'Kom maar, durf maar, zegt de Grote Zaal'

Simon Rattle voorspelt alvast hoe de musici van de Berliner Philharmoniker zich volgende week voelen. Gedrogeerd. Afkickverschijnselen. Jaloers. En dat allemaal door de twee concerten die de chef en zijn orkest dit weekend geven in de vermaledijde Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam.


Geheimzinnige plek, vindt Sir Simon. Wie goed luistert, hoort de muren smoezen. Ze fluisteren grote namen, zoals die van Gustav Mahler, de componist die vier keer van Wenen naar Amsterdam spoorde om er eigen werk te dirigeren.


Maar de muren van de Grote Zaal fluisteren ook nog iets anders. Elke orkestmusicus zal het beamen, zegt de dirigent, terwijl zijn bariton verkleurt naar een erotisch misterioso: 'Kom maar, durf maar, doe het, ja!'


Rattles ogen tintelen. Al kan dat ook komen door het buikgriepje dat de maestro treft. Of anders wel het felle licht. Plaats: het podium van de Philharmonie in Berlijn. Situatie: een camera die meedraait, speurend naar quotes voor de Digital Concert Hall, het webkanaal dat de Berlijnse concerten wereldwijd uitstraalt.


De akoestiek hier lijkt inderdaad een tikje zakelijker dan die aan de Van Baerlestraat in Amsterdam. Zodra een strijker daar z'n eerste noot speelt, weet Simon Rattle (56), merkt hij dat hij niets hoeft te forceren.


'Met welk orkest ik er ook kom, allemaal krijgen ze de moed om risico's te nemen. Spelen met kleur, spelen met het tempo. En als een musicus na het concert z'n koffer dichtklapt, denkt hij: Damn, lucky Concertgebouworkest. Die hebben dat nou de hele tijd.'


Het was wereldnieuws toen de Berliner Philharmoniker hem in 2002 binnenhaalden. Simon Rattle was de krullenbol naar wie elk orkest dong, maar die zelf had gekozen voor de langzame rijping in het onaanzienlijke Birmingham. Eenmaal in Berlijn drukte hij de voetsporen van Claudio Abbado, die weer de erfgenaam was van legendes als Furtwängler en Karajan.


'Bleibt abzuwarten, ob das all gut geht', noteerde Der Spiegel over Rattle, de lichtvoetige Brit in Pruisen, het zondagskind dat Brahms en Mahler kon afwisselen met een barokke Rameau of swingende Bernstein.


Aan reuring ontbrak het sindsdien niet. Met steun van Deutsche Bank gooide Rattle de deuren open voor de multiculturele jeugd van Berlijn, die kwam dansen op Stravinsky's Sacre. Dezelfde geldschieter leverde de camera's en de studio voor de digitale concertzaal die de Berliner thuisbezorgt van Vuurland tot Wladiwostok.


Wel probeerde de pers te stoken. Onder koppen als 'Simon von Rattle' en 'Eine kleine Machtmusik' werden de repertoirevernieuwing en zijn leiderschap in twijfel getrokken. En waar bleef de Karajan-Klang, dat warme, smijdige geluid dat in Duitsland een zaak is van nationale trots?


Rattle, nuchter: 'Dat krijg je er hier allemaal bij. Sommige kritiek was intelligent, andere polemisch en naar. Maar het vergt een groter talent dan het mijne om de klank van dit orkest te ruïneren.'


Het is maandagmiddag, kwart over vier. De repetitie van Stravinsky's Apollon musagète, balletmuziek voor strijkers, staat op het punt van beginnen. Een cellist trekt z'n fleecetrui uit, een violist sjokt naar z'n stoel. Zo oogt de achterkant van een toporkest: alledaags, aards, rommelig.


Maar zodra Simon Rattle z'n stokje heft, staat in de grote Philharmoniezaal een zeldzaam genuanceerde klank, geconcentreerd en toch luchtig. Zijn instructie aan de eerste violen: 'Immer sehr streng, aber gleichsam sehr sensibel.'


Hij groeide op in Liverpool, stad van de Beatles en de Merseybeat. Niet dat Simon Rattle met z'n neus vooraan stond. Als scholier las hij liever partituren, of legde hij Alban Bergs atonale opera Wozzeck op de draaitafel en roffelde een potje slagwerk mee.


Toevallig was Liverpool ook het eerste Britse oord waar een Mahlercyclus op touw werd gezet door één orkest en één dirigent. Sir George Grove en de Liverpool Philharmonic: samen met Mahler lokten ze Simon Rattle naar het vak.


Dat hij muzikant wilde worden, wist de knaap allang. De openbaring van het dirigeren volgde op z'n twaalfde, tijdens Mahlers Tweede symfonie. 'Dat concert staat in m'n vel getatoeëerd.'


Niet iedereen liet zich schroeien. Rattle herinnert zich de Liverpoolse orkestmusici van wie hij viool- en slagwerkles kreeg. Ze klaagden over hun 'twice yearly struggle' met Mahler. Iemand sprak zelfs van mahleria - mahleritis.


Simon Rattle: 'De generatie van mijn ouders nam Mahler amper serieus. Geleerde boeken beweerden dat hooguit de Eerste en Vierde symfonie de moeite van het beluisteren waard waren. Zelfs toen ik in 1987 met de Zesde bij de Berliner debuteerde, stapten er nog musici op me af die Bruckner en Strauss beschouwden als belangrijkere componisten. Mahler speelden ze alleen omdat het moest.'


Na de oorlog, stelt hij, moest Mahler opnieuw worden ontcijferd. Zeker in Berlijn en Wenen, waar de joodse componist als entartet uit het repertoire was gekieperd. Bij de Berliner namen gastdirigenten als Sir John Barbirolli en Bernard Haitink het werk ter hand dat Furtwängler en Karajan goeddeels lieten liggen. Claudio Abbado voltooide de restauratie.


Rattle: 'Alleen al de Negende symfonie stond bij Claudio 52 keer op het programma. Hij gaf Mahler terug aan de Berliner, zoals Bernstein dat aan de Wiener heeft gedaan.'


Tegenwoordig staat de componist in het centrum van het universum. Mahler als bemiddelaar tussen de Romantiek en de twintigste eeuw. Mahler als de componist die het hart op de tong draagt. Mahler die de hele wereld in zijn muziek wilde stoppen.


Rattle: 'Die opmerking maakte hij tegen Sibelius. Diens antwoord luidde: doe mij maar een glas koel, helder water.'


Daar was Rattle in 1986 ook aan toe, na zijn enige optreden bij het Concertgebouworkest. Over dat scheefgelopen debuut blies hij stoom af in de Britse pers.


De Amsterdammers, meldde Rattle, hadden duidelijk geen zin in Mahler Tien. Hij schotelde ze ook Stravinsky en Haydn voor. Geestige muziek, dacht hij, maar zij zagen de lol er niet van in.


Vijf jaar geleden lag de steven alweer bijgedraaid. Heus, verzekerde Rattle, ooit kwam het ervan. Maar de kans voor open doel, dit voorjaar, wanneer de dirigent met Der Rosenkavalier van Richard Strauss wekenlang bij De Nederlandse Opera bivakkeert, wordt niet benut.


'We hebben het serieus geprobeerd. Ik had tijd, maar hun agenda bleek uit graniet gehouwen.'


In zijn achttienjarige chefschap bij het City of Birmingham Symphony Orchestra heeft hij het complete Mahlertraject al eens afgelegd. Tien symfonieën en liederencycli als Des Knaben Wunderhorn - er gingen seizoenen overheen. Nu, in Berlijn, klaart hij de klus in anderhalf jaar.


'In kortere tijd kun je zo'n cyclus niet doen zonder iedereen te ontregelen. Je hebt hersteltijd nodig, die muziek zuigt je helemaal leeg.'


Hij wilde Mahler presenteren in een context. Wie waren de voorlopers, wie de navolgers, wat hing er tijdens het Weense fin-de-siècle zoal in de lucht?


Het levert verrassende combinaties op. Mahlers Achtste symfonie, een duizendkoppig monster voor koor en orkest, wordt gelardeerd met het veertigstemmige motet Spem in alium van Renaissance-componist Thomas Tallis. En de Derde symfonie, ook zo'n malse brok, krijgt in Amsterdam een opmaat met vocaal werk van Brahms en Wolf.


Toegegeven, zegt Rattle, een voorprogramma is het laatste waarop je bij de Derde symfonie zit te wachten. 'Maar de koorversie van Wolfs Elfenlied is nu eenmaal een meesterwerk. Bij de eerste repetitie schoot het orkest als één man overeind: jeetje, wat bijzonder!'


Rattle herinnert zich hoe hij in de jaren tachtig bij Herbert von Karajan zat te praten op de kamer die nu de zijne is. Zijn eerste vijf jaar bij de Berliner, bekende Karajan, waren verre van gemakkelijk. De musici speelden prachtig, daar niet van. Maar ze zadelden hem op met Furtwänglers interpretatie.


Simon Rattle wilde hem niet geloven. 'Nu stel ik vast dat die vijf jaar er bij mij misschien wel zeven of acht zijn geworden. Nog steeds kan er een verfijnde kleur uit de lucht vallen waarbij het lijkt alsof Claudio achter mij staat te zwaaien.'


Sinds zijn aantreden is de gemiddelde leeftijd van de Berliner gezakt tot onder de veertig. Hij noemt het een felle club, die klanken produceert waaraan je je vingers kunt branden.


Nog zeker tot 2018 trekken de Brit en de Berliner samen op. De beslissing viel twee jaar geleden. Niet dat er sleet op zat, maar een uitvoering van Schumanns oratorium Das Paradies und die Peri werd een keerpunt.


Rattle: 'Op de dag van de eerste uitvoering overleed onverwacht een prominent orkestlied, cellist Jan Diesselhorst. Opeens zaten we die muziek voor hem te spelen. Alle ego's waren verdampt. En eigenlijk is dat zo gebleven. Het orkest voelt steeds inniger.'


Maar zijn kans om de Grote Zaal van het Concertgebouw te bespelen met het lucky orkest dat er elke dag zit, is voorlopig verkeken. Jonas, de oudste van twee kinderen uit Rattles huwelijk met de Tsjechische mezzosopraan Magdalena Kozena, moet vanaf september naar school.


En zo is de dirigent terug bij de situatie die hij kent van zijn eerste gezin in Birmingham: even wat minder gastdirecties. 'Een van ons moet in Berlijn zijn, je wilt ze niet meteen van school houden. Voorlopig is Der Rosenkavalier ons laatste uitje.'


Een Tsjechische schoonfamilie - de dirigent vindt het geen straf. Nog geen honderd kilometer westelijk van Kozena's geboortestad Brno groeide Gustav Mahler op in het Boheemse Jihlava.


'Er gaat een wereld voor me open. Als ik Magdalena slaapliedjes hoor zingen, besef ik hoe die klanken de Derde symfonie hebben gekruid.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden