Kohl volbracht gevaarlijke tocht over dun, krakend ijs

Helmut Kohl hield aan een paar principes vast met de onwrikbaarheid van de nuchtere burgerman. Volgens Arie Elshout drukte hij ermee een belangrijk stempel op de Europese geschiedenis....

HET IS 16 juli 1990. De avond is gevallen over Europa. Een West-Duits regeringsvliegtuig is op weg naar huis. Nog maar een paar uur geleden is in de Kaukasus bekendgemaakt dat Duitsland weer één en soeverein wordt. Aan boord van het toestel bevindt zich Helmut Kohl.

Met open boord en in hemdsmouwen praat hij wat met een groep meereizende journalisten. Hij weet dat hij die middag is toegetreden tot het selecte gezelschap van de staatslieden. Maar naar buiten toe praktizeert de christen-democraat de meest christelijke van alle deugden: de deemoed. 'We hebben geluk gehad', zo zegt hij over het akkoord dat hij zoëven met Sovjet-leider Michaïl Gorbatsjov over de Duitse hereniging heeft gesloten.

Geluk? Ongetwijfeld heeft Kohl dat gehad. Hij heeft de Muur niet persoonlijk geslecht; dat hebben anderen voor hem gedaan. Hij was niet de eerste die de leus 'Wir sind ein Volk' aanhief; dat waren de Oost-Duitsers. Wat hij wel zelf deed, was het maximale resultaat halen uit de gelegenheid die hem geboden werd. Dit, plus het feit dat het proces zich in vreedzaam overleg met het buitenland voltrok, is zijn grote verdienste.

De Utrechtse historicus H.W. von der Dunk meent echter dat de kanselier als staatsman is overschat. Diens aandeel in de vereniging werd hem door de gebeurtenissen opgedrongen, zo zei hij in deze krant na Kohls verkiezingsnederlaag van afgelopen zondag. Maar wat precies kreeg Kohl opgedrongen? Waarmee werd hij geconfronteerd eind 1989?

Een Muur die was gevallen, een DDR die dreigde leeg te lopen, Russische bezettingstroepen die niet wisten wat te doen, een Kremlin waar een volledig verraste Gorbatsjov werd belaagd door haviken, de antieke geallieerde controleraad in Berlijn die na vele jaren weer met spoed door de vier overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog bijeen werd geroepen, een Mitterrand die in paniek spoorslags naar de DDR afreisde en een Thatcher die in de marge van een Europese top in Straatsburg uitriep dat 'ze' (de Duitsers) alles zouden inpikken, niet alleen Silezië, Pommeren en Oost-Pruisen maar ook Tsjecho-Slowakije.

De hele naoorlogse geschiedenis werd op zijn kop gezet. De situatie was hoogst verward, onoverzichtelijk en explosief. Kohl kreeg de vereniging dus niet in een kant-en-klaar pakket afgeleverd, met een strik erom heen. Wat hem in handen werd geduwd was een hoge-drukvat vol spanningen en oude ressentimenten. Bij één verkeerde beweging kon het uiteenspatten.

Die verkeerde beweging maakte Kohl niet. Wat des te wonderbaarlijker is omdat de onderhandelingen over de Duitse eenheid het beste vergeleken konden worden, volgens de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Baker, met een gevaarlijke tocht over dun, krakend ijs.

Er deden zich diverse hachelijke momenten voor. Rond de jaarwisseling van 1989-'90 vond een heftig debat plaats in het Kremlin over de politiek tegenover Duitsland. Gorbatsjov zegde alle internationale afspraken af. Hij stond onder zware druk van lieden die tanks de straat op wilden sturen in de DDR, zei Vadim Zagladin, een adviseur van de Sovjet-leider, een paar jaar geleden tegen mij. Maar Gorbatsjov besloot dat ingrijpen geen reële optie was. De Oost-Duitsers trokken massaal naar het westen, de hereniging was praktisch begonnen. 'Die een halt toe roepen, zou oorlog hebben betekend', aldus Zagladin.

Op Gorbatsjovs besluit de hereniging niet met geweld te stoppen, had Kohl uiteraard nauwelijks invloed. Maar hij speelde vervolgens wel een cruciale rol bij het uitwerken van de regelingen die getroffen moesten worden om het verenigde Duitsland in het nieuwe Europa in te passen. En dat was ook een buitengewoon delicate operatie, waarbij veel mis had kunnen gaan.

De grote vraag was of Duitsland NAVO-lid zou blijven of dat het neutraal zou worden. Gorbatsjov wilde het laatste, maar voor de westerse bondgenoten was een Duits NAVO-lidmaatschap een absolute voorwaarde.

Vooral een radeloze Mitterrand vreesde dat Kohl in de verleiding zou komen om uit de NAVO te stappen om Gorbatsjovs definitieve instemming met een verenigd Duitsland te krijgen. Daardoor zou, vreesde de Franse president, 'de invloedssfeer van de Sovjet-Unie opschuiven tot de poorten van Straatsburg'. Volgens Henry Kissinger was dit vraagstuk van de bondgenootschappelijke banden niet minder explosief dan de de vereniging op zichzelf. Hij meent zelfs dat ook deze kwestie de westerse landen op het randje van oorlog had kunnen brengen.

Kohl wist echter alles in goede banen te leiden onder het motto verdedig de eigen belangen door die van andere te respecteren. Hij moest aan tal van heel uiteenlopende wensen voldoen. Hij stelde de westerse partners gerust met de toezegging dat Duitsland stevig ingebed zou blijven in de NAVO en de Europese Unie. En Gorbatsjov maakte hij gelukkig door hem miljardensteun voor zijn in moeilijkheden verkerende perestrojka, een verkleining van de Bundeswehr en hervorming van de NAVO in het vooruitzicht te stellen.

Dit opmerkelijke staaltje simultaan-diplomatie was Kohls persoonlijke prestatie. Dat hij iedereen met de Duitse eenheid wist te verzoenen, was geen vanzelfsprekendheid. Hoe hadden anderen, iemand als zijn minister van buitenlandse zaken Hans-Dietrich Genscher bijvoorbeeld, zich gehouden als Gorbatsjov had gestaan op een keus tussen de eenheid en de NAVO? vroeg Kohls adviseur Horst Teltschik, zich, een paar jaar geleden, in een interview met mij af.

Maar Kohl weifelde niet en zwalkte niet: Duitsland moest lid blijven van de NAVO. Hij gaf Gorbatsjov geen moment de illusie dat hij de oude Sovjet-wens van een uit het Westen losgeweekt Duitsland kon verwezenlijken.

Niet iedereen is er van onder de indruk dat Kohl, in tegenstelling tot Bismarck, de Duitse vereniging in vrede tot stand bracht. Von der Dunk meent dat Kohl een patriottische kleinburger was, geen staatsman van het kaliber Adenauer. Een verwijt dat Kohl zijn hele carrière heeft achtervolgd. Deze vermeende zwakte was echter zijn kracht.

Kohl had inderdaad weinig weg van rationalisten als Helmut Schmidt en Mitterrand. De anti-intellectueel Kohl baseerde zijn handelen op intuïtie, een simpele ideologie, een scheutje populisme en zelfs een vleugje vulgariteit, schreef een paar jaar geleden de Fransman Alain Minc, volgens wie Kohl de banaliteit van het goede vertegenwoordigde.

Ongetwijfeld was Kohl een andere Duitser dan Von Weizsäcker, de protestant en Pruis, of Schmidt, de kosmopoliet uit de Hanzestad Hamburg, of de in het oosten van Duitsland geboren Genscher. De Heimat van de katholiek Kohl was Rijnland-Palts, aan de westelijke rand van het Duitse Rijk. Hij werd geboren (en woont) in Ludwigshafen, dat even ver van Parijs als van Berlijn ligt. Duitsland was voor Kohl dan ook een karolingisch Duitsland, zoals volgens hem ook Europa dat moet zijn - dat wil zeggen: beide hecht verankerd in het Westen. Sinds 1945 betekende dat laatste ook: nauw gelieerd aan de VS.

Kohl hield aan die paar principes vast met de onwrikbaarheid van de nuchtere burgerman, die zijn levenslange waarheden koestert. Hij drukte er een belangrijk stempel mee op de Europese geschiedenis van de laatste twee decennia. Hij stond niet toe dat het Sovjet-bewind zowel in de kwestie van de kruisraketten in de jaren tachtig als in het vraagstuk van de Duitse eenheid in de jaren negentig een wig kon drijven tussen West-Europa en de Verenigde Staten.

En op grond van diezelfde uitgangspunten ijverde hij vanaf het begin van de Duitse hereniging ernaar Duitsland stevig te verankeren in de Europese Unie, omdat hij mede door zijn ervaringen in de oorlog ervan overtuigd was dat Europa moeite heeft met een machtig Duitsland in zijn midden.

Vanwege dat laatste vond de publicist Sebastian Haffner in 1990 nog dat Duitsland beter gedeeld had kunnen blijven. Maar de realiteit is dat nu voor de derde maal sinds 1871 wordt geprobeerd een verenigd Duitsland in te passen in Europa, en volgens Kohl lukt dat alleen in het kader van de Europese integratie. Hij heeft daar een belangrijk begin mee gemaakt door de Duitse mark in te ruilen voor de euro, de gemeenschappelijke Europese munt.

Velen menen dat mede door Kohls toedoen Duitsland een normaal land is geworden. Een land dat zich niet meer klein hoeft te houden. De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Hubert Vedrine, zei deze week er niet zwaar aan te tillen dat Duitsland zich voortaan nadrukkelijker zal inzetten voor de verdediging van de eigen belangen. 'Sinds de vereniging hoeft Duitsland niet meer het keurigste jongetje van de klas te zijn'.

Maar hoe zullen Parijs en Londen reageren als (vanaf volgend jaar) Berlijn werkelijk op sommige punten zijn zin zal doordrijven? Begin jaren negentig, toen Bonn de erkenning van Kroatië afdwong en de Britten een Duitse hand vermoeden in de val van het pond, bleek al hoe hoog de emoties kunnen opliepen. President Chirac zei deze week er geen probleem mee te hebben dat de nieuwe kanselier Gerhard Schröder (een Saks die zich van oudsher sterk tot Engeland voelt aangetrokken) meer samenwerkt met de Britten. Maar wat als het primaat van de Frans-Duitse as daaronder te lijden krijgt?

Dan zal misschien al snel blijken dat Duitsland voor de buitenwacht nog steeds niet zo'n normaal land is. En dan zal Schröder, de eerste kanselier van de naoorlogse generatie, moeten bewijzen dat hij net als Kohl het verenigde Duitsland in harmonie kan laten leven met zijn omgeving. Ook voor hem zal gelden dat niets vanzelfsprekend is. Voor een Duitse kanselier blijft goede stuurmanskunst geboden. Hij krijgt niets cadeau.

Arie Elshout is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden