Koers mist de hand van een patron

Een sprinter wint een bergetappe. Het wordt tijd dat deze Tour zijn ware aard toont.

LOURDES - Wielrennen: Tour de France

Het is in Lourdes waar ze in wonderen geloven. Vijf miljoen mensen gaan er jaarlijks op bedevaart. Een peloton van renners voegde zich daar vrijdag schaamteloos bij.


In 1948, het eerste jaar dat de ronde de stad aandeed, hield monseigneur Théas voor de start van de achtste etappe een lofrede op de fiets. Zo veel goede diensten had die bewezen aan al die mannen en vrouwen die in de parochies op ziekenbezoek gingen. 'Als dit vervoermiddel in de tijd van Maria had bestaan', zei hij, 'dan zou ze het zeker hebben genomen om aan haar nicht Elisabeth te vertellen dat ze in verwachting was van Jezus.'


De heilige maagd kreeg er ter plekke een nieuwe titel bij, die van Onze Lieve Vrouwe van de Tour. Het bezoek aan het bedevaartsoord kwam voor het peloton daardoor vrijdag precies op tijd. Onze Lieve Vrouwe werd aangeroepen om klaarheid te brengen, want aan de Tour valt dit jaar tot nog toe geen touw vast te knopen. Twee weken onderweg en nog steeds toonde de ronde zijn ware aard niet.


Vrijdag won een sprinter een bergetappe in de Pyreneeën. De sprinter, Thor Hushovd, zei: 'Dit is het gekste dat ik ooit in de Tour heb gedaan.' Zo gek dus.


Nu kun je Hushovd, al zeven dagen drager van het geel, met goed fatsoen hoger inschalen dan de categorie sprinter. 'Hij is de beste klimmer onder de sprinters', vatte geletruidrager Voeckler het netjes samen.


Vrijdag voerde het parcours over de col d'Aubisque, een beklimming van buitencategorie. Maar de bestudering van de lijst der ontsnapten zette iedereen op het verkeerde been: Lars Bak, Maarten Tjallingii, Alessandro Petacchi waren erbij. 'Ik moet mezelf weer een beetje op de kaart zetten', vergoelijkte Tjallingii zijn moedige poging.


Ja, Jérémy Roy hoorde er wel. De Fransman reed deze Tour al 660 kilometer op kop. Hij is de baroudeur van deze ronde. Twee keer leverde het de prijs van strijdlustigste renner op. Maar toen hij vrijdag werkelijk loon naar werken leek te krijgen, werd hij op 2,3 kilometer voor de streep plots voorbijgevlogen door een sprinter. Roy vervloekte de Onze Lieve Vrouwe van de Tour.


Eigenlijk was er sprake van anarchie. Tjallingii wist ook wel dat hij de etappe nooit ging winnen. Zoals zijn ploeggenoot Bauke Mollema ook wel doorhad dat zijn vreemde tegenaanval niet meer om het lijf zou hebben dat een elfde plaats in het dagklassement en wat tv-minuten.


En wat zat er eigenlijk in het hoofd van Philippe Gilbert, die kilometers door niemandsland sleurde voor zes schamele punten voor de groene sprinterstrui, amper twee meer dan concurrent Rojas? Hoorde dat eigenlijk wel bij een renner van zijn statuur? En waar haalde hij die krachten vandaan die hem in Frankrijk dag na dag op de voorgrond doen treden?


De Tour kampt met een gebrek aan hiërarchie. Dat heeft tot veel valpartijen geleid. En die valpartijen hebben weer geleid tot een peloton waar geen ploeg het voortouw neemt. Leopard-Trek, werkgever van Andy en Fränk Schleck, heeft als enige die ambitie. 'Die rijden zoals de ploeg van Riis vroeger', analyseerde Adri van Houwelingen. Niet vreemd, aangezien de broertjes lange tijd voor diens ploeg uitkwamen.


Geletruidrager Voeckler speelt voorlopig de patron, en de anderen laten hem begaan. Andy Schleck deed nog een schijnpoging na de afdaling van de Aubisque. Hij peddelde naar voren en vroeg Voeckler daar of zijn Europcar-mannen nog hulp nodig hadden in de achtervolging. Voeckler monsterde zijn mannen en daarna Schleck. Vreemd verzoek, leek hij te denken. Om daarna trots te vervolgen: 'We redden het.'


Schleck stuurde daarop toch een mannetje naar de kop, maar die haakte na een paar kilometer alweer af. Geen krachten verspelen als daar toch geen prijs op wordt gesteld.


Voeckler, in 2004 ook al eens tien dagen geletruidrager, speelt zijn rol met verve. Hij is mateloos populair bij het publiek, maar wordt geminacht door zijn collega's.


Het grote publiek ziet hem als de aanvaller, de durfal. Als de renner die zijn tanden stukbijt. Ze noemen hem 'titi' of 'chouchou'. Zie dan hoe hij lijdt.


De renners zien hem als de egoïst, de eenzaat, de intrigant, die medevluchters zal flikken daar waar mogelijk. Voeckler bekende al dat hij meer dan eens komedie speelt. 'Gek word je van dat Allez Thomas als je achter hem rijdt', zei Lars Boom eerder deze week.


Vandaag zal Voeckler zijn gele trui op Plateau de Beille waarschijnlijk verspelen. Hoewel daar in deze Tour met net zo veel fatsoen aan getwijfeld mag worden. In 2004 lukte het Voeckler al eens om op dezelfde plek het geel te behouden. Zelf wilde Voeckler daar niet aan herinnerd te worden. 'Ik ben het type dat het verleden snel vergeet.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden