InterviewJacob Kohnstamm

Kohnstamm: ‘We moeten een arts deze lijdensweg na euthanasie niet meer aandoen’

Verpleeghuisarts Marinou Arends werd na euthanasie bij een patiënt beschuldigd van moord en uiteindelijk vrijgesproken. Zo’n lange juridische weg mag niet meer voorkomen, zegt Jacob Kohnstamm, voorzitter van de toetsingscommissies euthanasie.

Jacob Kohnstamm, voorzitter van de toetsingscommissies euthanasie.Beeld Linelle Deunk

Het gesprek met Jacob Kohnstamm (71), voorzitter van de toetsingscommissies euthanasie, is net een half uur bezig, als hij op de tafel slaat. Bàm. Hij verheft zijn stem. De vraag is wat hij eigenlijk zelf vond van het oordeel dat zijn toetsingscommissie velde over de euthanasie die verpleeghuisarts Marinou Arends pleegde. Na dit negatieve oordeel in 2016 belandde haar zaak bij justitie en werd de arts uiteindelijk beschuldigd van moord.

‘Ik wil aan alle artsen laten weten dat ze niet bang meer hoeven zijn dat hun dit soort dingen nog overkomen’, zegt Kohnstamm. ‘We hebben onze koers gewijzigd. Dat vind ik veel relevanter dan de vraag of die oude commissie het wel goed gedaan heeft. Die mensen van de commissie zijn niet eens meer lid. Hun termijn is verstreken.’

Maar het was een van uw toetsingscommissies die oordeelde dat de arts onzorgvuldig handelde. Hoe keek u naar die rechtszaak waarin het Openbaar Ministerie zei dat ze een moord had gepleegd?

‘Dat was heel onplezierig. Een lijdensweg voor de arts. Maar het oordeel kwam er toen ik net was aangetreden als voorzitter. Het was een fait accompli. Het oordeel was geveld en ging naar het OM.’

U was toch voorzitter? Heeft u het niet gezien dan?

‘Kijk, die commissies zijn volstrekt onafhankelijk. Die vellen hun oordeel en daar kun je verder helemaal niets meer aan doen. Ik ben wel de coördinerend voorzitter, maar ik heb geen zeggenschap over hun oordeel. Ik heb daar later overigens wel voor gepleit, voor die zeggenschap.’

Het is april 2016 als verpleeghuisarts Marinou Arends de euthanasie uitvoert die uiteindelijk zal leiden tot de beschuldiging van moord.

Haar patiënt is een vrouw die in haar wilsverklaring heeft geschreven dat ze ‘beslist niet’ in een verpleeghuis wil belanden. Als ze daar toch terechtkomt, valt ze mensen aan. Ze slaat, bijt, krabt en bonkt tegen de muren.

Het geval is complex, ook doordat de arts haar pas voor het eerst ontmoet als ze al wilsonbekwaam is. Toch stelt de arts na uitgebreid onderzoek vast dat ze ondraaglijk en uitzichtloos lijdt en dat ze voldoet aan de criteria voor euthanasie. Ook de tweede, onafhankelijke arts is het hiermee eens. In overleg met de familie doet de arts van tevoren slaapmiddel in de koffie. Ze wil niet dat de vrouw zich verzet tegen het infuus, omdat de patiënt niet begrijpt wat er gebeurt. 

Zelf denkt de arts dat ze volgens de regels handelt. Maar de toetsingscommissie is het daar niet mee eens.

Zo is de wilsverklaring van de vrouw volgens de commissie niet duidelijk genoeg: hij bevat een vreemd zinnetje. De vrouw schreef dat ze euthanasie wil als ze zelf de tijd ‘rijp’ acht. Ze hield geen rekening met het feit dat ze bij het toepassen van de wilsverklaring juist wilsonbekwaam zal zijn. Uit gesprekken met haar familie begrijpt de arts dat de vrouw dit onhandig heeft geformuleerd, maar de commissie gaat hier niet in mee. Ook verwijt de commissie de arts dat ze het slaapmiddel ‘heimelijk’ heeft toegediend. Volgens hen heeft de arts daarmee een grens overschreden. 

Was u het eens met het oordeel van de betreffende toetsingscommissie? 

‘Dat moet je mij niet vragen… Dat vind ik niet chic. Als voorzitter ben ik het altijd eens met alle commissies.’

Ik ben toch benieuwd wat u ervan vond.

‘Nou... Op één punt vind ik dat het  in ieder geval anders had moeten zijn. Ik heb me geërgerd aan het woord ‘heimelijk’.’

Daarmee zei de toetsingscommissie dat de arts stiekem had gehandeld. Achterbaks.

‘Ja, en dat had de commissie niet moeten doen. Dat heb ik vanaf het begin gevonden. We geven geen moreel oordeel. Als ik het had geschreven was het eruit gegaan. Het neemt niet weg dat er intern een forse discussie is geweest over het toedienen van ‘premedicatie’. Er zijn leden uit de toetsingscommissie die zeiden: daarmee ontneem je iemand de mogelijkheid om nog nee te zeggen tegen de euthanasie.’

Ze was toch wilsonbekwaam?

‘Ja. Daar heb ik later nog met verpleeghuisartsen ruzie over gemaakt. Ik zei: alle medische behandelingen van wilsonbekwame mensen, zijn in principe heimelijk. Dus als het gaat om fatsoenlijk medisch handelen, moet je dat woord gewoon niet gebruiken.’

Het vreemde is dat een eerdere toetsingscommissie in 2015 het wel zorgvuldig vond dat een arts slaapmiddel in de appelmoes deed voor een euthanasie bij een wilsonbekwame patiënt. Hoe kan dat?

‘Er zijn meerdere toetsingscommissies. De rechtbank in Groningen oordeelt soms ook anders dan die in Amsterdam.’

Heeft u zich schuldig gevoeld over die rechtszaak tegen de arts?

‘Dat is niet helemaal de verwoording. Ik wilde vanaf het begin dat deze rechtsvraag direct voorgelegd zou worden aan de Hoge Raad: cassatie in naam der wet. Daarmee beantwoord je de vraag of dit zo mag, zónder de arts naar het strafbankje te slepen. Want daar was ik helemaal niet voor. Integendeel. Ik heb toen al vrij snel gepleit voor die cassatie. Daar is een wetswijziging voor nodig. Ik weet dat dit lang duurt, maar in het euthanasiedossier duurt alles jaren. Het zou heel goed zijn, omdat je dan nieuwe rechtsvragen kunt beantwoorden zonder de arts zo zwaar te belasten.’

Daar heeft het Openbaar Ministerie onder leiding van procureur-generaal Rinus Otte dan niet bepaald naar geluisterd.

‘Nee. Ik heb in die tijd wel tegen hem gezegd: ik hoop dat je ooit van je geloof in het strafrecht genezen zult worden. Daar moest hij hartelijk om lachen.’

De arts heeft hier onder geleden. Ze werd drie jaar lang vijf, zes keer per nacht wakker met deze kwestie in haar hoofd.

‘Haar zaak heeft idioot lang geduurd. Daar heb ik het Openbaar Ministerie in de persoon van Otte indringend op aangesproken. Het OM heeft er te lang over gedaan. Overigens belde Otte me op een ochtend wel dat hij cassatie in naam der wet ging instellen. Dat heeft de zaak aanzienlijk verkort en nu geleid tot ruimere regels. Maar het is wel zuur voor haar. Het is een beetje: operatie geslaagd, patiënt overleden.’

De rechtbank ontslaat de arts uiteindelijk van rechtsvervolging. Ook de Hoge Raad geeft de arts op alle punten gelijk. Het leidt ertoe dat de toetsingscommissie vanaf nu haar beoordelingscriteria op vier punten verandert, gebaseerd op dit arrest.

Dit, zegt Kohnstamm, is een bijzondere stap.

Zo is het slaapmiddel in de koffie toegestaan. Onder voorwaarden. ‘Kijk, de mogelijkheid bestaat dat er artsen zijn die denken: weet je wat, ik laat hem vast in slaap vallen, dan kan hij niet meer tegensputteren. Dat mag dus niet. Maar als de arts verwacht dat een wilsonbekwame patiënt agressief of onrustig wordt omdat hij niet begrijpt wat er gebeurt, dan mag hij wel premedicatie toedienen.’

Vandaag publiceert een van de toetsingscommissies voor het eerst een beoordeling die is gedaan aan de hand van de nieuwe maatstaven. Daarin is nog iets dat opvalt: in deze euthanasiekwestie heeft de patiënt haar wilsverklaring laten opstellen bij de notaris. Dit komt geregeld voor: mensen die in een hun levenstestament een standaardtekst over euthanasie opnemen.

‘Het is goed om het vast te leggen’, zegt Kohnstamm. ‘Hoe dan ook. Maar je kunt dit niet standaard opschrijven. Je moet de arts handvaten geven. Wij gaan de bond van notarissen daarom adviseren om mensen daarnaast ook een handgeschreven verklaring te laten schrijven, waarin ze elementen opschrijven die het leven voor hen ondraaglijk en uitzichtloos zouden maken. Gelukkig kende de arts in dit geval deze patiënt al anderhalf jaar en heeft hij dit haar nog kunnen vragen.’

Gaat het vaak mis met wilsverklaringen?

‘Van de 17 miljoen Nederlanders zijn er betrekkelijk weinig jurist, dus dat wilsverklaringen onhandig worden opgeschreven – dat komt vaker voor. In de nieuwe euthanasiecode staat dat de arts de wilsverklaring mag interpreteren. Hij mag aan de hand van gesprekken met de familie en anderen onderzoeken: hoe heeft de patiënt dit bedóéld?

‘Wat ik trouwens vaak zie in dossiers, zijn artsen die op het sterfbed aan een patiënt veiligheidshalve nog even om een wilsverklaring vragen. Ik heb het hier over terminale kankerpatiënten, hè. Mensen die gewoon wilsbekwaam zijn. Soms zie je aandoenlijke hanenpoten in zo’n verklaring, die dan op de dag van overlijden is geschreven. Ik vraag me elke keer af: waarom? Het hóéft niet.’

Komt dat niet doordat artsen angstig zijn geworden?

‘Dat halen wij niet uit de cijfers: het aantal euthanasiegevallen stijgt. Veel artsen die ik over de toetsingscommissie spreek, zeggen: het was prettig om het jullie uit te leggen. Bij mevrouw Arends was dit niet het geval. Zij heeft dit gesprek als behoorlijk lullig ervaren, om het voorzichtig te formuleren. Dat is niet de bedoeling van het gesprek met de commissie: we moeten euthanasie juist dejuridiseren. Het zou een ramp zijn voor de toetsingspraktijk als artsen straks worden begeleid door de wapperende zwarte toga’s van advocaten.’

Vindt u nu dat er meer zaken voor de rechter moeten komen?

‘Er is een euthanasie geweest op een patiënte, voor wie lezen een levensbehoefte was, en die blind werd. Wij hebben deze euthanasie zorgvuldig bevonden, maar de grens tussen een stapeling van ouderdomsaandoeningen en een voltooid leven is soms dun. Als zich een situatie voordoet waarin de commissie vindt dat die grens wordt overschreden, dan ben ik ervoor om dat oordeel rechtstreeks voor te leggen aan de Hoge Raad. Maar niet aan de rechtbank. Dit moet je een arts niet nog eens aandoen.’ 

Lees ook:

Regels voor euthanasie bij dementerenden worden verruimd
De regels voor euthanasie op ernstig dementerenden worden ruimer. De regionale toetsingscommissies euthanasie (RTE’s) maken vandaag bekend dat zij hun beoordelingscriteria voor artsen in de zogeheten Euthanasiecode op vier punten aanpassen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden