer werkelijk zo veel veiliger zullen maken is een ander verhaal.

Het is een reflex: privacypreutsheid. Elke keer als er gegevens worden opgeslagen of uitgewisseld, verschijnt het privacyspook aan de horizon. We leven in een ‘glazen samenleving’, zo wordt betoogd, waarin de private sfeer wordt weggevaagd door een alziende Big Brother.

Er gaapt echter een enorme kloof tussen de voorvechters van privacy en de grote massa. Niet voor niets reikte Bits of Freedom in 2007 de Big Brother Award uit aan de Nederlandse burger. ‘Door een onverschillige houding – ‘Ik heb toch niks te verbergen’ - en desinteresse in wie er allemaal met zijn persoonsgegevens aan de haal gaat, is de burger zelf medeverantwoordelijk voor het verdwijnen van privacy .’

Die kloof is heel goed verklaarbaar. We leven in een bange wereld, waarin mensen veiligheid belangrijker vinden dan privacy. Maar wat belangrijker is: de meeste verhalen over privacy zijn abstract en bloedeloos. Om de gevaren van een glazen samenleving te schetsen, nemen privacyvoorvechters hun toevlucht tot vergezochte scenario’s. Stel dat er een nieuwe naziregering aan de macht komt, dan kan ze met een muisklik over al onze gegevens beschikken. Of stel dat hackers onze gezondheidsgegevens stelen en verkopen aan verzekeraars en werkgevers. Mensen met een ernstige ziekte of een psychiatrisch verleden kunnen het dan wel vergeten. Maar welk bedrijf laat zijn sollicitanten screenen door hackers? In elk geval geen bedrijf waar ik voor zou willen werken.

Principieel verhaal
In 2008 hield de filosoof Beatrice Roesler voor het Humanistisch Verbond de Socrateslezing, een mooi, principieel verhaal over het belang van privacy. De voorbeelden die ze gebruikte waren echter ontleend aan kunst en literatuur, waaronder een roman van Christa Wolf over een vrouw die gevolgd werd door de Stasi. Het is nu eenmaal niet zo dat gewone burgers massaal voor boef worden aangezien, omdat politie en veiligheidsdiensten bestanden aan elkaar koppelen. De Amerikaanse rechtsfilosoof Douglas Solove is op principiële gronden een fervent voorvechter van privacy. ‘Maar privacy is geen horrorfilm’, schrijft hij ook. ‘Er is weinig dood en goorheid te vinden op dit terrein.’

Wat niet is, kan nog komen. Over privacy moet niet luchthartig worden gedaan. De gevaren van massale digitalisering en uitwisseling van data zijn reëel. Maar de discussie wordt vertroebeld doordat privacyactivisten alles op een hoop gooien. Wat is er bijvoorbeeld tegen camerabewaking? Wat heb ik te vrezen als ik door de stad loop en tientallen malen word geregistreerd. Volgens Beatrice Roesler hebben de camera’s een ‘normaliserende’ werking, waardoor ze ons gedrag in het openbaar ‘massaal belemmeren en veranderen’. Ik zie niet zo goed in hoe? Word ik in de kraag gevat als ik een carnavalsmuts opzet? Ik zal toch op zijn minst de indruk moeten wekken dat ik een strafbaar feit ga plegen.

Privacypreutsheid leidt de aandacht af van risico’s die er wel toe doen. Hoe meer data worden opgeslagen, hoe groter de kans dat er iets mis gaat, door fraude en misbruik, of – waarschijnlijker – door slordigheid en stommiteit. Zo memoreerde Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat alarmmeldingen voor brandweer en ambulance onbeveiligd werden rondgestuurd, waardoor de adressen van blijf-van-mijn-lijfhuizen gevonden konden worden.

Overigens komt het gevaar voor privacy lang niet altijd van de overheid (Big Brother!). Ook burgers kunnen elkaars privacy ernstig schenden, bijvoorbeeld door bewakingsbeelden van een zoenende Wesley Sneijder en Yolanthe Cabau van Kasbergen door te spelen naar de media, of door naaktfoto’s van ex-partners op internet te zetten.

Potentieel gevaarlijk is ook het zoeken naar verdachte burgers door grote databestanden na te vlooien op verdachte patronen. Nog steeds is de kans niet zo groot dat een willekeurige burger hier iets van zal merken. Maar stel dat je een vrome moslim bent of radicaal-linkse of -rechtse sympathieën koestert. Dan kun je op het radar van de veiligheidsdiensten terecht komen, zonder dat je iets strafbaars hebt gedaan. Daar zit een gevaar in: onschuldige burgers met een ‘verkeerd’ risicoprofiel kunnen als verdachte worden behandeld. Dat zal radicalisering eerder in de hand werken dan ontmoedigen. Daarom is het belangrijk dat data worden beschermd, en dat de uitwisseling ervan aan strenge regels en controles wordt onderworpen.

Er zijn ook terechte twijfels over de effectiviteit van het verzamelen van gegevens. Terreurbestrijders worden lang niet altijd wijs uit de rijstebrijberg van data. Zoals minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken ooit snedig opmerkte: ‘Hoeveel hooibergen moeten we nog opzetten om een speld te vinden?’

De Nigeriaan met een bom in zijn onderbroek stond gewoon als verdachte geregistreerd. Ongetwijfeld hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten fouten gemaakt, maar die worden door het systeem in de hand gewerkt. Achteraf is het patroon zonneklaar. Maar voordat iemand zichzelf probeert op te blazen, is hij ook maar een van de miljoenen die over de hele wereld worden gevolgd.

Toch hebben westerse regeringen geen andere keus dan het zo goed mogelijk opsporen en volgen van potentiële terroristen, daarbij gebruik makend van geavanceerde technologische middelen. Dat is een politieke realiteit, maar ook een morele opdracht. Iedereen weet dat nooit alle aanslagen zijn te voorkomen, maar regeringen moeten zich tot het uiterste inspannen om hun burgers te beschermen. Ik zou me nog veel slechter op mijn gemak voelen in een wereld waarin terroristen vrijelijk zouden kunnen reizen en onbespied hun gang kunnen gaan.

Ook op andere terreinen heeft het opslaan en uitwisselen van gegevens voordelen. De bestrijding van fraude met belastingen en sociale zekerheid door bestanden aan elkaar te koppelen is een goede zaak.

Dezelfde formulieren
Over de vormgeving van het Elektronisch Patiëntendossier kan worden gestreden, maar het is alleen maar handig als een patiënt met verschillende artsen niet voortdurend dezelfde formulieren hoeft in te vullen. Bovendien is het belangrijk dat artsen van elkaar weten wat ze doen, bijvoorbeeld om – soms fatale – fouten met medicatie te voorkomen. Het plan van minister Rouvoet om elk kind in een Elektronisch Kinddossier onder te brengen is megalomaan, maar dat geldt zeker niet voor het streven naar een betere coördinatie in de Jeugdzorg.

‘Privacy is cruciaal voor autonomie en psychologisch welzijn’, schrijft de Britse filosoof A.C. Grayling in zijn boek Liberty in an Age of Terror. ‘Zelfs geliefden hebben een zekere mate van privacy ten opzichte van elkaar nodig. Zonder eigen domein is ook bijna geen ‘zelf’ mogelijk.’ Het is een fundamenteel recht om controle te hebben over de manier waarop we ons naar buiten presenteren. Aan sommige mensen vertellen we alles, aan andere bijna niets. Onze vrijheid wordt geschonden als andere burgers, of de overheid, dingen onthullen die we geheim willen houden. Dat sommige mensen hun hele hebben en houden op internet zetten, kan dan ook nooit als rechtvaardiging dienen voor een inbreuk op privacy door anderen. Exhibitionisme is een keuze, een onthulling door iemand anders niet.

Maar doorgaans is het een misverstand dat ‘ik’ in de gaten word gehouden. Het gaat slechts om mijn gegevens, die verpletterend oninteressant zijn. Er schuilt iets van narcisme in privacypreutsheid, alsof anderen zo nieuwsgierig zijn naar ons doen en laten. Wie kan het schelen dat ik op Nieuwjaarsdag van Brussel naar Wageningen reed, onderweg tankte en mijn ouders belde om ze een gelukkig nieuw jaar te wensen? Het is allemaal geregistreerd, maar de kans is klein dat deze trivia ooit een ambtenaar onder ogen zullen komen. Dat gebeurt pas als de computer een verdacht patroon heeft ontdekt.

Daarom is de veelgebruikte, zo niet versleten metafoor van Big Brother misplaatst, vindt rechtsfilosoof Solove. De gegevens die we afstaan aan bedrijven of overheid, zijn zelden van intieme aard. Daarom laten zij de meeste mensen ook onverschillig. Voor hem wordt het gevaar beter geïllustreerd door een andere roman, Het Proces van Franz Kafka. Daarin wordt de hoofdpersoon, Josef K., door een almachtige overheid beschuldigd, zonder dat hij weet waarvan. Evenmin is hij bij machte de gegevens waarop de beschuldiging is gebaseerd, in te zien, laat staan te veranderen.

In de digitale samenleving is dat een reëel gevaar, dat om waakzaamheid en regelgeving vraagt. Die waakzaamheid verslapt echter als privacyvoorvechters zich tegen elke vorm van elektronische opslag keren, of moord en brand roepen over verschijnselen waar de meeste burgers helemaal geen bezwaar tegen hebben, zoals bodyscans of beveiligingscamera’s. In dat geval dreigt privacy een synoniem te worden voor gezeur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden