Koerden hebben geen vrienden, behalve de bergen

Peshmergadochter Beri Shalmashi is terug in Koerdisch gebied op de grens van Irak en Iran. Er vallen bommen, maar 'dit keer tril ik niet'.

Beri Shalmashi in de wieg, met haar ouders en hun vrienden, begin jaren tachtig.

De horizon kleurt geel van een bom die verderop valt. Het duurt een paar seconden voor het geluid bij ons aankomt en instinctief bedenk ik dat dit net zoals met onweer werkt: de eerste bom viel ver.

Plots voel ik herinneringen die ik vergeten was, een prominente geur van brand die er niet is, hangt in mijn hoofd, ik proef het op mijn tong en het drukt op mijn neus. Mijn vader vertelde mij ooit hoe hij me na een bommenregen in de bergen trillend onder een boom vond. De moeder van mijn beste vriend raakte die dag blind aan een oog, omdat ze boven op haar zoontje dook. Hij en ik, wij waren 2 jaar. Met de F-16's boven ons, voel ik me even klein als toen, maar ik laat niets merken. De commandant komt naar mij toe. 'Zie je wel, een echte peshmergadochter.'

De vlag van Koerdistan wappert fier, naast die van de KDP-I, een Iraans-Koerdische partij met een 70-jarige geschiedenis die ook de mijne herbergt. Er wordt gezegd dat het bij de oprichting van deze partij was dat het woord peshmerga, dat 'voor de dood uit' betekent, werd geïntroduceerd. Mijn ouders werden verliefd als jonge peshmerga's en trouwden in de bergen, in het kamp van de partij. Inmiddels is mijn moeder overleden. Mijn vader is nog altijd actief voor de Koerdische zaak, maar op afstand, hopend op een terugkeer naar het thuisland dat hij al meer dan dertig jaar niet heeft gezien.

Scenarist Beri Shalmashi

Beri Shalmashi (1983) is filmmaakster en online columniste voor Vonk. Ze is in 2008 aan de Nederlandse Filmacademie afgestudeerd als scenarist. De televisiefim MAMA die ze samen met Sanne Vogel maakte, is in 2010 genomineerd voor een Gouden Kalf.

Beri Shalmashi Beeld -

Bergcowboy

Misschien ben ik nog nooit zo dicht op hun verhaal geweest als nu, op bezoek bij de KDP-I die sinds kort terug is in de bergen. Naast mij zit een peshmerga die met een hand gebaart dat hij mij voor het laatst heeft gezien toen ik een centimeter of tachtig was. Met de andere steunt hij als een soort bergcowboy op zijn kalasjnikov. Vermoedelijk komt het ding uit de tijd waar ik mij niets van herinner, hoe graag ik ook wil. Ik heb alleen de foto's van lang geleden in de Koerdische bergen, hier, nabij Iran.

Tot de val van de sjah in 1979 hadden de ayatollahs en de Koerden niet dezelfde agenda, maar wel dezelfde vijand. De KDP-I eiste na de revolutie politieke autonomie, maar noemde zich een nationale, Iraanse partij, zich distantiërend van separatisme. De KDP-I wilde onderdeel blijven van Iran, maar het in eigen gebieden voor het zeggen hebben. De partij kreeg controle over Koerdische steden, maar daar bleef weinig van over toen het nieuwe regime de Koerden belegerde.

Vier peshmergastrijdsters, begin jaren tachtig. Tweede van links is Beri's moeder. Beeld Familiearchief

Pofbroeken

Mijn moeder was 17 tijdens de revolutie, ze sloot zich aan bij de KDP-I, op zoek naar gelijkwaardigheid, als Koerd en als vrouw in Iran. Samen met haar studievriendinnen speelde ze al gauw een prominente rol in de vrouwenbeweging van de partij. Het regime had de Koerdische steden heroverd, maar de peshmerga's waren er nog actief toen ik in 1983 in mijn moeders buik zat. Zij werd toen maandenlang gemarteld, wachtende op een executie die alleen werd voorkomen doordat zij werd uitgewisseld voor gevangenen van de tegenpartij. Ze kwam vrij en vloog via Bagdad naar Parijs, waar mijn vader op diplomatieke missie was voor de partij en waar ik in veiligheid en tegelijkertijd als vluchteling werd geboren.

Ik ken ons verhaal vooral door de fragmenten die haar vriendinnen over ons vertellen. Zij praten over mijn moeder als een heldin die velen heeft bewogen, de enige uit haar elitaire familie die mooie rokjes verruilde voor de pofbroeken die peshmerga's dragen. Mijn vader kwam op jongere leeftijd in aanraking met de strijd. Hij vertelde laatst dat hij als kleine jongen zag hoe zijn broer Aware een van de bekendste martelaars werd van de KDP-I, geëxecuteerd door de sjah. De onrust in mijn vader werd zo groot, dat hij niet anders kon dan het pad van mijn oom vervolgen. Zo kwam het dat de lokroep van de strijd te groot was en wij na mijn geboorte met zijn drieën terugkeerden naar Koerdistan, waar peshmerga's van de KDP-I zich inmiddels in de bergen bevonden, op de grens tussen Iran en Irak, die toen in oorlog waren. In het begin sliepen we in een tent met praktisch niks, maar ik maakte helemaal de blits met mijn Parijse luiers.

Wij bleven in het kamp tot de bommenregens dat onmogelijk maakten.

Hitlist

De UNHCR had een project voor hen die zelfs in de regio niet veilig waren. Zo mocht ons gezin in 1986 een flat in Leeuwarden betrekken, met uitzicht op een oneindig weiland. Ik was 2 en boos op de wereld, en vooral op ayatollah Khomeini, door wie ik niet bij oma kon zijn. In die tijd werden de leiders van de KDP-I tot in Europa achtervolgd door het Iraanse regime die één voor één zijn 'hitlist' afwerkte. In 1989 werd mijn vaders mentor, partijleider Abdulrahman Ghassemlou, voor een dialoog met Iran naar Wenen gelokt, alwaar hij aan de onderhandelingstafel werd neergeschoten.

Na lange jaren oorlog viel in 1992 Iraaks Koerdistan in handen van de Koerden. Partijen als de KDP-I kregen in ballingschap een eigen onderkomen. Sindsdien zit het hoofdkwartier gevestigd in een oud fort van Saddam Hussein, op een uur rijden van Erbil. Het zit er vol vrienden van mijn ouders. Zij wonen er vlakbij, in kleine huisjes, waar ze nog altijd wachten op veranderingen in Iran. Maar er komen ook geregeld jonge mensen van over de grens bij. Enkele maanden geleden, geïnspireerd door de begeesterde strijd van de Koerden in Turkije, Irak en Syrië, is het vuur bij de Koerden uit Iran ook aangewakkerd. In mei vonden grote protesten plaats in Koerdische steden in Iraans Koerdistan, en ook daarbuiten komt er beweging in de zaak. Omdat Iraaks Koerdistan naast Iran strijdt tegen IS, is het de Iraanse Koerden verboden mee te vechten. Dat zou als een soort training kunnen worden opgevat voor strijd tegen Iran.

Onlangs besloot de leiding van de KDP-I haar peshmerga's toch terug te sturen naar de bergen, na ruim twintig jaar. Verder bij IS vandaan, recht tegenover de eigen vijand, Iran.

Beri Shalmashi in de wieg, met haar ouders en hun vrienden Beeld Familiearchief

Zes uur rijden van Erbil heeft de KDP-I nu een post of zeven, strategisch gepositioneerd langs de grens, en ook in Iran opereren commandogroepjes die deze week nog in gevecht raakten met de Iraanse revolutionaire garde. In het kamp dat ik bezoek worden oude kalasjnikovs opgepoetst, want je weet maar nooit. Ik ontmoet er jongeren die tot voor kort nog in Iran woonden, maar geen heil zagen in een leven daar en zich aansloten bij de peshmerga's. En ik tref er vrienden van mijn ouders. Voor hen zijn de bergen als thuiskomen, zij zijn trots het peshmerga-zijn weer te kunnen uitdragen.

'Sinds de oorlog tegen IS weet de wereld eindelijk van peshmerga's', zegt een man van ver boven de 60. Een jongen fluistert mij in dat ik de man moet interviewen over zijn jaren in de Iraanse gevangenis, en we spreken af dat de volgende dag te doen, niet wetende wat ons die avond boven het hoofd hangt en dat we daarom vroeg in de ochtend het kamp zullen verlaten.

Iraans-Koerdische peshmerga's nu. Beeld Beri Shalmashi

Heimwee

We drinken thee in een grote tent en het is meteen voelbaar hoe het peshmerga-zijn van oudsher een hele levensstijl met zich meebrengt waar mijn vader vaak vol van heimwee over vertelt. Er schuilt een nostalgie in die hier, op de grens met Iran, meer dan elders wordt herbeleefd en waar de Iraaks-Koerdische peshmerga's, in hun strijd tegen IS, naar zeggen te verlangen. Terwijl die strijd gevoerd wordt met moderne spullen, in het vlakke land op de grens met de Arabische wereld, zitten deze peshmerga's in het hart van Koerdistan, in de bergen die hen beschermen en waar ook de PKK zich verstopt.

Ik vraag de commandant, Khalid Wanewsha, wat we hier doen en of er ook gevochten wordt. 'Je ziet wat we hier doen', zegt hij, terwijl er een nieuwe ronde thee van het vuur komt. Lachend wijst hij naar de jonge jongens die over meisjes aan het zingen zijn. Je zou haast vergeten dat je in een kamp met militanten bent. Gelukkig mag ik even later mee naar een training die wordt gegeven door Ryan, de enige Amerikaan die de partij rijk is. Instinctief mag ik hem niet zo, want dit is niet zijn strijd en ik vraag mij af of hij zich überhaupt heeft verdiept in de KDP-I. Maar de peshmerga's spreken mij tegen en zeggen dat het sowieso goed is voor de zaak. 'Iran is immers onze gezamenlijke vijand en het helpt als buitenlanders over ons kunnen vertellen aan hun media.'

Er holt dan ook de hele dag een cameraman achter Ryan aan. Hij leert de nieuwste lichting schieten zoals hij dat heeft geleerd in Afghanistan. Ik vind hem een beetje een patser, maar zie wel hoe de jongens zijn technieken nodig hebben, en eigenlijk ook veel betere wapens als het ooit tot strijd mocht komen.

Wanneer ik Simko spreek, een 19-jarige jongen uit de stad waar mijn moeder werd geboren en gevangengenomen en waar ooit een Koerdische republiek bestond, vraag ik hem of Iran nou echt zo erg was dat hij het moest verlaten. Hij zegt dat hij zijn hele leven werd onderdrukt. 'Je mag alles wat andere Iraniërs mogen, maar minderheden, zeker Koerden, worden op alle mogelijke manieren tegengewerkt.' Ik moet denken aan mijn neven en nichten die opgeleid zijn tot architect, regisseur of psycholoog, maar niet aan het werk komen, omdat de banen worden vergeven aan Perzen, het liefst aan degenen met een vader die voor het regime werkt. Simko noemt de dag waarop de repressie voor hem begon: 'Toen ik geboren werd. Mijn naam werd bij registratie geweigerd. Je mag alleen kiezen uit een lijst met sjiitische namen.'

Simko draagt op zijn borst een foto van de in Wenen omgebrachte leider Ghassemlou en vertelt dat hij voor diens partij heeft gekozen, omdat de ideologie hem het meeste aanspreekt. 'Ghassemlou leerde in Europa van de sociaal-democraten en vertaalde dat naar een werkbare versie voor zijn eigen volk. Eerst het woord, en het wapen alleen ter verdediging.'

Tijdens zijn peshmergatraining van drie maanden, in het oude fort vlak bij Erbil, volgde hij niet alleen schietlessen, maar ook lessen sociologie. 'Wat doe je hier dan in de bergen?', vraag ik Shahriyar, een andere jonge peshmerga. Zijn ouders zaten, net als de mijne, al voor zijn geboorte bij de KDP-I. 'Het gaat niet per se om vechten. Onze aanwezigheid houdt de hoop levend bij de burgers, aan de andere kant.' Hij wijst richting Iran. 'Je zag vroeger de peshmerga's ook in de eigen steden. Dat gaf de burgers vertrouwen. Ik ben hier omdat ik het vuur zoek dat ik nog zie branden in de ogen van de oudere leden, zoals bij mijn vader, en ook bij jouw vader. Iedereen hunkert naar de hoogtijdagen van de partij.'

Azad, met wie ik vanuit Erbil hiernaartoe reed, legt uit dat Koerdische burgers uit Iran, die in principe vrij mogen reizen naar Iraaks Koerdistan, vol trots een saluut uitbrengen wanneer ze de peshmerga's treffen aan deze kant van de grens. 'De zaak leeft weer.'

Iraans-Koerdische peshmerga's nu. Beeld Beri Shalmashi

Executies

Azad onderschrijft wat ook Human Rights Watch rapporteert over Iran en is teleurgesteld dat de verwachte veranderingen onder het bewind van de nieuwste president, Hassan Rohani, zijn uitgebleven. Nog altijd wordt een recordaantal gevangenen geëxecuteerd. Amnesty International noemt het getal van meer dan 700 executies dit jaar, waaronder ook leden van de KDP-I.

Verder schrijft Human Rights Watch dat er in Iran beperkingen worden opgelegd aan culturele en politieke activiteiten van minderheden, zoals de Azeri, Arabieren, Baloetsjen en ook de Koerden, en over het algemeen kunnen bloggers, schrijvers, journalisten, filmmakers en andere opiniemakers zware straffen verwachten. Zo roept Amnesty International deze week op tot acties voor een filmproducer die tot acht jaar gevangenisstraf is veroordeeld wegens het beledigen van de staat op Facebook. Bekender zijn de verhalen van regisseurs als Jafar Panahi, met twintig jaar huisarrest en een verbod op filmmaken, of Bahman Ghobadi, de regisseur met wie ik aan de verfilming van Het huis van de moskee werkte, die sinds de bijna-revolutie van 2009 het land verlaten heeft.

Beri Shalmashi met haar vader in Koerdisch gebied. Beeld Foto uit familiealbum

Turkse F-16's

Als de avond valt, zoekt iedereen zijn plekje. Hier en daar houdt een peshmerga de wacht. 'Tegen indringers', zegt Shahriyar. De zon maakt van de bergen silhouetten. Ik zie vogels, die vrij over de grens vliegen. De lampen bij de Iraanse wachters aan de overkant floepen aan. Ik poets mijn tanden bij de tank met bronwater. Naast mijn tentje hoor ik Ryan vanuit zijn slaapzak nog wat opscheppen tegen de andere peshmerga's. Ik vraag me af wie er nog luistert.

Hier hebben we geen airco nodig, de bergwind blaast ons in slaap, tot er onverhoeds F-16's uit Turkije overvliegen. Eerst denk ik dat ze rechtstreeks op de PKK afgaan die, meer dan IS, wordt bestookt met Turkse bommen, maar ze komen terug en cirkelen boven ons hoofd. Ik wil niet bang zijn, maar mijn leven ligt op dat moment in handen van de Turkse politiek waar ik, noch anderen in dit kamp iets mee te maken willen hebben.

'Ze doen hier niets, Beri, wij staan hier open en bloot en met onze vlaggen duidelijk in zicht. Zij zijn hier voor de PKK. Geen zorgen', zegt Shahriyar. Maar ik maak me wel zorgen. Wat als ze voor de verandering hier een bom of twee laten vallen? De peshmerga's lopen af en aan met walkietalkies, maar we kunnen weinig doen.

Beri Shalmashi met haar moeder in Koerdisch gebied. Beeld Familiearchief

De eerste bommen zijn gevallen, ver van ons kamp. Het moment voert me terug naar toen ik 2 was. Ik stond bevend onder een boom toen mijn vader mij optilde, zeggen ze. Mijn beste vriend zat onder het bloed van zijn moeder, maar bleef zelf ongedeerd. We zijn bijna dertig jaar verder, en hij voelt zich nog altijd schuldig.

De commandant lacht dat ik gelukkig niet bang ben voor een paar vliegtuigen. Een andere peshmerga zegt me gehurkt tegen een muurtje aan te gaan zitten, en dat zoetigheid helpt tegen het trillen. Ik tril niet, dit keer niet. Maar hij is ongetwijfeld zelf ook bang. Er hangt een vliegtuig boven het kamp. Ik voel me nietig, onder de radar van Turkije, op Iraakse grond, in het vizier van Iran. Dit is dus hoe het voelt om Koerd te zijn. Gelukkig valt ook de laatste bom een paar bergen verder.

Mijnen

De volgende dag vertrekken we in alle vroegte naar een ander kamp. Ik plas op een provisorisch toilet in een beekje en krijg de instructie vooral niet via de overkant terug te lopen, die ligt bezaaid met mijnen. Ik verlang zo naar de overkant, want over de bergtop begint Iran, en het stukje Koerdistan waar mijn wortels liggen. Maar dichterbij dan hier kom ik voorlopig niet, niet voordat Iran verandert.

Misschien is het waar wat ze zeggen, dat wij Koerden geen vrienden hebben behalve de bergen. Maar ik hoop stiekem dat Amerika's dialoog met Iran verder reikt dan nucleaire ontwikkelingen en economische belangen. Misschien kunnen de mensenrechten ook op het programma en kunnen de kalasjnikovs aan de wilgen en kan iedereen naar huis, misschien zelfs mijn vader.

Beri Shalmashi, thuis met haar vader in Koerdisch gebied. Beeld Familiearchief
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden