Kokkelvisser aast op een stempel

De mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee kan best duurzaam produceren, denkt een keuringsinstituut. Maar of een certificaat erin zit, hangt af van de tegenstanders....

Jeroen Trommelen

MET DE eidereend in de Waddenzee gaat het steeds slechter en steeds meer biologen zoeken de oorzaak daarvoor bij de mechanische kokkelvisserij. Een wettelijk verbod op die gemechaniseerde schelpdiervisserij leek tot voor kort dan ook nabij.

Toch zou de kokkelsector wel degelijk in aanmerking kunnen komen voor een certificaat duurzame visserij als de huidige vispraktijk wordt verbeterd en er vrede wordt gesloten met de milieu- en natuurorganisaties die nu de felste tegenstanders van de sector zijn.

Die opmerkelijke conclusie trekt een studie naar duurzame aspecten van de kokkelvisserij door de biologische certificeringorganisatie Skal en onderzoeksbureau Agro Eco, in opdracht van de producentenorganisatie Kokkelvisserij. Zij onderzochten of de omstreden sector geschikt is voor het MSC-label, een kenmerk dat in 1997 in het leven werd geroepen door het Wereldnatuurfonds (WNF) en levensmiddelenproducent Unilever.

Het rapport werd een jaar geleden afgerond, maar pas onlangs openbaar gemaakt. De kokkelvissers denken met de studie een troef in handen te hebben in de politieke discussie over de sector die waarschijnlijk volgend jaar in alle hevigheid zal losbasten. Met het aantredende, minder milieuvriendelijke kabinet zou dat debat voor hen gunstiger kunnen uitpakken dan tot voor kort het geval leek.

Het Marine Stewardship Council (MSC)-label werd vijf jaar geleden ontworpen naar analogie van het FSC-label dat de certificering regelt van duurzaam geproduceerd hout. Beide keurmerken moeten volgens het Wereldnatuurfonds de consument een verantwoord ecologisch product garanderen.

De eerste certificaten werden twee jaar geleden verstrekt aan langoustinevissers in Australië; aan de kleine haringvisserij in Engeland en aan vissers op wilde zalm in Alaska. In 2001 kreeg Unilever het begeerde stempel omdat ze haar vissticks niet meer van niet-duurzaam gevangen koolvis maakte, maar van de Nieuw-Zeelandse witvis, de hoki. Ook de handmatige kokkelvisserij in de riviermonding van de Burry in Wales kreeg het bewijs van duurzaamheid.

Zover is de mechanische kokkelvisserij in de Waddenzee nog niet, maar de haalbaarheidsstudie geeft de sector een goede kans. Er bestaat niet één wetenschappelijke studie waarin onomstotelijk wordt bewezen dat de vismethode negatieve, onomkeerbare schade berokkent aan de natuur, stelt het rapport. En mocht die schade wel worden aangetoond, dan kunnen de vissers hun werkwijze altijd nog aanpassen.

Het belangrijkste struikelblok voor certificering zit niet in de ecologische aspecten van de kokkelvisserij, maar in de maatschappelijke discussie daarover. Organisaties als de Vogelbescherming en de Waddenvereniging zijn mordicus tegen de mechanische kokkelvisserij, die jaarlijks delen van de Waddenzee omploegt en volgens hen wel degelijk schade toebrengt aan de vogelstand.

Eén van de eisen van het FSC-label is echter dat vissers en belangengroepen het in grote lijnen met elkaar eens moeten worden. Vooral het ontbreken van die consensus houdt de certificering tegen, concludeert onderzoeker ir. Magnus van der Meer van Agro Eco.

Maar zijn twijfel is toegenomen sinds het afronden van de studie, voegt hij eraan toe. Vorig jaar zomer verscheen een studie van tien biologen in het Journal of Applied Ecology waarin ze stellen dat overbevissing van mossels en kokkels wel degelijk geleid kan hebben tot inkrimping van het foerageergebied van de eidereend. Ook dit jaar verschenen wetenschappelijke studies die de oorzaak van de dramatische achteruitgang van de eidereend leggen bij voedseltekorten in de Waddenzee en in de Noordzee.

Vorige maand werd in het tijdschrift Atlantic Seabirds voorgerekend dat het broedsucces van diezelfde vogel op het eiland Griend dramatisch is gedaald. In 2000 kwam slechts 18 procent van de eieren uit tegen ruim tachtig procent in het verleden. Ook hier is de slechte voedselsituatie de schuld, zegt onderzoeker ir. René Oosterhuis. 'Er is iets grondig mis met de eidereend. Naar het effect van de mechanische kokkelvisserij moet goed worden gekeken.'

Volgens Van der Meer konden de laatste studies niet worden meegenomen in zijn rapport. 'Wellicht zou er nu een minnetje bij komen, met name op het punt van de mogelijke schade voor de vogelstand.'

Toch blijft de echte bottleneck de kloof tussen de vissers en de maatschappelijke organisaties, vindt hij. 'Vanuit de natuur bekeken is dat onzin, maar vanuit de bedoeling van het MSC-label is het logisch. Wanneer meteen grote heibel ontstaat over zo'n certificaat, win je niet het vertrouwen van de consument.'

Dat vindt ook het Wereldnatuurfonds, zegt zeebioloog drs. Kees Lankester van het WNF. Anders dan grote natuurorganisaties als Natuurmonumenten en de Vogelbescherming is het WNF echter geen principiële tegenstander van mechanische kokkelvisserij. 'Ons gaat het over de daadwerkelijke intensiteit van de schade die wordt aangericht. Die bepaalt of er sprake is van duurzame visserij. Het is aan de sector zelf om te bepalen of het bij de gewenste intensiteit nog economisch verantwoord is om te vissen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden