Reportage Demonstratie Koerden

Koerden op het Malieveld: ‘Alleen de bergen zijn onze vrienden’

Ze voelen zich in de steek gelaten, zeggen de Koerdische Nederlanders die zaterdag in Den Haag demonstreerden. Maar daar kregen ze opvallend veel steun van Nederlanders van verschillende achtergronden.

Koerden demonstreren in Den Haag tegen het Turkse offensief in Noord-Syrië. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Plotseling is het raak. Een handjevol Turks-Nederlandse jongeren daagt de Koerdische demonstranten uit. Geen slimme zet: meteen zijn de uitdagers omsingeld en vallen er rake klappen. Hier was de politie op voorbereid: een botsing tussen Koerdisch-Nederlandse activisten en Turks-Nederlandse Erdogan-supporters. De agenten grijpen hard en snel in, te paard en met honden. Een minuut later is de rust weergekeerd.

Zaterdag is het Haagse Malieveld gevuld met ruim duizend demonstranten: Nederlandse Koerden en andere sympathisanten die begaan zijn met het lot van de Koerden in Noordoost-Syrië. De Syrische Koerden vochten tegen Islamitische Staat, vanuit de lucht werden ze gesteund door de Amerikanen en de Europeanen. Nu de Amerikaanse president Trump zijn troepen terugtrekt, neemt de Turkse president Erdogan met geweld de macht in de regio over. Europa kijkt vooralsnog toe.

Sommige Koerden op het Malieveld komen uit de Syrisch-Turkse grensstreek, ze kennen de mensen die nu op de vlucht slaan voor de Turkse bommen. ‘De Koerden, Assyriërs en jezidi’s zijn op verschrikkelijke wijze verraden doordat Trump een deal heeft gesloten met Erdogan’, zegt SP-Kamerlid Sadet Karabulut.

Karabulut is van Koerdische afkomst en een van de eersten om de demonstranten een hart onder de riem te steken. Haar antwoord op Erdogans machtsvertoon: ‘Sancties, intrekken van het Navo-lidmaatschap en een goed gesprek met de VS. En natuurlijk een wapenembargo.’ Tot nu toe houdt het kabinet het bij stevige woorden in de richting van Trump en Erdogan. Dat is te weinig in de ogen van Karabulut.

Het protest begint en eindigt zaterdag op het Malieveld. Tussendoor loopt een groep demonstranten een mars door Den Haag. De verwachte confrontatie met aanhangers van de Turkse regering blijft uit – op een enkel opstootje na.

Dat was weleens anders. Toen vorig jaar het Turkse leger de Syrische grens overstak, raakten Turkse en Koerdische Nederlanders meermaals slaags. De politie moest ingrijpen in de stationshal van Utrecht Centraal. Het Turks consulaat in Rotterdam werd bekogeld met molotovcocktails.

Het is de reden waarom veel aanwezigen zaterdag op hun hoede zijn. ‘Koerden wekken nu eenmaal woede op bij nationalistische Turken’, zegt een rechtenstudent uit Leiden. Ze wil uit vrees voor repercussies niet met haar naam in de krant.

‘Ik voel me niet verplicht om te demonstreren, maar het is wel hard nodig’, zegt ze. Ze is in Nederland geboren en niet dagelijks bezig met haar Koerdische achtergrond. Voor haar ouders is dat anders. ‘Mijn moeder kan echt niet slapen als zoiets als dit gebeurt. Zij heeft dit soort geweld van dichtbij meegemaakt.’

Ruim zevenhonderd aanhangers van de terreurgroep Islamitische Staat zijn tijdens beschietingen door het Turkse leger ontsnapt uit een opvangkamp in het noordoosten van Syrië. De Koerden waarschuwden eerder al dat zij geen prioriteit kunnen geven aan het bewaken van de duizenden IS-strijders die zij gevangenhouden, als de Turkse militaire operatie doorgaat. ‘De verdediging van ons grondgebied gaat voor als de Turkse troepen hun aanvallen voortzetten’, zei een Koerdische commandant.

‘Alweer in de steek gelaten’

Het Haagse raadslid Serpil Ateş (GroenLinks) verwoordt door de megafoon een gevoel dat breed wordt gedeeld. ‘Een eeuwenoud Koerdisch gezegde luidt: alleen de bergen zijn onze vrienden.’ Alweer zijn de Koerden in de steek gelaten, is de consensus onder de demonstranten. ‘Koerden geven nooit op’, zegt SP’er Karabulut, ‘maar niemand hier verwacht dat ze gered zullen worden door wie dan ook.’

Toch blijkt in Den Haag dat de Koerden niet geheel alleen staan: ook veel autochtone Nederlanders zijn gekomen om hun steun te betuigen. En er zijn demonstranten van Iraanse, Syrische, Armeense, Turkse en zelfs Filipijnse komaf. Een bonte stoet wandelt in de regen door de stad. ‘Terrorist Erdogan! Lang leve Koerdistan!’, schalt het door de luidsprekers.

De 23-jarige Sipan Morad komt uit Afrin, een plaats in Noord-Syrië die vorig jaar door het Turkse leger werd bezet. Zijn ouders wonen er nog, hij heeft veel contact met ze. ‘Er zijn daar nieuwe wetten ingevoerd. Vrouwen mogen niet zonder hoofddoek naar buiten. Mijn vader mag zijn Koerdische kleding niet meer dragen.’

Morad vreest niet alleen het Turkse militaire optreden, maar is ook bang dat in de chaos de jihadisten van IS terugkeren in Noordoost-Syrië. Europa moet zich achter de oren krabben, zegt hij. De Koerden hebben duizenden IS-strijders gevangengezet. Als die ontsnappen, zullen ook de Europese landen daaronder lijden, voorspelt hij.

Het valt hem zwaar om van veraf de ontwikkelingen te volgen. ‘Je bent hier en ondertussen zijn je ouders en je volk, onschuldige mensen, daar zonder reden aan het sterven. En je kunt er niets aan doen.’ Maar terug wil hij niet. Zijn toekomst ligt in Nederland. ‘Ik wil graag bij de politie. Mijn droom is om bij het arrestatieteam te komen, al is de kans heel klein.’

Ook in andere landen

Niet alleen in Nederland, ook in Duitsland, Frankrijk, Zweden en andere Europese landen gingen Koerden zaterdag de straat op. ‘Ze zijn ons iets verschuldigd’, zegt demonstrant Ömer Kaya aan het eind van de middag op het Malieveld. Met ‘ze’ bedoelt hij de Europese regeringsleiders die de Koerden ondersteunden toen die het opnamen tegen IS, maar nu alleen met woorden reageren terwijl de Amerikaanse en Turkse president stuivertje wisselen in de regio.

Misschien voelen ‘ze’ zich aangesproken, wanneer de Europese ministers van Buitenlandse Zaken maandag bijeenkomen in Brussel. De Tweede Kamer heeft het kabinet opgeroepen in Europa te pleiten voor sancties tegen Turkije. Minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel benadrukte donderdag al dat Nederland daar alleen toe bereid is ‘in bondgenootschappelijk verband’. 

Wat we eerder schreven over de Koerdische kwestie

Uit Europa klinkt felle kritiek, maar in de praktijk kunnen de EU-landen weinig voor de Koerden doen. Door de aanwezigheid van Amerikaanse militairen durfde Turkije eerder geen invasie aan, maar nu president Trump die ineens heeft weggehaald, zonder overleg met zijn Navo-partners, is dat een gepasseerd station. Nu zou het vechten betekenen met een Navo-partner.

Turkije stopt de aanval in Noord-Syrië niet. President Recep Tayyip Erdogan zei eerder op een persconferentie dat zijn leger niet tegen de Koerden vecht, maar tegen de terroristische organisatie PKK. ‘Het maakt niet uit wat andere landen zeggen, wij zullen niet stoppen’, reageert Erdogan op ‘dreigementen’ van andere landen.

‘Toen Donald Tusk vrijdagochtend namens de gehele Europese Unie manhaftig liet weten dat ‘wij ons niet laten chanteren’ door een Turk die met migranten dreigt – 3,6 miljoen zal Recep Tayyip Erdogan er loslaten op de Europese kusten als men blijft doorjammeren over zijn invasie in het noorden van Syrië – wist je: jawel, we laten ons wel chanteren’, schrijft Sheila Sitalsing in haar column. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden