'Kom, kom, ís dat nou wel zo?'

Historicus en Amerika-deskundige Maarten van Rossem (62) presenteert op tv de Universiteitsquiz. Tot zijn 35ste was hij echter een 'verlegen oetlul'....

Moe was hij, dóódmoe. Eind september 2005 was Maarten van Rossem (62) geveld door een zware griep. Tenminste, dat dácht hij. En het kwam ook nog 'ns erg slecht uit, want hij stond op het punt om naar Berlijn te gaan. Toch maar even langs de huisarts, voor een pilletje tegen die rotgriep. Z'n eigen huisarts was er niet; hij trof een huisarts in opleiding. Die pillen wilde ze 'm best voorschrijven, maar ze wilde toch ook - 'goed opgeleid als ze was' - even z'n borstkas beluisteren. Overhemd uit, stethoscoop op z'n borst.

'En ik zag onmiddellijk aan haar motoriek dat er iets niet in orde was', vertelt Van Rossem. 'Ze zei: 'Ik moet even weg voor overleg.' Tien minuten later kwam ze terug: 'U heeft de ernstigste hartruis die ik ooit gehoord heb. U moet direct naar het ziekenhuis.'' Hij naar het ziekenhuis, op de fiets. Ja, daar hadden ze nog wel even verbaasd van opgekeken. 'U bent hier op de fíets?' En nee, hij kon ab-so-luut niet met lichte rust alsnog naar Berlijn. Hij moest onmiddellijk blijven. Vijf dagen later werd hij geopereerd. Kapotte mitraalklep.

Hij schrok er op dat moment eigenlijk nauwelijks van. Daar reageert hij nu eenmaal te secundair voor. Bovendien: aan zo'n kapotte klep ga je niet acuut dood. 'Dat duurt meestal nog wel twee, drie jaar.'

Toen hij twee weken later thuiskwam, was hij opeens 82. Als een oude man strompelde hij zijn eerste voorzichtige ommetjes door zijn Utrechtse straat, ondersteund door zijn vrouw. Nu nadert hij zijn eigen leeftijd langzaam maar zeker weer.

Tijdens het gesprek, in een café vlakbij zijn statige huis, ontstaat er om het kwartier een lichte zwelling ter hoogte van de biceps van zijn linkerarm. De internist heeft hem vanmorgen een bloeddrukmeter meegegeven die de komende 24 uur met regelmatige tussenpozen volautomatisch zijn bloeddruk zal meten. Verder lijkt Maarten van Rossem precies zo onverstoorbaar als televisiekijkend Nederland hem al vijftien jaar kent. Hij praat onafgebroken, enkel pauzerend wanneer hij even een slokje cappuccino neemt. Hij geeft weer volop college aan de Universiteit van Utrecht en is sinds kort zelfs bij de VPRO als quizmaster te zien in de Universiteitsquiz. 'Ach ja, weer een nieuwe ervaring', zegt hij, met die quasi-onverschillige stem. Al beviel het hem aanvankelijk slecht.

'De eerste uitzending ging dramatisch. Het was zo veel lastiger dan ik gedacht had. Je moet ontzettend veel tegelijk in de gaten houden. Ik heb enorm de neiging om gezellige kwinkslagen te maken. Dan komt al snel dat gebaar van 'opschieten!'. Ik ging ook steeds aan de verkeerde kant van het kathedertje staan. En ja... dan moet het weer over.' Hij ziet het vooralsnog als 'een aardig tussendoortje' 'Als de VPRO mij vraagt voor een tweede serie zal ik er over nadenken. Maar misschien ben ik dan wel te oud. Quizmasters moeten kwieke jongemannen zijn in mooie jasjes die soepel met hun heupen draaien.'

Tot augustus 2002 had Maarten van Rossem een wekelijkse column in de Volkskrant. 'Tot genoegen, naar ik dacht. Maar ik werd opgebeld door de nieuwe eindredacteur van de Forum-pagina. Hij zei dat hij enorm van relativeren hield. Maar dat relativeren van mij ging wel erg ver. Daar hadden ze bij de krant nu wel genoeg van.' Aanvankelijk voelde hij het als een enorm gemis. 'Er is iets elementairs uit je leven verdwenen: je wilt ergens over schrijven en het kán niet.' Sinds januari 2003 is die leemte gevuld: Van Rossem schrijft sindsdien columns voor de GPD-bladen. 'Dat vind ik heerlijk om te doen.'

Uw collega-columnist Marcel van Dam heeft ooit gezegd dat zijn mening zich meestal al schrijvend vormt. 'Ik ben benieuwd wat de schrijfmachine ervan vindt.'

'Dat herken ik niet. Ik heb vooraf mijn mening en die komt er ook precies zo uit. Van tevoren maak ik keurig een opzetje: zo begin ik en zo eindig ik. Straks ga ik een column schrijven over D66 en dat die partij maar helemaal moet verdwijnen. Die column zit al helemaal in m'n hoofd.'

Natuurlijk ook omdat u dat al heel vaak beweerd hebt.

'Ik heb nu extra argumenten. Ik heb me grenzeloos geërgerd aan Jan Terlouw. Hij beweerde bij NOVA dat D66 absoluut niet mag verdwijnen omdat de partij een soort laatste toevluchtsoord voor intellectuelen is. Ja ja, die achterlijke mallotenclub zeker.'

U bent zelf een PvdA-aanhanger. De PvdA is ideologisch toch ook een uitgeknepen citroen?

'Met de voormannen van de partij heb ik nooit veel gehad. Ik zag niks in die sombermans Kok, zag ook niks in Melkert. Maar Wouter Bos vind ik wel een goede vent.'

Vanwege zijn 'duidelijke' standpunten?

'Hij is zeker niet de grootste ideoloog van West-Europa. Maar hij heeft de partij in 2003 wel van 22 naar 42 zetels getild. Dat hij zich inhoudelijk niet scherp profileert, vind ik niet zo'n probleem. Ik stem niet op een man, ik stem op de sociaal-democratie.'

Wat vond u van de recente clash tussen Marcel van Dam en Wouter Bos?

'Mijn indruk is dat Van Dam zijn huiswerk niet goed gedaan heeft. Ik zag hem in Buitenhof in discussie met PvdA-econoom Flip de Kam. Daar was De Kam zeer overtuigend.'

Hoe erg is dat voor een columnist?

'Ik vind dit vrij dramatisch. Van Dam had het zorgvuldiger moeten formuleren. Als het mij was overkomen, dan zou ik een tweede column schrijven om erop terug te komen.'

De columnist die zijn geloofwaardigheid verliest, is uitgeschreven.

'Dan zouden er in Nederland tal van columnisten jaren geleden al hebben moeten stoppen. Kijk naar wat er geschreven is in de aanloop naar de oorlog in Irak. De meesten hebben nooit uitgelegd waarom zij geloofden dat die inval nodig was, dat daar massavernietigingswapens waren. Ik heb nooit een column van Afshin Ellian gelezen waarin hij uitlegde dat hij het volstrekt bij het verkeerde eind had.'

U noemde in 2000 de Amerikaanse vice-president Dick Cheney een capabele man.

'Ja, uit het boek van Bob Woodward over de eerste Golfoorlog had ik geconcludeerd dat het een verstandige man was.'

Toch wel een kolossale misser.

'Absoluut. In Cheney heb ik mij knap vergist. Hij heeft volslagen paranoïde gereageerd op 11 september. Maar ja, als je twintig jaar commentaar geeft op lopende zaken, ga er dan maar rustig vanuit dat achteraf 75 procent gelul blijkt te zijn geweest.'

Vooral als je uitspraken over de toekomst gaat doen.

'Dat is de grootste paradox van de media: ze vragen historici om een oordeel te geven over de toekomst. Is de Iraanse president Ahmadinejad echt gevaarlijk met die bom? Ik denk zelf van niet, maar dat is een slag in de lucht. Op een aantal wezenlijke punten heb ik het er met die natte vinger desondanks redelijk van af gebracht. Bijvoorbeeld over 11 september 2001. Mij werd op tv gevraagd of de Derde Wereldoorlog was begonnen. Die uitspraak vond ik volslagen idioot. Dat heb ik ook laten blijken. En dat vonden anderen op hun beurt weer schandelijk. Ik kreeg behoorlijk wat haatmail.'

Relativeren is ook een retorische truc.

'Dat is waar. Maar die moderne media hebben de neiging alles schromelijk te overdrijven. Dan is het altijd verstandig om te zeggen: kom kom, 's dat nou wel zo? Is Lady Di wel een kruising tussen Einstein en Moeder Theresa? Waarschijnlijk niet. Laten we dan maar gewoon eerlijk zeggen dat het een dom prinsesje was dat zich door haar suffe minnaar heeft laten doodrijden.'

Uw suggestie was: 11 september is een incident.

'Op deze schaal, in deze vorm was dat waarschijnlijk zo.'

Ondanks Madrid en Londen?

'Ja, omdat dat vergelijkenderwijs geen reet voorstelde. De Twin Towers zullen in die vorm een incident blijken. Dat heb ik direct gezegd. De eerste die mij na afloop van die uitzending belde, was Theo van Gogh: 'Geweldig gedaan.' Typisch Theo. Omdat ik de goegemeente tegensprak, vond hij het prima.'

U was bevriend met Van Gogh. Was de moord op hem dan ook een incident?

'Dat denk ik wel.'

Kun je dat blijven vinden als je goed bevriend met hem geweest bent?

'In mijn eigen leven was het natuurlijk geen incident. Er is nooit eerder een vriend van mij vermoord. En dan ook nog de manier waaróp... Daar durf ik tot op de dag van vandaag niet over na te denken. Over veel dingen waren Theo en ik het hartgrondig oneens. Dan kon hij zeggen: 'Hoe is het toch mogelijk dat een intelligent iemand als jij zulke malle opvattingen kan hebben?' Ik zei precies hetzelfde over hem. Hij belde heel vaak op.' (Imiteert Van Goghs hoge stem:) ''Thééééoo!' Hij begon altijd met: 'Woon je nou nog steeds in Utrecht?' Hij kon zich niet voorstellen dat een beschaafd mens daar iets te zoeken had. Vervolgens kwam er weer zo'n mal verhaal. Hij prikkelde je voortdurend: heb je dit gelezen, heb je dat gehoord? Altijd onverwacht en leuk. Z'n columns las ik lang niet altijd. Theo was vaak al ontslagen voordat je wist waar hij eigenlijk een column had. Toch konden we het geweldig goed samen vinden. Juist die onenigheid was een vitaal element in onze verstandhouding. We zouden nu ongetwijfeld felle discussies over Rita Verdonk gehad hebben. Hij vond haar geweldig, ik vind haar afschuwelijk.'

Maarten van Rossem groeide op in Wageningen, in een gezin met drie kinderen. Zijn vader was entomoloog bij de Plantenziektenkundige Dienst, gespecialiseerd in de sluipwesp. Daarnaast was hij een hartstochtelijk amateurschilder. 'Hij sleurde ons overal musea in. Soms riep m'n moeder: 'Nu is het wel genoeg geweest, Gerard.''

Van Rossem weet nog precies hoe hij als jongetje van tien in museum Kröller-Müller betoverd werd door de intense penseelstreken van Van Gogh. In diezelfde tijd nam zijn vader hem mee naar het Louvre, plantte hem voor de Nike van Samothrace en zei: 'Blijf hier maar 'ns een half uurtje naar kijken.' 'Dat maakte enorm veel indruk.'

Over meer aardse zaken maakte zijn vader zich nauwelijks druk. Tot ontsteltenis van zijn zoon. 'Ik maakte als jochie een kathedralentocht met hem in Frankrijk. Het uitkiezen van een hotel schoof hij eindeloos voor zich uit. Terwijl ik zo'n volstrekte neuroot ben dat ik het liefst om twee uur 's middags naar een hotel ga zoeken. Doodnerveus werd ik ervan. Hij had een soort gelijkmoedigheid van 'het komt allemaal wel in orde'. Dat heb ik helemaal niet.'

Maar zijn verbale talent erfde Van Rossem wel van hem. Zijn vader kon eindeloos ouwehoeren. 'Je ging om zeven uur zitten met een kopje thee en vervolgens denderde hij tot middernacht door. Echt een familietrek. Hij had een zus die we in de familie de Oriënt Express noemden.'

Uw ouders scheidden toen u zestien was. Volgens een vriend heeft dat mede uw argwaan jegens het mensdom gewekt.

'Ik ben argwanend jegens de mensheid. Zeker. Maar dat komt vooral doordat ik als kind zo vreselijk gepest ben. Dat heeft in mij een diepe achterdocht jegens 'de groep' gekweekt. Hoe graag ik er ook bij wilde horen, ik ben als buitenstaander gemáákt. Wat ze deden? Vechten, uitschelden. Want ik was anders. Al wist ik zelf niet precies waarom. In elk geval kon ik beter leren dan de meeste anderen. Dat zette kwaad bloed. Bovendien werd dat gevoed door de onderwijzers. Die zeiden: 'Jongens, schiet 'ns op. Maarten is allang klaar.' Dan word je helemaal de pispaal. Ik was een klassiek geval: bij gym bleef ik altijd als een ongelukkig knoopje onder in de touwen hangen. Op sportdag was ik de enige leerling die geen diploma kreeg. Ook meisjes hadden niet de geringste interesse in mij. Die zagen me eerder als een soort mongool. Alles bij elkaar tast dat je zelfvertrouwen enorm aan.'

Wanneer werd het beter?

'Tweede, derde klas gymnasium. Toen verdween het, omdat ik behoorlijk goed bleek te kunnen praten. Die verlegenheid is er nog steeds wel, maar niet meer in die mate. Ik ben soms echt geïntimideerd als ik van die vlotte boys, van de gladde praatjesmakers ontmoet. Dan duurt het een half uur voordat ik denk: dat is ook maar flauwekul, ze zijn in de verste verte niet zo indrukwekkend als ze lijken. In die zin ben ik naïef: als iemand dat en dat kan, dan moet het wel een heel bijzondere man zijn. Dat is vast een rudiment van vroeger. De jongen die ik ooit was, zou werkelijk stomverbaasd zijn over wie ik geworden ben. Blijkbaar is er veel te doen aan verlegenheid. Tot m'n 35ste was ik een verlegen oetlul. Maar ik promoveerde, bleek aardig college te kunnen geven. Daar groeide mijn zelfvertrouwen enorm door. Dat was nog ver vóór de radio en televisie.

'Intellectueel ben ik een laatbloeier. Omdat ik een suf, traag werkend iemand ben. Het duurt bij mij allemaal een tijdje. Als ik een boek lees waarvan ik onder de indruk ben, kan ik wekenlang stupéfait zijn: 'Godverju, dat wist ik helemaal niet.' En ook: 'Had ik dit maar bedacht.''

Ja, hij heeft wel degelijk zijn eigen 'Eureka-momenten' gekend, zegt Van Rossem, licht besmuikt. 'Maar dan bleek altijd al snel dat iemand dat allang bedacht had. Ik ben nooit jaloers op andermans huis of auto, maar wel op iemands intellectuele prestaties.'

Nooit jaloers op andermans auto? U bent anders wél een hartstochtelijk liefhebber van sportwagens.

'Niet per se sportwagens, maar auto's in het algemeen. De auto die ik het meest begeerd heb is de Lotus Europa, een schitterend sportwagentje. Daar zou ik nog steeds mijn pink voor willen afstaan.'

Het lijkt totaal niet bij u te passen.

'Ja, onder intellectuelen is het ongebruikelijk om over auto's te praten. Maar ik geniet ervan. Ik trek ook altijd handschoenen aan als ik ga rijden.'

Omdat het stuur zo vies is?

'Nee, omdat dat hóórt. Het heeft niks met uiterlijk vertoon te maken. Daar hecht ik helemaal niet aan. Mijn dochter heeft na een tv-optreden wel eens tegen me gezegd: 'Je zag er nu wel érg vies uit.' Dat vind ik helemaal niet erg. Ik weet dat ik er onverzorgd uitzie. Dat houd ik graag zo.'

U gaat er prat op dat u zich hooguit eens per week wast.

'Zo is het. Ik heb nu al zeker acht dagen niet gedoucht.'

Flauwekul natuurlijk. Wie zich niet wast, stinkt.

'Ik denk dat ik van nature een frisse geur over me heb. Ik beweeg me zo weinig dat het kennelijk niet leidt tot kwalijke luchten.'

Het is gewoon een onderdeel van het spel dat u speelt, om uw morsige image in stand te houden.

'Je wordt slachtoffer van de karikatuur die de media van je maken. Ik ben nooit begonnen met het profileren van mezelf. Anderen zijn mij komen vragen om 'ns wat te roepen.'

U bent in 1997 bijzonder hoogleraar geworden. Dat geldt in de wetenschap als een soort troostprijs.

'Ja, ik denk dat we dat zo moeten zien.'

Het is als het lintje dat je krijgt na dertig jaar trouwe dienst in het magazijn van V & D.

'In die categorie ligt het. Ik denk dat ze mij volkomen ongeschikt achten voor het leiden van een grote afdeling. Daar zit ook wel wat in, hoor.'

Bent u geen gewoon hoogleraar geworden vanwege uw media-activiteiten?

'Dat geloof ik niet. Er wordt gemengd op gereageerd: sommige collega's vinden het vulgarisering van de wetenschap, anderen vinden het heel leuk.'

U hebt in 1984 een standaardwerk geschreven, De Verenigde Staten in de twintigste eeuw. Daarna heeft u weinig nieuws meer geproduceerd. Hoe geslaagd bent u als wetenschapper?

'Nou, niet bijster. Ik heb de laatste tien jaar meer dan ooit geschreven, maar heb mijn activiteiten nogal versnipperd. Daar heb ik totaal geen spijt van. Ik heb er altijd veel plezier aan beleefd.'

Maar het is ook jammer; ooit vroegen ze u omdat u zo deskundig was, inmiddels bent u een flauwe afschaduwing van die deskundige geworden. De Meningenman.

'Hier geldt in hoge mate het woord van Mao: laat duizend bloemen bloeien. Het zou een ramp zijn voor de Nederlandse historische wereld als iedereen zo zou zijn als ik. Maar het zou even goed een ramp zijn als iedereen zou zijn zoals vele van mijn academische collega's. Het is toch nuttig dat de bevindingen uit de ivoren toren hun verspreiding krijgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden