Koe

Het zijn rare tijden. In Amsterdam-Noord gaan de kinderen hongerend naar school. Wethouder Rob Oudkerk staat klaar met voedselpakketten. De jeugdwerkeloosheid stijgt explosief....

De stijgende jeugdwerkloosheid roept herinneringen op aan de vroege jaren tachtig, berichtte het Journaal gisteren. Mijn hart sloeg onmiddellijk over. London Calling van The Clash. Never Mind The Bollocks van de Sex Pistols, de eerste van The Talking Heads - dat waren nog eens platen! Er wordt op dit moment ook weer goeie muziek gemaakt, in Meppel bijvoorbeeld, door The No-Goods, en twintigjarigen geven zich massaal over aan poetry slams. Het zijn de vruchten van een naderende crisis, heerlijk.

Iets anders is het volgende: het aantal koeien daalt. Vorig jaar waren er in Nederland 3,8 miljoen geteld, 61 duizend minder dan eind 2001. Dat is slecht nieuws, want de koe is mijn lievelingsdier. Voor de volledigheid: Marleen Felius' Rundvee, rassen van de wereld is mijn favoriete boek. Het weegt zeker zo zwaar als een zak aardappelen en bevat duizenden tekeningen, alleen maar van koeien. Daar kan de Bijbel niet aan tippen.

Er is nog iets over koeien. In de buurt van Barneveld (de kippenstad op de Veluwe) zijn ze middels genetische manipulatie bezig met het ontwikkelen van een miniatuur-koe, speciaal voor het gebruik op kinderenboerderijen. Ik hoorde hierover op de radio (waar anders?) en de verslagenheid die ik voelde, zal ik me nog lang heugen.

Een miniatuur-koe!

Een knuffelkoetje!

Wat de koe tot mijn lievelingsdier maakt, is haar onverzettelijkheid, haar omvang en de prachtige gelatenheid waarmee ze uit haar enorme ogen kijkt. Ook de slome manier waarop bij warm weer haar staart heen en weer slaat om de honderden vliegen rond haar achterwerk te verdrijven, heeft mijn hart gestolen. Met melk heb ik trouwens weinig, en rundvlees kan me ook niet zoveel schelen. Ik hou meer van spek.

Mijn favoriete koe is de Limousin, een bruine koe die je veel in Frankrijk ziet. De zwartbonte en roodbonte koeien die in Nederland de weilanden bevolken, vind ik in vergelijking iets te pittoresk. Ze roepen associaties op met molens, klederdracht, klompen, schilderijen van Jan Cremer en de Kameleon. Daar kunnen ze zelf niets aan doen, dat is nog het ergste. En nu worden ze ook nog verkleind.

Ik denk aan een koe kleiner dan een kalf. Aan een kalf kleiner dan een gemiddeld hondje. Ik heb zelf een hondje, maar als ik met de aanschaf daarvan even had gewacht, had ik in Barneveld een koe kunnen halen. Moeten we ons verheugen op een koe op zakformaat, een klein, portable koetje dat loeiend en springlevend aan de achteruitkijkspiegel van de auto kan hangen? Het lijkt er op. De wetenschap schrijdt voort.

Een koe moet natuurlijk groot zijn. Zwaar en log staat ze in een weiland. Dikke, blauwe aderen kloppen op haar uiers. Haar collega's staan in een groepje verderop, in de schaduw van wat bomen. Roerloos sta ik bij het hek en ik luister naar het grazen, de natte slag waarmee de koe haar lange tong om een pluk gras slaat. Het is een groot geluid, van een groot dier. Ik ben even gelukkig. Even, daar gaat het om.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.